BB: franse MM of MM: Amerikaanse BB?

Marilyn Monroe (MM) is een icoon: een legende groter dan het leven zelf. Gekoesterd en in stand gehouden, ook al omdat ze Amerikaans was en jong stierf.

In Europa hielden we ons krampachtig vast aan iets wat daarop leek: Brigitte Bardot. Met dat verschil: BB werd oud, grumpy en niet zo gezellig meer. Maar oh, wat was ze oogverblindend mooi in al die films, die alleen maar om haar draaiden!

In de volgende ode blijkt ze niet alleen aantrekkelijk, maar leren we dat ze muzikaal was en een voorliefde had voor dansen.

Kamperen bij de boer

Kamperen bij de boer leidt bij mij tot reflecteren op het boerenbestaan. Dit keer was ik in het Limburgse heuvelland, vlakbij de taalgrens. Een stap over de fysieke grens leidde tot een ander taalgebied: het franstalige.

Ons thuis op wielen stond met haar achterzijde gekeerd naar de stal waarin de jonge dames stonden. Nog geen jaar oud en dus te jong voor productie. Eén van de pubermeiden meende toch klaar te zijn voor één van haar wezenlijke taken: reproductie. Een nacht doorloeien was het gevolg. Na een dag zag zij haar fout in.

Ik ben gaan kijken en ervaren hoe meer dan 160 melkkoeien zich tegenwoordig weren in het moderne agrarische bedrijf. De stal is groot en van veel gemakken voorzien. Ik meende een wasstraat te zien waar de koe  zich schuurde tegen een uit de kluiten gewassen borstel. De beslissing om zich te wassen maakt ze zelf, zo beweerde de boerin, die de rondleiding verzorgde.

Het melken gaat volautomatisch, computergestuurd. Ik zie laser, een mechaniek dat de melkmachine aansluit en veel schoonmaken. Camera, uier en melkmachine worden gereinigd na elke melkbeurt. Op een display is te volgen om welke koe het gaat, wat de melkopbrengst is en hoe die zich verhoudt tot de vorige keer/keren.

Er is nauwelijks contact tussen boer en beest. Dat kan niet meer. Het moet groter, efficiënter en in minder tijd met minder mankracht. Automatisering, digitalisering en robotisering helpen mee. Dat kost veel geld. Dat geld is moeilijk terug te verdienen want de melkprijs is al lang aan de te lage kant. Ik werd er meewarig van.

En de koe? Die laat het zich welgevallen. Met z’n allen in een warme stal. Voorzien van veel gemakken. Melken; eten en drinken op z’n tijd en altijd gezelschap. En dan is er nog tijd voor persoonlijke hygiëne. En al die koeien zijn voorzien van labels zodat de boer weet met wie hij van doen heeft. En mij vielen de kapsels op.

L.H. Wiener zet Pooh in het zonnetje

Zijpaden zoeken, zijwegen vinden levert vaak geluk op. Zoals bij L.H. Wiener.

Ieder mens wordt als een dier geboren en niets dierlijks is hem vreemd. Als baby vertoont hij de trekken van een aapje en hij voelt nog niet de geringste neiging zijn afkomst te verloochenen. Hij is een dier en hij is welkom in de wereld, en vriendelijk lachende mensen om hem heen geven hem in textiel uitgevoerde replica’s van allerhande andere dieren, knuffels genaamd. En die mensen om hem heen wekken daarmee de suggestie dat het kind altijd in het dierenrijk zal mogen vertoeven, samen met zijn knuffels, waarvan hij de favorieten zelf mag bepalen,

(..)

Maar gaandeweg ontdekt het kind dat het eigenlijk uitsluitend als mens is geboren en dat het dus ook een mens zal moeten worden en moet leren spreken, eerst met 1 woord en later met 2, en dat het moet leren schrijven, (..) en dat er normen zijn en waarden en dat er christenen en moslims zijn en er vaak oorlog is en soms vrede.

En gaandeweg neemt iedere soort zo zijn ware gedaante aan en groeien mens en dier uit elkaar. Beestachtig wordt een synoniem voor wreed en menselijk wordt een synoniem van barmhartig, hoewel geen dier zo beestachtig te keer kan gaan als de mens.

(..)

De knuffels van vroeger veranderen geleidelijk in echte dieren, stuk voor stuk en allemaal, met nagels en tanden, met hoeven en hoorns en met huid en haar, maar hoe echter de dieren worden hoe meer ze verdwijnen. Verdwijnen in hun specifieke karakter en verdwijnen naar streken waar ze het liefst leven.

(..)

Sommige mensen betreuren deze gang van zaken en – sterker nog – verzetten zich ertegen. Zij behoren tot de ware romantici die weigeren de teloorgang van hun sprookjesachtig Arcadië als een onvermijdelijke levenswet te aanvaarden (..). Zij zinnen op wraak. Geen wrede wraak, maar een zoete wraak, in de ware zin des woords. Een geweldloze wraak. Geen wraak die doodt, maar een wraak die creëert en vitaliseert. De schrijver A.A. Milne was zo’n romanticus.

pooh bear

Pooh-beer getekend door E.H. Shepard

Dat was een hele lange inleiding van Wiener om de schepper van Winnie the Pooh, Pooh-beer oftewel Pooh, te introduceren. Wiener is onder de indruk van:

een tijdloze, nieuwe wereld waarin Milne als anonieme verteller het jongetje en zijn vriendjes steeds opnieuw laat genieten van de avonturen die ze ooit eerder zouden hebben beleefd, maar die ze zogenaamd vergeten zijn.

Maar het zijn niet alleen de vertellingen van Milne die grote indruk op Wiener maken. Hij is ook onder de indruk van de tekeningen van E.H. Shepard (1879-1976).

Zelden is er in de verluchtigde literatuur zo’n gelukkige harmonie ontstaan tussen tekst en tekening als in Winnie-the-Pooh. Op het oog zo simpel, onhandig bijna, bereiken deze illustraties in samenhang met de verhalen een subtiel psychologisch raffinement.

Ik werk naar de conclusie.

Kan men dierbaarheid in zijn meest zuivere vorm meten? Wel is zeker dat er in de wereld geen boek bestaat dat ik vaker heb gelezen, of iets preciezer geformuleerd: vaker heb voorgelezen.

(..)

Winnie-the-Pooh behoort tot de grote boeken die het leven verdiepen, die in tijden van emotionele erosie troost bieden en verlichting, omdat zij echt zijn en zuiver en zich kunnen verheffen tot een niveau dat alleen soms door muziek te evenaren is.

Uit: De verering van Quirina T., L.H. Wiener, Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2007

I.K. Bonset / Theo van Doesburg: de misdadiger

Van_doesburg_als_bonset

I.K. Bonset was het pseudoniem van kunstenaar Theo van Doesburg (1883-1931).

De misdadiger

(geheel toonloos)

Mijn leven is ’n zwarte grond met lijnen grijs en roode vlekken. / Mijn leven is ’n laan bij nacht, waar duistere figuren / achter de boomen staan te gluren. / Mijn leven is ’n halve maan boven kool-zwarte heesters. / Mijn leven is ’n oude rok, gescheurd en vol met vlekken. / Daar loop ik in den nacht mee rond en schaam mij als de morgen komt.

Ik en de zon, wij blozen dan

Mijn leven? – ’n dichtgevroren gracht bij nacht. / ’t ijs is glad. / De enkel zwak – je glijdt. / ’n Bijt. ’n Bijt. / ’n Bijt bij nacht. / De wereld is een blinde muur, die mij verschrikt en opjaagt als ’n aangeschoten haas. / De wereld is ’n harde steen, die groeit en groeit door ons geween.

Mijn leven is ’n nauwe cel. / ’n Harde korst. / ’n Houten hel. / Eén kool-zwart oog. / ’n Strak gezicht. / ’n Vuile wand met ingekraste namen.

Huj! / Mijn leven is ’n cijfer. / Mijn dood is ’n getal.

1916

Uit: Nieuwe woordbeeldingen, 1975, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam

Alexandre-Gabriel Decamps liet zich door het Midden Oosten inspireren

Alexandre-Gabriel Decamps (Parijs, 1803 – Fontainebleau, 1860) Frans kunstschilder, tekenaar en graveur.

Zijn familie was afkomstig uit Arsy (Picardië), hij bracht daar drie jaar van zijn jeugd door. Toen zijn vader in 1816 stierf keerde hij terug naar Parijs en ging in de leer bij Étienne Bouhot. In 1818 veranderde hij van docent en stapte over naar het atelier van Abel de Pujol. Uiteindelijk besloot hij om geen opleiding meer te volgen maar de hem ontbrekende kennis zichzelf eigen te maken. Hij trok naar de buitenwijken van Parijs en naar de aangrenzende dorpen en steden, waar hij pittoreske volkstaferelen tekende en schilderde. Tegelijkertijd studeerde hij in het Louvre. Hij was vooral geïnteresseerd in de Vlaamse en de Nederlandse schilderkunst. In een brief noemt hij Rembrandt van Rijn le plus extraordinaire des peintres.

Hij begon zijn eigenlijke loopbaan met het schilderen van genrestukken. In deze werken beeldde hij Franse en Algerijnse taferelen af en kwam zijn voorkeur voor de natuur en Arabische cultuur tot uiting. In 1828 wordt hij voor een opdracht naar Griekenland gestuurd. Hij vervolgde zijn reis en kwam via Constantinopel en Anatolië ten slotte in het Midden-Oosten terecht. Tijdens zijn reis maakte hij vele notities en schetsen en zijn indrukken van deze reis werden tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen.

In zijn eerste werken is een voorliefde voor dieren terug te vinden, in het bijzonder voor honden. Later ontwikkelde hij ook een interesse voor apen. Later zou hij ook satirische voorstellingen maken van apen die musiceren, koken en bakken. Tussen 1827 en 1831 maakte hij spotprenten voor Le Figaro, L’Artiste, en vooral voor La Caricature, de krant van Charles Philipon. Deze politieke spotprenten zijn vol van bijtende ironie en bezorgden hem een grote populariteit.

Het grote succes speelt in de jaren 1834-1846. Hij presenteert in 1834 in de Salon zijn beroemdste werk La Défaite des Cimbres of Marius défait les Cimbres dans la plaine située entre Belsannettes et la grande Fugère. Het schilderij geeft een grote veldslag weer, maar is vooral indrukwekkend vanwege het woeste landschap waarin de slag zich afspeelt. Decamps ontvangt van de jury op de Salon een medaille de première classe voor dit werk. Decamps werd in 1839 benoemd door de Franse regering tot Ridder in het Legioen van Eer.

Hierna legt hij zich verder toe op het schilderen van historische taferelen.

Vanaf 1853 kreeg hij verschillende zenuwaanvallen en verslechtert zijn gezondheid. Hij verkoopt zijn atelier in april 1853, vertrekt uit Parijs en vestigt zich in Veyrier (Lot-et-Garonne). Gedurende de laatste jaren van zijn leven begint hij met verschillende grote doeken, die deels onvoltooid bleven. In 1857 vestigt hij zich in Fontainebleau, waar hij in 1860 sterft na een val van een paard.

decamps ga-2decamps ga-4decamps ga-3decamps ga-1

Bert Schierbeek over het angstaanjagende geluid van de stilte

Stilte

wat me / bezighoudt / soms / is de angstwekkende / stilte / in het woord / zo luid / meestal / zo angst en / angstaanjagend / het geluid / van de stilte

Wij maakten nooit fotoos

wij maakten nooit fotoos / omdat wij dachten / wat wij zien / zien wij samen / en is er altijd / waar zijn nu al die fotoos / die wij zagen? / wat zie jij? / wat zie ik? / die foto die wij nooit maakten?

Bert_Schierbeek

Uit: In- en uitgang, De Bezige Bij, Amsterdam, 1974

Günter Grass tussen de generaties

Goed en kwaad, links en rechts, nazi of stalinist, thema’s voor schrijvers van na-oorlogse tijden. Günter Grass, belangrijk schrijver uit Duitsland, tipt ze allemaal aan (en nog veel meer) in zijn boek In krabbengang. Een boek dat zich beweegt tussen de generaties. Niet zomaar generaties, maar Duitse generaties. Een moeder met een oorlogsverleden, een zoon met een hang naar foute ideologieën. Een complex en naargeestig boek, waar ik niet vrolijk van werd. Over hoe de ideologen met ‘hun waarheid’ aan de haal gaan. Over hoe feiten gebruikt worden die het ‘sluitende’ verhaal passend maken. Over hoe gebeurtenissen met veel doden en gewonden (de ondergang van het schip Wilhelm Gustloff in de nadagen van WO 2) geclaimd worden door nazi’s en stalinisten als bewijs van de wreedheid van de tegenstander of als bewijs van heldenmoed. En hoe deze geschiedenissen zich constant herhalen. We leren niet van onze fouten, dat mag duidelijk zijn.

wilhelm gustloffDe Wilhelm Gustloff was een Duits passagiersschip van de nationaal-socialistische organisatie Kraft durch Freude (KdF). Het schip was genoemd naar Wilhelm Gustloff, de vermoorde Duitse leider van de Zwitserse nazipartij. De ondergang van de Wilhelm Gustloff op 30 januari 1945 is de grootste scheepsramp (duizenden doden, civil en militair) uit de geschiedenis.

De oude man kent moeder niet. En ik? Ken ik haar? Hooguit tante Jenny – die eens tegen mij zei: ‘Eigenlijk is mijn vriendin Tulla alleen als gemankeerde non te begrijpen, als gestigmatiseerde natuurlijk…’ – had een idee van haar aard of ontaard. Maar dit klopt wel: moeder is ongrijpbaar.Zelfs als partijkader was ze niet in de pas te krijgen. En toen ik naar het Westen wilde zei ze alleen maar: ‘Jij gaat maar’ en gaf me niet aan, en daarom zetten ze haar in Schwerin nogal onder druk. Zelfs de veiligheidsdienst schijnt bij haar te hebben aangeklopt, diverse keren, zonder aantoonbaar succes…

Op mij had ze in die tijd haar hoop gevestigd. Maar toen er uit mij geen vonk te slaan was en er alleen maar tijd verstreek begon ze – zodra de Muur weg was – mijn zoon te kneden. Pas tien of elf was Konny toen hij in handen van zijn grootmoeder viel. En sinds de bijeenkomst van de overlevenden in Damp, waar ik slechts een nul in de marge was maar hij kroonprins werd, heeft ze hem met vluchtverhalen, gruwelverhalen, verkrachtingsverhalen volgepompt, die ze weliswaar niet persoonlijk had meegemaakt, maar die, sinds in oktober vierenveertig Russische tanks over de oostelijke Rijksgrens waren gerold en naar de districten Goldap en Gumbinnen waren doorgestoten, overal werden verteld en verspreid, opdat de angst om zich heen zou grijpen.

Uit: In krabbengang, Günter Grass, vertaald door Jan Gielkens, Meulenhoff Amsterdam, 2002

Alexander Andreyevich Ivanov: miskende Russische meester

Alexander Andreyevich Ivanov (1806 – 1858) Russisch schilder die zich aansloot bij de tanende beweging van het Neoclassicisme wat hem door zijn tijdgenoten niet in dank werd afgenomen. Geboren en gestorven in St. Petersburg.

alex ivanov-1alex ivanov-2alex ivanov-3alex ivanov-4

Ivanov studeerde samen met Karl Briullov aan de Keizerlijke Academie voor de Kunsten in Sint Petersburg en kreeg les van zijn vader Andrey Ivanovich Ivanov. Zat het merendeel van zijn loopbaan in Rome. Was bevriend met schrijver Gogol. Meester van 1 werk: De Verschijning van Christus voor het volk. Hij deed er 20 jaar over om het af te krijgen (1837-1857). Zijn magnum opus. Tegenwoordig te zien in de Tretyakov Galerie in Moskou.

Tijdens zijn leven niet gewaardeerd, later verstomde de kritiek allengs en kwam er bewondering. De vele schetsen die hij maakte in de 20 jaar dat hij met zijn magnum opus bezig was, gelden nu als meesterwerken. De meest uitgebreide collectie van zijn hand is te zien in het Russisch Museum in Sint Petersburg.