Hans Lodeizen maakte zich met moeite alleen

Ik heb mij met moeite alleen gemaakt

ik heb mij met moeite alleen gemaakt.

je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat – het zoveel moeite kost alleen te zijn als – een zon rollende over het grasveld

neem dan – vriend! – de mieren waar – wonend in hun paleizen als een mens – in zijn verbeelding-;  wachten zij op regen en – graven dan verder: het puur kristal is hen zand geworden.

in het oog van de nacht woon je als een merel, – of als een prins in zijn boudoir: de kalender – wijst het zeventiende jaar van Venetië en – zachtjes, zachtjes slaan zij het boek dicht.

kijk! je schoenen zijn van perkament

o – mijn vriend – deze wereld is niet de echte.

Uit: Het innerlijk behang en andere gedichten, 1952 Van Oorschot, Amsterdam

De buigzaamheid van het verdriet

in een wereld van louter plezier – kwam ik haar tegen, glimlachend, – en ze zei: wat liefde is geweest – luister ernaar in de bomen – en ik knikte en we liepen nog lang – in de stille tuin.

de wereld was van louter golven – en ik zonk in haar als een lijk – naar beneden en het water sloot – boven mijn hoofd en even – voelde ik een vis langs mij strijken – in de stille zee.

dag zeg ik tegen haar dag kom – ik je nog eens tegen, glimlachend – maar de wind blies weg – haar gezicht in het water – en ik knikte en ik werd onzichtbaar – in het stille leven.

Uit: Het innerlijk behang en andere gedichten, 1952 Van Oorschot, Amsterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s