De dood in 100 Jaar Eenzaamheid

aureliano buendia

Santa Sofia de la Piedad hield op met wat ze aan het doen was in de keuken en rende naar de voordeur.

‘Het is een circus!’, riep ze.

In plaats van dat hij naar de kastanjeboom ging, liep ook kolonel Aureliano Buendia naar de voordeur en mengde zich onder de nieuwsgierigen die de optocht gadesloegen. Hij keek naar een in goud uitgedoste vrouw op de nek van een olifant. Hij keek naar een mistroostige dromedaris. Hij keek naar een als Hollands boerinnetje verklede beer die met een grote lepel en een braadpan de maat aangaf van de muziek. Hij keek naar de clowns die kopjeduikelden in de achterhoede van de optocht en tenslotte keek hij weer in het gezicht van zijn eigen ellendige eenzaamheid, toen eenmaal alles voorbijgetrokken was en er niets anders restte dan de zondoorlichte ruimte van de straat en de lucht vol vliegende mieren en een paar toeschouwers die terugschrokken voor de afgrond van hun eigen besluiteloosheid. Toen ging hij naar de kastanjeboom, denkend aan het circus, en terwijl hij urineerde probeerde hij aan het circus te blijven denken, maar hij kon de herinnering al niet meer terugvinden. Hij trok zijn hoofd tussen zijn schouders, als een haantje, en bleef roerloos staan met zijn voorhoofd tegen de stam van de kastanje. De familie bemerkte het pas de volgende dag om elf uur, toen Santa Sofia de la Piedad het huisvuil op de belt achter de patio ging gooien en het haar opviel dat de gieren naar beneden kwamen.

Uit: Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid, vertaald door C.A.G. van den Broek, Meulenhoff Amsterdam, 1972

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s