Film in 100 jaar eenzaamheid

the-moviesZe raakten diep verontwaardigd over de bewegende beelden die Don Bruno Crespi, nu een welvarend zakenman, in het theater met de leeuwenmuil-loketjes op het doek wierp, omdat een persoon die na de ene film dood en begraven was en om wiens tegenspoed men smartelijke tranen had gestort, in de eerstvolgende film weer opdook, springlevend en wel en dan veranderd in een Arabier. Het publiek, dat twee centavo betaalde om de wederwaardigheden van de helden te mogen delen, nam deze ongehoorde zwendel niet en sloeg de zitplaatsen kort en klein. Op aandringen van Don Bruno Crespi legde de burgemeester in een openbare bekendmaking uit, dat de bioscoop slechts een zinnebeeldig toestel was dat de ongebreidelde hartstochten van het publiek niet verdiende. Na deze ontmoedigende verklaring geraakten de meeste mensen tot de overtuiging dat ze het slachtoffer waren geworden van een nieuwe, omslachtige zigeunerstreek en ze besloten niet meer naar de bioscoop te gaan, aangezien ze aan hun eigen zorgen al genoeg hadden om ook nog te gaan huilen over de verzonnen ellende van niet bestaande wezens.

Uit: Gabriel  García Márquez Honderd jaar eenzaamheid, Vertaald door C.A.G. van den Broek, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Jazzdicht: Thelonius Monk en Lucebert

Dichter Lucebert was een jazzliefhebber en Thelonius Monk was één van de jazzmusici die hij zo bewonderde dat hij er een gedicht aan waagde.

Monk

de duizelingwekkende mandarijn beveelt / afbraak van het porseleinen paleis / wulpse slaven slopen terwijl hij / in zijn jaden grot zich hinnikend inspint

Met dank aan Remco Campert voor het idee (VK, 16 april 2016)

Martinus Nijhoff: het kind en ik

martinus nijhoff

Ik zou een dag uit vissen, / ik voelde mij moedeloos. / Ik maakte tussen de lissen / met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden / uit de zwarte spiegelgrond. / Ik zag een tuin onbetreden / en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel / te schrijven op een lei. / Het woord onder de griffel / herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven, / zonder haast en zonder schroom, / al wat ik van mijn leven / nog ooit te schrijven droom.

En tekens als ik even / knikte dat ik het wist, / liet hij het water beven / en het werd uitgewist.

Uit: Nieuwe gedichten, 1934, Bert Bakker Amsterdam

Remco Campert over De Liefde

Remco-Campert-BALKSchrijver / dichter Remco Campert boog zich onlangs over dat universele thema De Liefde. De Liefde in de dichtkunst. Hij haalde Shakespeare aan, maar ook Bernd G. Bevers en Hugo Claus.

Het werd pas echt leuk toen hij over zijn eigen ervaringen met De Liefde begon.

De mens moet door veel verliefdheden heen om die staat (die waarin verliefdheid gestolde liefde is geworden) te bereiken. Ik heb er ervaring mee. Mijn verliefdheden brachten het nooit tot liefde. Als ik verliefd was, wilde ik trouwen, dan was dat gebeurd en hoefde ik me geen zorgen te maken. Zo bleven mijn gevoelens steken in een onvolwassen toestand, de pubertijd van het hart. Nu is de liefde alweer geruime tijd in goede handen bij me, de liefde door dik en dun, rijk of arm. Wie de liefde ervaart, kent geen armoe.

Ach, wat weet ik eigenlijk van de liefde. Het is allemaal wijsneuzerij. Het woord is te groot en ook een winter zonder haar wordt overleefd. Mijn gedachten worden harrewarrig. Dat is een woord dat mijn leven en mijn verliefdheden heeft gekenschetst. De liefde, vertel me nog meer; en blijf vertellen.

(..)

De krant is de wereld die niet oplet en geliefden denken dat zij de belangrijksten zijn en dat het onbegrijpelijk is dat men dat niet inziet. In winter of zomer is er de liefde die ons warm houdt en ons beschermt tegen de euvele wereld.

Uit: Remco Campert over De liefde in De Volkskrant, 9 april 2016.

Het strand in de cinema

Wie van symboliek houdt (zoals ik) kan in de cinema zijn hart ophalen. Ervan uitgaande dat elke seconde film door de filmmaker bedacht en bedoeld is, is de film een verzamelplaats van verwijzingen naar andere thema’s. Film lijkt op de werkelijkheid maar is gelogen werkelijkheid.

Er zijn allerlei thema’s die regelmatig opduiken in de film. Eén daarvan: het strand. In bijgaande franstalige clip (ik waarschuw: ook zonder ondertiteling is het te volgen, geef uw ogen de kost) aandacht voor de uitwerking van dat thema.

Ida G.M. Gerhardt: de ratten

ida-gerhardt’s Nachts hoorden wij in ’t holle huis / de ratten rennen langs de binten. / Zij scheurden spaanders van de plinten; / in kasten viel de kalk tot gruis.

De Rotte gistte van bederf. – / Uw fierheid heeft geen kamp gegeven: / ge hebt het vaal gespuis verdreven, / nòg: de boerin op eigen erf.

Maar later, ’s nachts in het gewelf / der kelders hoorden wij u vloeken; / uw bezem bonkte – in lege hoeken: / De ratten zaten in uzelf.

Uit: Ida G.M. Gerhardt: Het levend monogram, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1955

Irina Ruppert: herinneringen

Irina Ruppert geboren in Aktjubinsk, Kazachstan. Toen ze 8 jaar oud was, migreerde haar familie naar Duitsland. Ze behaalde haar universitaire graad aan de Hamburgse universiteit van Toegepaste Wetenschappen in design en fotografie. Sinds 2004 is ze lid van het fotografen agentschap Laif. Momenteel geeft ze les aan de Universiteit in Hamburg, waar ze zelf haar opleiding kreeg. En aan de Berliner Technische Kunsthochschule.

De foto’s tonen het resultaat van een zoektocht naar haar wortels in Kazachstan. Ze keerde er terug op zoek naar verloren gegane beelden uit haar jeugd.

irina ruppert-1irina ruppert-2irina ruppert-3irina ruppert-4irina ruppert-5irina ruppert-6

In Koelen Bloede, Truman Capote

in cold blood

Zoals de grote meerderheid van de Amerikaanse mannen van de wet, is Dewey ervan overtuigd dat de doodstraf een afschrikwekkend middel is tegen gewelddadige misdrijven, en als die straf ooit was verdiend, vond hij, dan wel in dit geval. De voorafgaande terechtstelling had hem niet van streek gebracht, hij had nooit veel gevoel voor Hickock, die in zijn ogen ‘een kleine oplichter was die te hoog had gegrepen, een waardeloos leeghoofd’. Maar Smith wekte, hoewel hij de eigenlijke moordenaar was, heel andere reacties bij hem op, want Perry had iets, een hoedanigheid – iets van een verdoold dier dat zich gewond voortsleept, wat de rechercheur niet kon negeren. Hij moest denken aan zijn eerste ontmoeting met Perry in de verhoorkamer op het hoofdbureau van politie in Las Vegas – het dwergachtige kindmannetje op de stalen stoel met zijn kleine gelaarsde voeten die de grond net niet raakten. En toen Dewey zijn ogen opendeed, was het dat wat hij zag: dezelfde opwippende, bungelende kindervoeten.

Uit: Truman Capote, In koelen bloede, Het ware verhaal van een meervoudige moord en zijn gevolgen, Vertaald door Thérèse Cornips,  Uitgeverij Rainbow, Amsterdam ism Uitgeverij de Arbeiderspers, Amsterdam, 2014.

Opmerkelijk: 100-jarigen en optimisme

2605Zzeeman_239301a

Voor de onlangs overleden gids in boekenland Wim Brands, las ik de kritieken en essays van Michaël Zeeman. In 1999 besprak hij het boek Centarians van de Amerikaanse journalist Bernard Edelman. Edelman zocht voor dit boek 100-plussers (honderdjarigen en ouder) op, interviewde ze over hun leven  en noteerde hun persoonlijke verhalen. Kleine geschiedenissen van het alledaagse tegenover de grote geschiedenis, want daar hadden ze nadrukkelijk ook mee van doen.

Van Immigratie, via de Eerste Wereldoorlog, de Spaanse griep, de Crisisjaren, naar de Tweede Wereldoorlog en de Welvaartsexplosie. Die kleine geschiedenissen laten ook wat algemene noemers zien. Zo ervaren alle 100-plussers de sociale voorzieningen als een geweldige verbetering in hun leven.

Wat ze ook gezamenlijk hebben is hun optimisme, aldus Zeeman. Het boek is zelfs een pleidooi voor optimisme.

Het optimisme dat de honderdplussers beklemtonen is in veel gevallen een reeds op jeugdige leeftijd door hen zelf aangenomen optimisme.

Een algemene noemer is ook dat de meeste 100plussers de crisis van de dertiger jaren als een penibele tijd hebben gezien. Maar de meesten hebben die tijd overleefd door optimisme in combinatie met gemeenschapszin, doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid. Ter lering ende vermaak.

Maar het kan verkeren. Zoals het verhaal van ene Dirk Struik aantoont. Dirk woonde in Rotterdam, was wiskundige, en trok in 1926 naar de VS. Dirk had communistische sympathieën en dat werd in de jaren ’50 in de VS een moeilijke zaak. Hij had het zwaar maar overleefde deze storm. Zijn broer had minder geluk. Deze ging liever naar Rusland. Daar viel hij in handen van de Nazi’s, werd opgesloten in een kamp, kwam vrij maar werd gedreven naar de kust, stapte aan boord van een schip en voer de Oostzee op. Hij kwam op 3 mei 1945 om bij een bombardement van de RAF dat het schip trof waar hij aan boord was.

De broer van Dirk was constant op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Dirk zelf, op het goede moment op de goede plek. Geluk?

Uit: Michaël Zeeman, Aan mijn voormalig vaderland, De beste essays en kritieken, samengesteld door Maarten Asscher, Maarten Doorman en Willem Otterspeer, 2010, Bezige Bij, Amsterdam

Graveur Francesco Bartolozzi

Francesco Bartolozzi (Florence, 1727 – Lissabon, 1815) Italiaans schilder en graveur die voornamelijk in Engeland werkzaam is geweest.

Bartolozzi was de zoon van een goud- en zilversmid, die hem ook in het vak opleidde. Hij toonde echter al op jonge leeftijd aanleg voor de beeldende kunsten. Hij bezocht de Accademia di Belle Arti in Florence, waar hem door Ferretti en Hugford de teken- en schilderkunst werd bijgebracht. Hier sloot hij een vriendschap met de schilder en graveur Giovanni Cipriani die zijn leven lang zou duren en van wiens werk hij talloze gravures maakte. Hoewel Bartolozzi een bekwaam miniatuurschilder was, die ook werkte in pastel en aquarel, legde hij zich al spoedig toe op de graveerkunst.

francesco bartolozzi-1francesco bartolozzi-2francesco bartolozzi-3francesco bartolozzi-4francesco bartolozzi-5francesco bartolozzi-6Van 1745 tot 1751 studeerde hij bij de Venetiaanse graveur Joseph Wagner. Hij trouwde er, vertrok voor enige tijd naar Rome, waarna hij terugkeerde naar Venetië. Zijn roem groeide snel en in 1764 vertrok hij op uitnodiging van de bibliothecaris van koning George III naar Engeland, waar hij al spoedig tot officieel graveur aan het hof werd benoemd en mede-oprichter en lid werd van de Royal Academy of Arts.

Bartolozzi was zeer productief en leverde duizenden werken af. Hij maakte vaak gebruik van de in Frankrijk ontwikkelde ‘stippeltechniek’ en wist deze op eigen wijze te vervolmaken en de reproductie van de werken te verbeteren. Hij excelleerde in de weergave van de menselijke anatomie.

In 1802 vertrok hij naar Lissabon, waar hij directeur werd van de plaatselijke Academie.

Bron: Wikipedia