Roken en hoop

roken en hoopEn toen, juist op het moment dat de wanhoop ten top was gestegen, werd het gouden idee geboren, in de geest van een van de kinderen nog wel: zorg er gewoon voor dat er altijd iemand is die rookt, dan kan elke sigaret met een brandende worden aangestoken. Zolang er ook maar één brandende sigaret is, zal er altijd een volgende zijn. Een gloeiende punt is de waarborg van ons voortbestaan! Roosters worden opgesteld: dageraaddienst, ochtendroken, middagmaalpaffen, middag- en namiddagdagploegen, schemeringcorvee, eenzame middernachtswacht. De hemel werd altijd al verlicht door tenminste één sigaret, de kaars van de hoop.

Uit: Jonathan Safran Foer, Alles is verlicht, vertaald door Peter Abelsen, Anthos, Manteau, 2002

Hendrik de Vries: mijn broer

hendrik-de-vriesMijn broer

Mijn broer, gij leedt / Een einde, waar geen mensch van weet. / Vaak ligt gij naast mij, vaag, en ik / Begrijp het slecht, en tast en schrik.

De weg met iepen liept gij langs. / De vogels riepen laat. Iets bangs / Vervolgde ons beiden. Toch woudt gij / Alleen gaan door de woestenij.

Wij sliepen deze nacht weer saam. / Uw hart sloeg naast mij. ‘k Sprak uw naam / En vroeg waarheen gij gingt. / Het antwoord was: / “… Te vreeslijk om zich in te verdiepen. / “Zie: ’t Gras / Ligt weder dicht met iepen / “Omkringd.”

Uit: De Nacht, 1920, Keur uit vroeger verzen, 1962, G.A.Van Oorschot’s UMBV, Amsterdam

Gil Vicente (1470-1540) over trouwen

Ze zeggen dat ik trouwen moet…

Ze zeggen dat ik trouwen moet: / ik wil geen echtgenoot, gegroet.

Ik leef veel liever luw en wel / op deze aarde als vrijgezel / dan af te wachten of ik snel / getrouwd zal zijn, slecht dan wel goed. / Ze zeggen dat ik trouwen moet: / ik wil geen echtgenoot, gegroet.

Moeder, ik ga me niet verloven / om als gehuwde te gaan sloven / of om de blos te laten doven / die God me schonk op deze toet. / Ze zeggen dat ik trouwen moet: / ik wil geen echtgenoot, gegroet.

Nooit is er noch ooit wordt geboren / de man die ik zal toebehoren; / en nu dat lot mij is beschoren / is het mijn maagd zijn dat ik behoed./ Ze zeggen dat ik trouwen moet: / ik wil geen echtgenoot, gegroet.

Uit: De dichter is een kleine God, de 150 mooiste gedichten uit het Spaans, vertaald en samengesteld door Barber van de Pol en Maarten Steenmeiler, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2010

Toon Karakter, Lees Bordewijk!

U zult het vast gemist hebben: Karakter van F. Bordewijk is benoemd tot het literaire meesterwerk van 2016. Een verkiezing waarbij de vox populi een doorslaggevende rol speelde. Om nog preciezer te zijn: de uitverkiezing was een initiatief van de VARA en presentator Paul Witteman. Moet je blij zijn met zo’n verkiezing? Wat beoogt het? Meer mensen aan het lezen krijgen? Als je leest, heb je geen tijd voor tv en al die mallotigheden die je wijzen op wat je beter met je tijd had gedaan.

Lezen dus! Heb je weinig of geen tijd: lees gedichten. Daar zijn er niet zoveel van, dus dat is heel overzichtelijk. En anders boeken. Daar zijn er heel veel van en in allerlei categorieën. Daar moet je zelf je weg zien te vinden. En dat is een mooie opgave (in plaats van het versleten uitdaging).

Je kunt je pijlen richten op de Nederlandse literatuur. Die is begrijpelijk, want in je moerstaal, en ook niet zo veelomvattend. Ik ben opgegroeid met het idee dat er maar 3 NL-schrijvers waren, de moeite van het lezen waard: Van het Reve, Hermans en Mulisch. De Grote Drie. Maar ik weet inmiddels beter. Nooteboom, Claus, A.L. Snijders, Möring, Haasse, Wolkers, Vestdijk, Nescio, Komrij en Kellendonk om maar eens een paar namen te laten vallen. Allemaal de moeite van het lezen waard.

bordewijk

F. Bordewijk (had mijn opa kunnen zijn, van moeders kant)

En dan Bordewijk. Karakter is een roman van zoon en vader. En wat voor een roman! De strijd tussen vader en zoon is een heftige met een geschiedenis die Bordewijk ons haarfijn uit de doeken doet. En juist die geschiedenis begint met een vrouw, de 18-jarige Jacoba Katadreuffe, Joba, dienstbode bij deurwaarder A.B. Dreverhaven.

Over haar:

Het meisje Joba Katadreuffe had bij de ongehuwde Dreverhaven een korte tijd gediend, toen was hij bezweken voor haar onschuldig schoon, en zij voor zijn kracht. (..) Hij bezweek alleen die ene keer, hij capituleerde meer met betrekking tot zichzelf dan tot haar. (..) Dreverhaven kwam thuis, inwendig ziedend, en in een woede die hij verborg maakte hij zich meester van het meisje Joba Katadreuffe. Het meisje was niet van een aard om te bezwijken, zij had een sterke wil, maar zij was een meisje. Wat haar gebeurde was op de grens van een overweldiging, het was het niet geheel, en zij beschouwde het ook niet zo.

Zij bleef bij haar patroon, alleen sprak zij tegen hem geen woord meer. (..) Na een paar weken verbrak zij de stilte. ‘Ik ben in positie’. ‘Zo’, sprak hij. ‘Straks ga ik weg.’ ‘Zo.’ Hij dacht: dat draait wel weer bij. Binnen het uur hoorde hij de voordeur sluiten, niet nadrukkelijk, heel gewoon. Hij liep naar het venster. Daar ging het jonge ding, met een puilende rieten koffer. Het was een stevig meisje, ze liep niet naar de koffer overgebogen. (..) Het meisje Joba Katadreuffe liet niets meer van zich horen.

Uit: Karakter, F. Bordewijk, roman van zoon en vader, 1938

Nieuwsgier: Henk J.A. Hofland

Ik ben een leeuw en voel me nauw verwant aan mijn soortgenoten. Leiders met natuurlijk gezag: loyaal, dominant en met verantwoordelijkheidsgevoel. Ik herken ze van verre. Zoals H.J.A. Hofland, Henk (dit voor mijn zoon).

In de week waarin we afscheid moeten nemen van de Britten (of wat daar nog van over is). Zij kozen (nogal on-Brits) voor terug kruipen in de schulp, xenofoob en angstig voor samenwerking; moest ik ook horen dat H.J.A. Hofland niet meer onder ons is. En dat is een gemis. Een persoonlijkheid met een kenmerkend stemgeluid en een blik op de micro- en macrowereld om hem heen, die mij aansprak, me raakte. Henk was een life-time companion. Hij was er altijd. Tot aan zijn dood. Zijn laatste schrijfsel werd een dag voor zijn dood gepubliceerd.

hja hofland

Henk Hofland met Cees Nooteboom en Remco Campert. Foto: Vincent Metzel

Henk is in de stoffelijke zin niet meer onder ons, maar gelukkig is zijn werk er nog. Op jacht naar bijzondere boeken voor weinig, kwam ik vandaag een roman van Hofland tegen: Man van zijn Eeuw, heet het werk, verschenen in 1993. Uit dat boek wil ik citeren omdat mijn oog viel op een alinea waarin het over nieuwsgierigheid gaat. Want Hofland werd geroemd, juist om zijn nieuwsgierigheid. Die eigenschap wens ik mijzelf toe, tot het eind van mijn dagen.

Nieuwsgierigheid is een eigenschap van mensen die denken dat ze nog een ontelbaar aantal dagen voor de boeg hebben; nieuwsgierigheid vreet door het rouwfloers als een mot met een lege maag. Ik liet me niet onbetuigd.

Uit: Man van zijn eeuw, De Bezige Bij, Amsterdam, 1993

Gerrit Kouwenaar: dat is alles

gerrit kouwenaarDat is alles

Er is geen mens / er zijn mensen / er is poëzie geen gedicht / poëzie over langzaam voorbijgaan / geen gedicht over onbekenden

er zijn mensen en als ik zeg / ik bemin ze dan lieg ik / en als ik lieg ik bemin ze / dan spreek ik de waarheid / over één mens

en ik zeg zij alleen / maken steen steen / zij alleen maken water water

ik bedoel zij maken een wereld / die hun werd onthouden / door hem te bevolken / en dat is dubbel gezegd

zo leggen de feiten zich neer / dubbelzinnig en links / als de mensen

ik heb hen niet lief maar / ik sta bij als mijzelf / dat is alles.

Uit: Sint Helena komt later, gedichten 1948-1958, Querido, Amsterdam, 1974

Kind groeit op tussen de dieren: het verwaarloosde kind

Jungleboek en Mowgli zijn misschien bekende begrippen. Een kind groeit op tussen de dieren en we volgen zijn of haar kennismaking met onze wereld, die van de mensen.

Het verwaarloosde kind lijkt een thema uit voorbije tijden. Maar ik ben bang dat het een actueel thema is en blijft. In mijn eigen leven heb ik meegemaakt dat een kind met gedragsproblemen thuis op het erf aan de ketting lag en eten en drinken kreeg gevoerd door zijn ouders. Zoals de hond.

Een kind verwaarloost door zijn ouders, als die al aanwezig waren. De fotografe Julia Fullerton-Batten maakte onlangs een serie portretten van dit soort kinderen. Ze zocht berichten uit kranten of uit andere bronnen, die bevestigen wat ik al dacht: ook nu zijn er kinderen die in de steek gelaten worden door hun opvoeders en die zich alleen moeten zien te redden, soms met behulp van de dieren om hun heen. Fraai gefotografeerde portretten met een schrijnende geschiedenis, gebaseerd op waargebeurde verhalen uit alle windstreken.

Aangevuld met de trailers van 2 films die veel indruk op mij hebben gemaakt: Un Enfant Savage van Francois Truffaut en Kaspar Hauser van Werner Herzog. Beiden gaan over verwaarloosde kinderen.