De dood in 100 Jaar Eenzaamheid

aureliano buendia

Santa Sofia de la Piedad hield op met wat ze aan het doen was in de keuken en rende naar de voordeur.

‘Het is een circus!’, riep ze.

In plaats van dat hij naar de kastanjeboom ging, liep ook kolonel Aureliano Buendia naar de voordeur en mengde zich onder de nieuwsgierigen die de optocht gadesloegen. Hij keek naar een in goud uitgedoste vrouw op de nek van een olifant. Hij keek naar een mistroostige dromedaris. Hij keek naar een als Hollands boerinnetje verklede beer die met een grote lepel en een braadpan de maat aangaf van de muziek. Hij keek naar de clowns die kopjeduikelden in de achterhoede van de optocht en tenslotte keek hij weer in het gezicht van zijn eigen ellendige eenzaamheid, toen eenmaal alles voorbijgetrokken was en er niets anders restte dan de zondoorlichte ruimte van de straat en de lucht vol vliegende mieren en een paar toeschouwers die terugschrokken voor de afgrond van hun eigen besluiteloosheid. Toen ging hij naar de kastanjeboom, denkend aan het circus, en terwijl hij urineerde probeerde hij aan het circus te blijven denken, maar hij kon de herinnering al niet meer terugvinden. Hij trok zijn hoofd tussen zijn schouders, als een haantje, en bleef roerloos staan met zijn voorhoofd tegen de stam van de kastanje. De familie bemerkte het pas de volgende dag om elf uur, toen Santa Sofia de la Piedad het huisvuil op de belt achter de patio ging gooien en het haar opviel dat de gieren naar beneden kwamen.

Uit: Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid, vertaald door C.A.G. van den Broek, Meulenhoff Amsterdam, 1972

Advertenties

BP: João Cabral de Melo Neto

cabral de melo netoJoão Cabral de Melo Neto (1920-1999), geboren in Recife, hoofdstad van de staat Pernambuco. Ziekelijke jeugd, onvoltooide schoolopleiding, carrière-diplomaat. Werkte als diplomaat in Dakar, Senegal. Hoewel qua tijdsfase behorend bij de Braziliaanse generatie van 1945 (tegen het Modernisme), is zijn werk in meerdere fasen op te delen. Hij werd baanbrekend voor volgende generaties. Zijn werk is licht surrealistisch maar wordt vooral bepaald door een basale toon waarin beelden belangrijk zijn. Zijn gedichten weren zich tegen sentiment, irrationalisme en demystificeren bestaande mythes. “Het menselijke moet in de spreektaal te vinden zijn.”  Zijn allereerste werken zijn vooral sociale aanklachten tegen de omstandigheden van de allerarmsten. Later werk wordt vooral beïnvloed door de vergelijkingen van de Braziliaanse omstandigheden met die op het Iberisch schiereiland.

Zijn beeld van de wereld wordt bepaald door zijn herkomst: de droogte en dorheid van het Braziliaanse noordoosten. De geit is zijn symbool voor een sobere manier van leven. Rationaliteit en verbeeldingskracht gaan samen. De werkelijkheid is een concreet gegeven, te omschrijven en te ontsluieren. Dat is zijn taak.

Pernambukanischer Friedhof

(Unsere Liebe Frau vom Licht)

In dieser Erde ruht niemand. / Man wird auch vergeblich vermissen, / dass ein Fluss im Fluss ruht. Auch / das Meer ist kein Friedhof von Flüssen.

Keiner der hiesigen Toten / kommt bekleidet mit einem Sarg. / Daher werden sie nicht begraben, / sie werden im Boden verscharrt.

Sie kommen in Verandenhängematten, / dem Regen ausgesetzt und der Sonne. / Sie bringen ihre eigenen Mücken mit. / Wie ein Handschuh passt ihnen den Boden.

Tot wie sie an der frischen Luft waren, / sind sie es heute in der frischen Erde. / Und gehören derart zur Erde, dass die Erde / ihren Einbruch nicht merkt.

1955

Lieblingsdinge, Recife

Verschiedene Dinge reihen sich in der Erinnerung / auf einem Wandbord ein mit der Aufschrift: Recife, / Dinge wie Lieblingsdinge der Erinnerung, / Dinge und zugleich Inhaltsverzeichnis; / und als Inhaltsverzeichnis dicht, deutlich, / leserlich, in ihren einfachen Formen.

Einige, und ausser den schon gezählten: / der Formstein Kristall Nummer Vier; / die Pflastersteine einiger Strassen / von anmutigen Linien, doch rauher Narbe; / die Giebel der Dächer, scharfe Kanten / wie gleichfalls zum Schneiden, Dächer überhaupt; / die Häuser, umbrochen als Liederbuch, / mehrere Spalten pro Buchblatt, gedruckt. / (Lieblingsdinge, Moduln festlegend: / so der schlanke Umriss zweistöckiger Häuser.)

1965

Erziehung durch den Stein

Eine Erziehung durch den Stein: durch Lehren; / um von Stein zu lernen, mit ihm zu verkehren, / seine unpathetische, unpersönliche Stimme einzufangen / (mit der Ausdrucksweise beginnt er den Unterricht). / Die Lehre der Moral, seine kalte Widerstandskraft / gegen das Fliessende und das Fliessen, das Geformtwerden, / die der Poetik, seine konkrete Fleischigkeit, / die der Ökonomie, sein kompaktes Sich-Verdichten: / Lehren des Steins (von aussen nach innen, / stumme Fibel) für den, der sich buchstabieren will.

Eine zweite Erziehung, durch den Stein: im Sertão / (von innen nach aussen, und vordidaktisch). / Im Sertão versteht der Stein nicht zu unterrichten, / und unterrichtete er, er würde nichts lehren; / dort lernt man nicht den Stein: dort beherbergt / der Stein, ein Stein von Geburt, die Seele.

1965

Alzheimer en de Taal der Liefde

liefdestaalIk wil van de gelegenheid gebruik maken een lans te breken voor een waardevol en praktisch boekje: De magische wereld van Alzheimer, 30 tips voor meer begrip en tevredenheid. Schrijver is Huub Buijssen (1953), die klinisch psycholoog, gezondheidszorg-psycholoog en psycho-gerontoloog is.

De kans dat je te maken krijgt in je directe omgeving met Alzheimer is bijna 100%. Ouders, die steeds ouder worden, maar ook familie en vrienden overkomt het. Alzheimer is de ziekte van het verdwijnen. Alles wat je wist, je je kon herinneren of waarop je zekerheden zijn gebouwd, verdwijnt in de mist van het vergeten, niet meer herinneren of niet meer in staat zijn verbanden te leggen die daarvoor zo vanzelfsprekend waren.

Buijssen duidt het probleem waarmee we vroeg of laat te maken krijgen: ‘Een moeder kan voor wel twaalf kinderen zorgen, maar twaalf kinderen moeten alle zeilen bijzetten om voor één moeder te zorgen.’

Wat je dan kunt doen, is zoveel mogelijk over dementie te weten te komen. In die fase bevind ik me. Het boekje is praktisch, herkenbaar, leesbaar, nuttig, geestig en liefdevol geschreven.

Van die nuttigheid een voorbeeld. Het hoofdstuk heet: Behoefte aan liefde blijft! en meldt dat de moeder van de schrijver nog steeds verliefd wordt. Voor Buijssen reden om nog eens de vijf manieren op de rij te zetten om liefde over te brengen. De vijf liefdestalen zogezegd.

  • geven van quality time: u geeft echte, ongedeelde aandacht. U heeft samen momenten en bent echt bij elkaar. U praat met elkaar zonder dat de tv aanstaat. U maakt een wandelingetje samen of een autoritje.
  • bemoedigende of lieve woorden zeggen: de taal van de welgemeende complimenten en woorden die genegenheid uitdrukken.
  • cadeaus geven: het gaat om het geven van geschenken. Die symboliseren dat u aan de ander dacht toen deze niet bij u was. U heeft moeite gedaan de ander te verassen.
  • dienen of hulpvaardigheid betrachten: een kop koffie inschenken; een lekkende kraan repareren of een kamer stofzuigen kan een bewijs van liefde zijn. Alles wat u doet om het leven van de ander te vergemakkelijken of te veraangenamen, kan de ander een oppepper geven.
  • lichamelijke aanraking: de taal van het lichaam. De handen van de ander vasthouden; knuffelen, aanraken of een kus geven drukken liefde uit.

U ziet: liefde geven is helemaal niet zo bijzonder of ingewikkeld. Maak er uw eerste natuur van!

Uit: Huub Buijssen De Magische Wereld van Alzheimer, 30 Tips voor meer begrip en tevredenheid, Spectrum Houten Antwerpen 2011

Willem Witsen: veelkunner

Willem Arnoldus (Willem) Witsen (Amsterdam, 1860 – 1923) Nederlands schilder, tekenaar, etser, fotograaf en schrijver. Hij kwam uit de welgestelde regenten-familie Witsen.

Willem Witsen was een zoon van de graficus Jonas Jan Witsen. Van 1876 tot 1884 studeerde hij aan de Rijksakademie van beeldende kunsten. In die periode was hij bestuurslid van de kunstenaarsvereniging Sint Lucas. In 1881 verbleef hij samen met Piet Meiners korte tijd in Antwerpen. In 1885 richtte hij de Nederlandsche Etsclub op.

Hij behoorde tot de Tachtigers, een groep jonge kunstenaars met grote artistieke en zelfs politieke invloed in de jaren tachtig van de 19e eeuw. Hij publiceerde onder pseudoniem in het letterkundige tijdschrift De Nieuwe Gids en steunde het maandblad financieel. Schilders als George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Eduard Karsen en Jan Veth en schrijvers als Lodewijk van Deyssel, Albert Verwey, Hein Boeken en Herman Gorter behoorden tot zijn directe vriendenkring. Hij was vooral goed bevriend met de dichter Willem Kloos, die een aantal gedichten aan hem opdroeg in De Nieuwe Gids van oktober 1888.

Van 1888 tot 1891 verbleef Witsen in Londen. Hier zag hij het werk van James McNeill Whistler. Zijn prenten van Dordrecht maakte hij naar schetsen vanuit een bootje. In 1899 keerde hij terug naar Amsterdam.

willem witsen -1willem witsen -2willem witsen -3willem witsen -4willem witsen -5willem witsen -6

Bron: wikipedia

Joost Zwagerman over locatie, werkelijkheid en verbeelding

zwagermanDe onlangs overleden schrijver Joost Zwagerman heeft niet alleen romans geschreven. Hij was ook essayist. Ik lees zijn verhandelingen over literatuur, kunst en cultuur met plezier.

In zijn boek Transito probeert Zwagerman zijn geboortestad Alkmaar een plek in de literatuur te gunnen. Bij gebrek aan voorbeelden uit de Nederlandse letteren valt hij terug op zijn eigen werk, want daarin heeft Alkmaar wel een plek. In zijn essay ‘Tussen droom en daad in Dubbelstad’ komt hij tot een bekentenis als schrijver.

Mijn reservoir aan ervaringen in en herinneringen aan de stad is groot, heel groot. Dat kan ook niet anders als je er de eerste achttien jaar van je leven hebt doorgebracht. Aan dat reservoir kan ik inmiddels een tweede hoeveelheid toevoegen, die van de fictionele voorvallen die ik heb beschreven, in Vals licht, maar ook in de daarop volgende roman, De buitenvrouw. Ik heb in Vals licht niet opgeschreven wat ik heb beleefd, maar ik weet nog dat ik mij bij het schrijven (..) zó intens heb beziggehouden met de denk- en gevoelswereld van (hoofdpersoon) Simon Prins dat het bijna is alsof ik daardoor niet alleen heb verzonnen maar ook heb doorleefd wat ik hem laat meemaken. Dus zijn Simons ervaringen in zekere zin de mijne geworden, en leiden ze een parallel bestaan naast mijn feitelijke levensloop. Het opmerkelijke is dat sommige van de verzonnen en nadien doorleefde ervaringen en herinneringen in helderheid en intensiteit niet onderdoen voor de dingen die ik werkelijk heb meegemaakt. Verbeelding en werkelijkheid zijn in mijn geheugen een ingrijpende alliantie aangegaan.

Uit: Joost Zwagerman, Transito, Uitgeverij De Arbeiderspers Amsterdam, 2006

Hafid Bouazza geeft geboorte aan zijn hoofdpersoon

Hafid Bouazza

Hafid Bouazza foto: Duco de Vries/Hollands Hoogte

‘Mijn kind, mijn kind,’ fluisterde zij huilend, ‘mijn kind, ik zal je niet verlaten.’ En zij bleef dit herhalen en voordat ze stierf, zei zij iets wat (de tweeling) Cheira en Heira niet goed verstonden, iets wat eindigde op ‘blijven’ of ‘schrijven’.

(..)

Er heerste een volmaakte stilte, de baby ademde snel, de tweeling sloot Mammoera’s ogen, en nadat zij het kind met moeite hadden losgerukt uit haar stramme omarming, legden zij het op schoot en ze lieten hun hoofd rouwend hangen.

Mammoetra werd onder de vijgenbomen begraven. In de avonden bezocht een uil het graf en hij liet er zijn monotone elegie horen. Cheira en Heira namen de zorg voor het kind op zich, zoals zij haar hadden verzorgd. Zij noemden hem Baba Beloek, naar zijn vader en grootvader. Hij werd gezoogd en kreeg veertig dagen lang harmal te drinken om aan te sterken en ongestoord te slapen. Zij smeerden henna op zijn handpalmen opdat zijn nagels niet zouden groeien, kleurden zijn oogleden met indigo tegen het boze oog, een amulet met harmal werd om zijn halsje gelegd tegen woutermannen en de moeders van de nacht, en in zijn oor hingen zij een koperen ring, nogmaals tegen het boze oog. Maar het zou een kind worden dat gevoelig was voor de geruchten en het morkelen van duisternis en dal. De vallei Abqar was nu eenmaal bezeten.

Uit: Hafid Bouazza, Paravion, 2004, Prometheus Amsterdam

Tijd en Ruimte: een vierde dimensie

de goya en de tijd

Francisco de Goya: de tijd verslindt haar kinderen

Twee schilderijen en een muziekstuk: wat is hun relatie? Dat ze zich bezighouden met tijd en ruimte.

De Goya schilderde een gruwelijk beeld van Kronos (zoon van hemel en aarde) die zijn eigen kinderen verslindt en daarmee de tijd laat beginnen.

Joseph Haydn’s 101-ste symfonie staat bekend als de klok-symfonie. Het stuk werd in 1793 of 1794 geschreven door de Oostenrijkse componist in Engeland, na twee bezoeken aan London. Het publiek was enthousiast over deze symfonie en gaf al snel de bijnaam: kloksymfonie aan het stuk. Men vond de delen waarin fagot en strijkers tegen elkaar opgaan, op het tikken  van de klok lijken.

dali en de tijd

Salvador Dalí: het uiteenvallen van de volharding van de herinnering

De slappe klokken in het schilderij van Dalí zijn een verbeelding van de betrekkelijkheid van tijd. Een verwijzing naar de theorieën van Albert Einstein en zijn relativiteitstheorie. In het werk van Einstein was Dalí nogal geïnteresseerd. Dalí verbeeldt dat tijd alle betekenis moet verliezen. De weke klokken tegenover de enige in tact gebleven klok (linksonder), die echter weer door mieren bezet wordt = vuilnis = vergankelijkheid.

 

 

H-vrouw: PJ Harvey

PJ Harvey Albums From Worst To Best