Hafid Bouazza geeft geboorte aan zijn hoofdpersoon

Hafid Bouazza

Hafid Bouazza foto: Duco de Vries/Hollands Hoogte

‘Mijn kind, mijn kind,’ fluisterde zij huilend, ‘mijn kind, ik zal je niet verlaten.’ En zij bleef dit herhalen en voordat ze stierf, zei zij iets wat (de tweeling) Cheira en Heira niet goed verstonden, iets wat eindigde op ‘blijven’ of ‘schrijven’.

(..)

Er heerste een volmaakte stilte, de baby ademde snel, de tweeling sloot Mammoera’s ogen, en nadat zij het kind met moeite hadden losgerukt uit haar stramme omarming, legden zij het op schoot en ze lieten hun hoofd rouwend hangen.

Mammoetra werd onder de vijgenbomen begraven. In de avonden bezocht een uil het graf en hij liet er zijn monotone elegie horen. Cheira en Heira namen de zorg voor het kind op zich, zoals zij haar hadden verzorgd. Zij noemden hem Baba Beloek, naar zijn vader en grootvader. Hij werd gezoogd en kreeg veertig dagen lang harmal te drinken om aan te sterken en ongestoord te slapen. Zij smeerden henna op zijn handpalmen opdat zijn nagels niet zouden groeien, kleurden zijn oogleden met indigo tegen het boze oog, een amulet met harmal werd om zijn halsje gelegd tegen woutermannen en de moeders van de nacht, en in zijn oor hingen zij een koperen ring, nogmaals tegen het boze oog. Maar het zou een kind worden dat gevoelig was voor de geruchten en het morkelen van duisternis en dal. De vallei Abqar was nu eenmaal bezeten.

Uit: Hafid Bouazza, Paravion, 2004, Prometheus Amsterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s