Herman van den Bergh: Sabbath

1917_Bergh, Herman van den_De boog (1969)

Dien dag heerschte licht op de bergen; daaronder / sprongen de waters als dartel metaal, / terwijl hoog in vuurhemels vlammenzaal / alle teekens zich schaarden tot een wonder

Zesmalen had hij de hand gewend, zesmaal / baarde de vruchtbare ruimte; de donder / der schepping rolde zesmalen, zonder, / dat ’t tot een rust kwam in zijner palme’ ovaal.

Toen zweeg de wereld. Bergen, lichtbeheerscht, / zwegen mèt den korzlen stuifslag der stroomen. / Over de zwarte bosschen boog een gebaar / dat uit de teelaarde scheen opgekomen. / Zes dagen werden hun tegenstander gewaar:

Sabbath! – een dichter rustte voor het eerst.

Herman van den Bergh (1897 – 1967)

Uit: De Boog, 1917, Verzamelde gedichten, 1954, A.A.M. Stols, ’s Gravenhage

Mario Avati doet in zwarte kunst

Mario Avati, graficus en boek-illustrator, geboren in Monaco in 1921. Studeerde aan de École des Arts Decoratifs in Nice en de École nationale supérieure des Beaux-Arts in Paris. Experimenteerde met de technieken etsen en waterkleuren in 1947 maar vanaf 1957  werkte hij alleen nog maar met mezzotint als techniek. Internationaal geldt hij als meester op dit gebied.
Avati maakte meer dan 400 prenten en illustreerde 6 deluxe edities van boeken met de mezzotint-techniek. Zijn werk was op talloze solo en groeps-exposities te zien in musea en galerieën wereldwijd. Ontving talloze prijzen en was lid van de Society van Franse schilders en etsers. Zijn werk is in meer dan 100 collecties te aanschouwen waaronder in die van het Haags Gemeentemuseum.
Mario Avati leefde en werkte in Parijs en stierf in 2009.

avati-1avati-2avati-3avati-4avati-5avati-6

Nabokov: Pnin en het plezier

Na Wanhoop is Pnin de tweede roman van Vladimir Nabokov die zich aan mijn lezend oog voltrekt. Wetenschap, literatuur, kunst en het menselijk tekort komen voorbij op een manier die lezen weer maakt tot een plezierige bezigheid.

nabokov_pnin_ukNabokov verstaat de kunst om zijn hoofdpersoon Pnin met al zijn tekortkomingen toch neer te zetten als een sympathieke gast. De schrijver haalt veel uit de kast. Veel Russische taal en literatuur om te laten zien waar zijn hoofdpersoon vandaan komt en hoeveel moeite hij heeft om zich in de VS overeind te houden. Maar ook talloze beschrijvingen om te tonen hoe klunzig zijn hoofdpersoon is. En Nabokov doet dat zo overtuigend dat je voortdurend het beeld op je netvlies hebt en daarbij moet glimlachen.

Nabokov’s stijl is uniek. Een aantal voorbeelden.

De opeenstapeling van achtereenvolgende kamers in zijn geheugen leek nu op die uitstallingen van groepjes leunstoelen en bedden en lampen en haardzitjes die, alle verschillen van plaats en tijd negerend, door elkaar staan in het zachte licht van een meubelzaak als het buiten sneeuwt en niemand werkelijk van iemand anders houdt.

of:

De organen die zijn betrokken bij het voortbrengen van Engelse spraakgeluiden zijn het strottenhoofd, het verhemelte, de lippen, de tong (de hansworst van de troep) en de onderkaak, die een niet onaanzienlijke bijdrage levert: en Pnin steunde voornamelijk op de al te energieke, ietwat herkauwende beweging van laatstgenoemde wanneer hij voor zijn studenten passages uit de Russische grammatica of een gedicht van Pushkin vertaalde.

en:

Een schrale eekhoorn schoot over een onverlicht plekje sneeuw en de schaduw van een boomstam, olijfgroen tegen het gras, werd even blauwgrijs, terwijl de boom zelf, met een levendig, krabbelend geluid, naakt de lucht inklom, waar de duiven voor de derde en laatste maal voorbijvlogen. De eekhoorn, nu onzichtbaar in de vork van de boom, kletste en schold op de misdadigers die hem uit zijn boom zouden schieten.

Zoals gezegd Nabokov haalt er veel bij. In een aantal korte hoofdstukken bijvoorbeeld worden allerlei (toen) bekende psychologische testen genoemd, beschreven en belachelijk gemaakt. Dat heeft de Russisch-Amerikaanse schrijver vaker: reeksen benoemen, beschrijven en er mee aan de haal gaan.

Nabokov geldt als een weerbarstig schrijver. Je moet wennen aan zijn unieke stijl, woordgebruik: zijn persoonlijk universum. Maar het is de moeite waard het eens te proberen. Pnin is wat dat betreft een mooie opstap omdat het een grappig boek is met een innemende hoofdpersoon.

 

Delbert Mann’s Marty (1955)

Wie zijn belangstelling voor film staaft met historie, komt soms tot verrassende ontdekkingen. Het Filmfestival van Cannes 2016 is onlangs geëindigd en leverde een verrassende winnaar op. Verrassend omdat pers en publiek andere favorieten kenden.

Voor mij reden de ranglijsten weer eens langs te gaan op zoek naar bijzonderheden. Neem 1955. De Palme d’Or werd toen gewonnen door een Amerikaanse film van een regisseur die me beiden niets zeiden. Bij Delbert Mann en zijn film Marty ging niet onmiddellijk een bel rinkelen. En toch. Verder naspeuringen leverde ook nog eens vier Oscar’s op waaronder die voor de Beste Film van 1955. En hoofdrolspelers Betsy Blair en Ernest Borgnine kregen veel prijzen en eervolle vermeldingen voor hun acteerprestatie.

Waarom al die loftuitingen toen en hebben we er nu nog nauwelijks weet van? Is dit geen klassieker? Het zal iets met de tijdgeest van doen hebben. De wereld krabbelde op na een desastreuze wereldoorlog. Er was een nieuwe wereld op te bouwen. Daar past optimisme bij. De wereld had zijn onschuld verloren. Vertrouwen in elkaar en in jezelf bleken moeizame processen.

En dan komt Delbert Mann met een film die gaat over een gewone man (in dit geval een slager) van Italiaanse komaf, die zijn zaterdagavond invulling moet gaan geven. Hij woont en werkt in de Bronx, toen nog niet de ‘hood’, maar een plek waar New York zich van zijn meest gemengde kant liet zien. Er wordt hard gewerkt en het is een drukte van belang. Marty, zoals de hoofdpersoon heet, ziet op tegen de zaterdagavond en het uitgaansvertier. Hij is niet knap en denkt dat hij geen indruk maakt op de dames. En dan ontmoet hij Clara. Ze is niet knap en verlegen. De reacties van Marty’s omgeving zijn niet mals. Ze vinden Clara sloom, onaantrekkelijk en helemaal niets voor Marty. Die besluit, ook na aandringen van zijn inwonende moeder, om Clara niet meer te zien. En dat knaagt. Heeft Marty hier een kans laten lopen?

Met dit thema en zijn uitwerking heeft Mann toentertijd veel harten geraakt, want het liep storm voor de film. En dat er veel prijzen vielen zal van doen hebben met het feit dat het verhaal aards en basaal is. De acteerprestaties van met name Borgnine droegen bij aan het succes. Toch merkwaardig dat er van deze film hoegenaamd niets is overgebleven. Ik heb ‘m even aan de vergetelheid ontrukt.

Jan G. Elburg: gelovig soms

0302hgvelburg2

Prijs de dag voor het avond is / voor je gouden verloofde het uitmaakt / voor het donkere deksel het donker maakt

prijs de dag en vertel voor het avond is / hoe het was wat er was dat het goed was / vertel het nog half gelovige oren

prijs de dag prijs de rotzooi / van ronkend blik het lawaai en de schrik / prijs de wind om de lekkende vuilniszak / prijs het licht op de stront de lonk van de lelijke / vrouw en de lik van de hond zonder haar prijs / de lucht van heet asfalt van zweet van patat

prijs een godganselijk godvergeten / goed lullig niet te vervangen leven / voor je leuterend strompelend uitgejoeld afgaat

prijs het / terwijl de lange nacht nadert / de duim nadrukkelijk je strot nadert

Uit: Gedichten 1950 – 1975, Bezige Bij, Amsterdam, 1975

Jan Veth schilderde, dichtte en gaf les

Jan Pieter Veth (Dordrecht, 1864 – Amsterdam, 1925) kunstschilder, dichter, kunstcriticus en hoogleraar kunstgeschiedenis en estheticus.

Zoon van de Dordtse ijzerhandelaar en liberale politicus Gerrardus Huibert Veth en Anna Cornelia Giltay. Van moederskant stamde hij af van het Dordtse kunstschildersgeslacht Van Strij; zijn moeder was een kleindochter van Jacob van Strij.

Veth kreeg zijn schildersopleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam. Mede-oprichter van de kunstenaarsvereniging Sint Lucas. Vanaf 1885 ging hij met de schilder Anton Mauve in het Gooise Laren werken. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Bussum.

Jan Veth is bekend geworden als portretschilder. Hij schilderde onder andere de portretten van Max LiebermannLambertus ZijlFrank van der GoesAntoon Derkinderen en vele andere tijdgenoten (waaronder diverse collega-schilders).

Daarnaast was hij dichter. Hij behoorde tot de beweging van Tachtigers en publiceerde onder meer in De Nieuwe Gids. Voor De kleine Johannes van zijn vriend Frederik van Eeden maakte hij het bandontwerp en leverde daarmee een bijdrage aan de ontwikkeling van de kunstboekverzorging in ons land.

Als buitengewoon hoogleraar in de kunstgeschiedenis en estheticus was hij verbonden aan de Rijksakademie van beeldende kunsten, Amsterdam.

jan veth-1jan veth-2jan veth-3jan veth-4jan veth-5jan veth-6

John Cimon Warburg experimenteerde met fotografische technieken

John Cimon Warburg (1867-1931) Brits fotograaf. Van welgestelde ouders, ziekelijk. Kon zich volledig wijden aan zijn liefhebberij: de fotografie. Experimenteerde met allerlei technieken. Bekwaamde zich in het gebruik van autochrome. Deelde zijn kennis en ervaringen met de leden van de Royal Photographic Society. Bekend vanwege zijn landschappen en de vele foto’s van zijn kinderen. De foto’s hieronder stammen allemaal uit het begin van de 20-ste eeuw.

Toen ik de foto’s voor het eerst voorbij zag komen, dacht ik dat de foto’s gemaakt waren langs de Franse kust. Wie zijn (vakantie)dagen wel eens slijt aan de Noord-Franse kust (Picardie, Normandie), ziet veel bekends. Het is de Britse kust en wel dat deel waarop je uitkijkt, bij helder weer, vanuit Frankrijk. Ik zeg Calais-Dover en u weet dan genoeg.

A rusty buoy, c 1908.

Saltburn Sands.The orange stall, c. 1908.

john cimon warburg-4john cimon warburg-5

Children by the breakwater, c.1908.

Joseph Conrad over de wilde medemens

Schrijver Joseph Conrad (1857-1924) leefde in de tijd van de ontdekking en uitbuiting van het Afrikaans continent. En hij maakte het als zeeman van nabij mee. Aangemonsterd bij een Belgische handelsmaatschappij lokte de rivier de Kongo, die hij als een uitdaging zag. De indrukken die hij daar opdeed maakten een blijvende indruk. Hij keerde er ziek van terug en zijn ervaringen hadden nogal invloed op zijn zwaarmoedigheid. Die ervaringen werden ook de grondslag voor zijn schrijfwerk.

Hart der Duisternis, onlangs herlezen, gaf Conrad de gelegenheid die ervaringen te verwerken. Maar boden hem ook de mogelijkheid om zijn kijk op de wereld uit te dragen. Zoals in onderstaand fragment.

heart-of-darknessDe aarde was onaards en de mensen waren… Nee, ze waren niet onmenselijk. Kijk, zie je, dat was eigenlijk het ergste nog: het vermoeden dat ze niet onmenselijk waren. Dat drong pas langzaam tot je door. Ze huilden en sprongen, tolden rond en trokken afschuwelijke gezichten: maar wat je raakte was juist het besef van hun menselijkheid – je gelijken – het besef van je verre verwantschap met dit wilde, hartstochtelijke getier. Lelijk? Ja, het was beslist lelijk, maar als je mens genoeg was, moest je jezelf bekennen dat dat lawaai toch weerklank bij je vond, dat er toch iets in zat, dat jou, die zo ver van de nacht der vroegste tijden afstond, aansprak. En waarom ook niet? De menselijke geest is tot alles in staat, omdat erin opgeslagen ligt, zowel het verleden als de toekomst. Want wat was dat daar per slot? Vreugde, angst, verdriet, toewijding, dapperheid, woede – wie zal het zeggen – maar in ieder geval de waarheid, de naakte waarheid ontdaan van de dekmantel des tijds. Laat de dwaas zich er maar aan vergapen en erbij huiveren – de mens weet ervan en kan zonder met zijn ogen te knipperen toekijken. Maar hij moet wel minstens evenveel mens zijn als die daar op de oever. Hij moet de waarheid tegemoet treden van uit zijn  eigen ware kern, zijn eigen ingeboren kracht.

Uit: Joseph Conrad, Hart der Duisternis, vertaling S.Westerdijk, uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen, 1978

BP: Ferreira Gullar

gullar ferreira

Ferreira Gullar (geboren 1930) is het pseudoniem van José Ribamar Ferreira. Hij stamt uit São Luis do Maranhão. Is schrijver, biograaf, vertaler, essayist, dichter, dramaturg en kunstcriticus. Vertrok in 1951 naar Rio de Janeiro.

Oudste van 8 kinderen. Leed onder de discipline van school. Zat vaak in de openbare bibliotheek en las veel. Schreef ook gedichten. In 1945 maakte hij een opstel over de Dag van de Arbeid. Kreeg geen lof want er zaten teveel grammaticafouten in. Ging toen grammatica studeren.

In 1964 zette hij zijn maatschappelijke betrokkenheid om in het lidmaatschap van de Communistische Partij. Moest vervolgens op de vlucht. Eerst naar Peru, later naar Argentinië.

Als journalist en kunstcriticus betrokken bij talloze tijdschriften. Schreef verhalen die consequent Rio als decor hebben. Was directeur van de cultuurstichting in hoofdstad Brasilia.

Keerde in 1971 terug naar Brazilië. Publiceerde veel verhalen, essays, toneelstukken en artikelen.

Gullar probeert het woord uit de poëzie te bevrijden. De dichter bezit het woord maar bepaalt zelf in welk raamwerk het wordt ingezet. Het woord ontdaan van zijn betekenis uit het woordenboek, de zin, de bladzijde. Het woord zelfs buiten de spraak, maar wel op een plek waar het afgezonderd zijn betekenis laat vloeien.

Die Arbeit der Wolken

Diese Veranda liegt / am Rande / des Abends. Wo Wolken arbeiten.

Der Stuhl ist nicht so trocken / und leuchtend wie / das Herz.

Nur am Rande des Abends / lässt sich der Abend / erkennen: wie die Blätter / aus grün sind und Wind, und / das Gackern des Huhns und die / Häuser unter dem Himmel: dies / vor den Augen

Und die Früchte? / Und auch die / Früchte. Deren Wachstum die / Wahrheit verändert und die Farbe / des Himmels. Ja, auch die Früchte, / die wir nicht essen werden, / machen den Abend. / (Euren / Abend, an dessen Rand ich stehe) / Es gibt indes den Abend / der Frucht. Diesen / werden wir nicht stehlen: / Abend, / an dem sich um den Ruhm bewirbt, / nicht mehr Frucht zu sein, da sie mehr / ist: zu leuchten, nicht als Stern, sondern / alle Früchte, die leuchtet. / Und der künftige Abend, da sie / brennen wird wie eine vergängliche / Fackel!

Wahrlich, verwirrend für / die Menschen ist / die Arbeit der Wolken. / Sie arbeiten nicht / über den Städten: gibt es / Wolken gibt es keine Städte: / die Wolken wissen nicht, / ob sie über unseren Köpfen / dahingleiten: wir indes wissen, dass / wir unter ihnen dahingleiten: die / Wolken glimmen, doch / nicht für das Herz der Menschen.

Abend ist, / wenn die Blätter zu gilben erwarten / und wir es beobachten. / Und das Höchste ist der weisse Vogel, der / fliegt – den wir nur sehen, weil er fliegt, / der fliegt, damit wir ihn sehen. Der Vogel, der / weiss ist, / nicht weil er es will, auch nicht / weil wir ihn brauchen: der Vo- / gel, der weiss ist, / weil er weiss ist. / Was bleibt dir übrig, als / es hinzunehmen? / Für dich und für / den Vogel als Vogel.

Uit: Luta Corporal, 1954