Nabokov: over handschrift (en Dostojevski)

Hoofdstuk 5 Wanhoop

Ik heb welgeteld vijfentwintig handschriften, waarvan de beste (degene die ik het liefst gebruik, dus) als volgt zijn: een minuscuul rond handschrift met aantrekkelijk mollige welvingen waardoor elk woord eruitziet als een versgebakken cakeje; een dat snel en lopend is, scherp en vinnig, de krabbel van een gehaaste bultenaar, vol afkortingen; een van een zelfmoordenaar, elke letter een strop, elke komma een trekker; en dan nummer één, groot, leesbaar, ferm en volstrekt onpersoonlijk.

dostojevski

De grote Russische schrijver Dostojevski komt ook nog aan bod in dit hoofdstuk. In de volgende alinea:

Dat gesprek van ons is wat al te literair, het riekt naar de kroegdecors waar Dostojevski zich thuis voelde, de gesprekken tussen personages die elkaar de duimschroeven aanzetten; nog ietsje meer en we horen al dat slissend gefluister van valse nederigheid, die stokkende adem, de dreun van bezwerende bijwoorden – en dan zou er geen ontkomen meer aan zijn, aan de hele mystieke rimram waar de beroemde schrijver van Russische griezelromans zo dol op was.

Uit: Scheer een zwerver

Maar die avond zelf – die ene avond, wij met de zwerver in de badkamer, Floris die met grote halen de baard afknipt, elke pluk die hij loslaat wordt met gejuich begroet, niet alleen door ons, ook door de zwerver. Net als Floris en de rest heb ik een leven van niks geleid (..) en als ze een episode uit mijn leven zouden moeten verfilmen, dan zou het die scéne in de badkamer moeten zijn, dat optimistische muziekstuk, ja, geen film maar een musical, dat zou het moeten zijn, de bravoure die werd overwonnen en ons verbond, even – en dan niet na de aftiteling vermelden hoe het verder is gegaan met de personages, dat doet er niet toe, zoals ik al zei hebben we levens van niks geleid en het gaat alleen om die scéne, alles ervoor en erna is verzonnen.

van essen

Door: Rob van Essen (foto)

Plezier(ge)dichten

Uit de nalatenschap van H.H. Polzer, ook wel gekend als Drs. P, a.k.a. Coos Neetebeem.

drs-p

Een nieuwe lente en een nieuw geluid – Alleen in Drenthe kijken ze wel uit.

Sikkels klinken – Sikkels blinken – Ruisend valt het graan – Als je iemand weg ziet hinken – Heeft hij ’t fout gedaan.

Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten – En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon – Maar verder ben ik helemaal gewoon, – met haaruitval en spijsverteringsklachten.

Ik ween om bloemen in de knop gebroken – En vóór de uchtend van haar bloei vergaan – Ik had er zeven vijftig in gestoken – Je zou zo’n rotzak ongelukkig slaan.

Ambrosia, wat vloeit mij aan? – Uw schedelveld is koeler maan – En alle appels blozen – Ziehier een beeld van mijn gevoel – Zo heb ik er een heleboel – In oude schoenendozen.

Rozen verwelken – En schepen vergaan – Dus ligt niet te melken – Maar doe er wat aan.

Hilde Domin: Mit leichtem Gepäck

hilde domin

Hilde Domin (geboren als Hilde Löwenstein, na haar huwelijk Hilde Palm genoemd) (Keulen, 1909 – Heidelberg, 2006) was een Duitse schrijfster en dichteres. Verder was ze nog fotografe en vertaalster.

Zij was van Joodse afkomst en leerde in 1931 haar latere Joodse echtgenoot Erwin Walter Palm kennen. Ze besloten in 1932 naar Italië te vertrekken, waar zij in Rome gingen studeren. Toen buitenlandse Joden in 1939 Italië moesten verlaten vertrok ze via Frankrijk naar Groot-Brittannië. Op 26 juni 1940 ontvluchtte zij Londen voor het dreigende oorlogsgeweld en vertrok via Canada naar de Dominicaanse Republiek. In 1954 keerde ze terug naar Duitsland en vestigde zich in de Bondsrepubliek, maar verbleef ook regelmatig in Miraflores de la Sierra nabij Madrid.

Na de oorlog begon ze met schrijven en dichten. Één van haar bekendste gedichten is De moeilijkste wegen.

Hilde Domin overleed op ruim 96-jarige leeftijd in het ziekenhuis van Heidelberg aan de complicaties van een beenbreuk ten gevolge van een val.

Mit leichtem Gepäck

Gewöhn dich nicht. – Du darfst dich nicht gewöhnen. – Eine Rose ist eine Rose. – Aber ein Heim – ist kein Heim

Sag den Schosshund Gegenstand ab – der dich anwedelt – aus den Schaufenstern. – Er irrt, Du – riechst nicht nach Bleiben.

Ein Löffel ist besser als zwei. – Häng ihn dir um den Hals, – du darfst eine haben, – denn mit der Hand – schöpft sich das Heisse zu schwer.

Es liefe der Zucker dir durch die Finger, – wie der Trost, – wie der Wunsch, – an dem Tag – da er dein wird.

Du darfst einem Löffel haben, – eine Rose, – vielleicht ein Herz – und, vielleicht, – ein Grab.

Pierre Bonnard: scenes uit een huwelijk

Pierre Bonnard (1867 – 1947) was een Frans schilder en drukker. Bonnard is niet gemakkelijk bij een stijl in te delen. In wezen heeft hij zich onafhankelijk van de rest van de wereld ontwikkeld. Bonnard was een stille man, introvert. Hij leefde in afzondering, samen met Maria Boursin (die zich Marthe de Meligny liet noemen), zijn partner. Met Marthe heeft hij zijn leven vanaf zijn 25e tot aan zijn dood gedeeld. In 1925 zijn ze in alle stilte getrouwd, zelfs zijn familie wist daar niet van. Door de ziekte van zijn vrouw leidde het koppel een geïsoleerd leven. Hij liet een omvangrijk oeuvre na van 2200 schilderijen, veel grafisch werk en tekeningen.

Een bijzonder deel van het werk van Bonnard zijn de “scènes uit een huwelijk”, de naaktportretten van zijn vrouw Maria Boursin (genoemd Marthe) en de zelfportretten die hij maakt kijkend naar zichzelf in de badkamerspiegel. Doordat Marthe leed aan een tuberculeuze laryngitis moest zij als behandeling ervan, veel baden. Zij leed ook aan smetvrees en waste zich geregeld. Van Marthe heeft Bonnard daardoor meer dan 350 naaktportretten gemaakt, veelal in de vorm naakten in de badkamer met onder meer als titel “Naakt in tegenlicht”. Het zijn ook portretten van het leven van Pierre en Marthe, van het ouder wordende paar.

Bron: Wikipedia

Hierbij werk van Bonnard waarin vrouwen een rol spelen en foto’s vooral van Marthe, zijn vrouw.

pierre bonnard femmes

pierre bonnard femmes2

pierre bonnard femmes3

pierre bonnard femmes4

pierre bonnard femmes5

pierre bonnard femmes6

pierre bonnard femmes7

pierre bonnard femmes8

Neruda 72: Er op uit!

tocopilla, chili.jpg

Tocopilla, Chili. Geboorteplaats van voetballer Alexis Sánchez.

Mijn lief, de winter keert naar zijn kwartieren – terug, de aarde plaatst haar gele gaven, – wij strijken onze hand over ver land, – over de haardos van de aardrijkskunde.

Te gaan! Vandaag! Hup, wielen, schepen, klokken – en vliegtuigen, gestaald door eindeloos daglicht – op weg naar huwelijksgeur van archipel – langs lengteassen, oogst van balen meel!

Kom, opstaan, zet je diadeem op, ga – omhoog, omlaag, ren, fluit met lucht en mij mee, – naar treinen van Arabië en Tocopilla,

zomaar vertrekken naar het verre stuifmeel, – stekende lompen- en gardeniadorpen – bestuurd door arme vorsten zonder schoenen.

Duitse schilderkunst: Memling en Dürer

De aanleiding was een documentaire-serie op tv. Een dochter gaat op zoek naar de plaatsen waar haar moeder werd grootgebracht. Dat was vooral Duitsland. Eerst wonend in het Duitse deel van Polen, daarna verdreven naar het oosten van het huidige Duitsland. Eerst zuchtend onder het juk van de Nazi’s, toen onder de voet gelopen door de Russen. Vervolgens terecht gekomen in Oost-Duitsland. Daar was je vijand als je besloot geen communist te zijn, zoals haar familie deed.

Al kijkend en luisterend vroeg ik me af wat ik eigenlijk van de Duitse geschiedenis wist. Hoe die zich voltrokken heeft en waarom het een Europese grootmacht is geworden. Van de geschiedenis waarin ik me zelf beweeg, weet ik wel wat. Ook van de Eerste en Tweede Wereldoorlog is er (bescheiden) kennis, maar alles wat zich daarvoor heeft afgespeeld, wordt bij mij het beeld diffuser en duister.

De nieuwsgier slaat toe. Terwijl wij in de Lage Landen bezig waren met onze 80-jarige oorlog tegen het katholieke Spanje, gebeurden er vergelijkbare dingen bij onze (Ooster)buren. Ook in Duitsland was er de strijd tussen katholieken (zuidelijk deel van het Duitse Roomse Rijk – Karel de Vijfde) en protestanten. Luther komt uit Duitsland! Met zijn gedachtegoed knaagt hij aan de macht van de paus. Maar niet alleen dat: Luther legde de nadruk op de begrijpelijkheid van het Schrift voor alle gelovigen en vond dat alle gelovigen verantwoordelijk waren voor het bestuur van de Kerk. De Bijbel werd door Luther vertaald in het Hoog-Duits. De boekdrukkunst zorgde voor brede verspreiding van het Woord.

Met die opvattingen kwam het gezag ter discussie. Daarnaast was er de emancipatie van de lage adel en de boeren, die zich door de hoge adel en de stadsbourgeoisie in het nauw gedrukt voelden. Kortom, een roerige tijd die ook uitmondde in een oorlog, die 4 periodes kende, 30 jaar zou duren en waarmee zich Denemarken, Zweden en Frankrijk zouden bemoeien.

Iets opmerkelijks werd me bij het lezen gewaar: In de 15-de en begin 16-de eeuw vindt bij onze Oosterburen hun Gouden Eeuw plaats. Tenminste op cultureel gebied en vooral in de schilderkunst, zo blijkt: Cranach, Holbein, maar vooral Memling en Dürer zijn daarvan de voorbeelden.

Waar Memling religieuze thema’s verwereldlijkt en zijn werk uitblinkt in serene verfijning, blijkt Dürer de zoekende humanistische geest. Dürer wil de wereld precies en rationeel weergeven. Daarmee vertegenwoordigen deze twee kunstenaars mooi de tijd waarin ze leven: hernieuwd geloof, opkomend humanisme en metafysische angst.

In de tijden daarna gevolgd door een meer visuele weergave van die innerlijke verdieping van de mens. Die krijgt in Duitsland daarna zijn weerslag in een andere kunstvorm: de muziek. Bach rammelt aan de deur!

Vrouwenportretten van Memling

Vrouwenportretten van Dürer

Liegt Nabokov de waarheid?

Hoofdstuk 3 van de Wanhoop:

een jonge Nabokov met vlinder-album

Een nog jonge Nabokov met vlinder-album.

Over literatuur gesproken, daar weet ik echt alles van. Het schrijven is altijd mijn grootste hobby geweest. Als kind wrochtte ik verzen en gecompliceerde verhalen. (..) ; neen, zoals ik zei, ik componeerde duistere verzen en gecompliceerde verhalen, waarin ik gruwelijk meedogenloos en zonder enige reden de kennissen van mijn ouders over de hekel haalde. Maar ik schreef ze niet op, die verhalen, ik sprak er ook met niemand over. Er ging geen dag voorbij zonder dat ik een leugen vertelde. Ik loog als de nachtegaal zingt, buiten mezelf van genot, alles om me heen vergetend; zwelgend in de nieuwe harmonie die ik tot leven bracht. Die zoete leugens werden door mijn moeder bestraft met oorvijgen, mijn vader ranselde me af met een rijzweep die ooit een bullepees was geweest. Dat bracht me niet van mijn stuk; integendeel, gaf mijn dagdromen een nog hoger vlucht. Met een gloeiend oor en brandende billen lag ik op mijn buik tussen het onkruid in de boomgaard, fluitend en dromend.