Wit paard

robert doisneau wit paard

foto: Robert Doisneau

Advertenties

Brás Cubas herinnert zich het volgende

machado de assis

Ik moet een lans breken voor een schrijver die we niet zo goed kennen omdat hij uit de 19-de eeuw stamt en Braziliaan is. Onbekend en onbemind derhalve. Het handelt om Machado de Assis, Joaquim Maria (1839 – 1908). Machado de Assis is een roman- en verhalenschrijver die eerst schreef in de Europese traditie (romantisch en realistisch) maar stilaan zijn eigen weg zocht en vond. Met zijn boeken Posthume herinneringen van Brás Cubas en Quincas Borba vond hij die eigen vorm en stijl.

Aan de Posthume herinneringen ben ik opnieuw begonnen na een valse start een aantal jaren geleden. Ik ben onder de indruk geraakt van dat boek. Stilistisch en compositorisch doet het heel modern aan. Beide boeken gelden als voorlopers van het modernisme (stilistische experimenten, twijfel aan traditionele waarden en geloof in de verheffende functie van literatuur). Zo zijn de Posthume herinneringen vervat in maar liefst 160 hoofdstukken; spreekt de verteller mij soms direct aan en verwijst hij naar vorige hoofdstukken om iets in herinnering te brengen.

De hoofdpersoon doet zich niet beter voor dan hij is: een verwende en verspilde Braziliaanse man uit de hogere klasse. En toch: ik kreeg sympathie. Niet verwonderlijk dat ik de komende tijd wat vaker aandacht zal vragen voor Brás Cubas.

Enige tijd heb ik geaarzeld of ik deze herinneringen zou aanvangen met het begin of met het eind, dat wil zeggen, of ik mijn geboorte dan wel mijn dood voorop zou zetten. Hoewel het algemeen gebruik is te beginnen bij de geboorte, hebben twee overwegingen mij ertoe geleid een andere methode te volgen: de eerste is dat ik, in de grond, geen dode schrijver ben, maar een schrijvende dode, voor wie de grafkuil een nieuwe wieg was; de tweede is dat het geschrevene aldus charmanter en oorspronkelijker zou zijn. Mozes, die eveneens zijn dood verhaald heeft, plaatste die niet bij de aanvang, maar aan het eind: essentieel verschil tussen dit boek en de Pentateuch.

Dit gezegd zijnde, blies ik dus de adem uit om twee uur ’s middags op een vrijdag in augustus 1869, op mijn fraaie buiten in Catumbi. Ik was zo’n vierenzestig robuuste en voorspoedige jaren oud, was vrijgezel, bezat omstreeks driehonderd contos en werd door elf vrienden naar het kerkhof begeleid. Elf vrienden!

Uit: Joaquim Machado de Assis, Posthume herinneringen van Brás Cubas, vertaald door August Willemsen, L.J.Veen, Amsterdam, 2009

Hommage aan John Ford

John Ford (USA, 1894-1973), filmmaker en voorbeeld voor menig volger van zijn werk. Door veel regisseurs bewondert vanwege zijn vakmanschap (zoals hieronder door Steven Spielberg). Wist zowel landschappen als mensen zo in beeld te brengen dat deze beelden lang bleven hangen in mijn geheugen. Ford wist als geen ander in filmbeelden te denken. Soms legde hij het scenario terzijde om zijn idee van de filmscene voorrang te geven. Met Stagecoach maakte hij de western tot een volwassen genre en van John Wayne een ster. In The Searchers breekt hij de mythe van de cowboy weer af door te tonen hoe oppervlakkig en zielig de eenzame cowboy eigenlijk is.

Ford is niet de regisseur die zijn personages onmetelijke diepgang geeft, daar zijn de scenario’s ook niet naar. De verfilming van John Steinbeck’s The Grapes of Wrath slaagt wonderwel mede dankzij het overtuigend acteren van Henry Fonda. De beelden die Ford bedenkt sluiten perfect aan bij wat Steinbeck in zijn roman voor ogen had: de armoede en ellende van de Dust Bowl-tijd oproepen en laten voelen.

Hans Andreus: steeds

andreus

Steeds

Steeds achter de weer hoopvol opgelaten / vliegers aan lopend van mijn eigen woorden, / heeft mij ook dat niet duidelijk gemaakt / wat of ik hier al meer dan vijftig jaar

nu eigenlijk te zoeken heb of waar / het om begonnen is, zo er ooit iets / mocht wezen als een berekend meesterplan / (en dat is meer dan ik geloven kan),

maar onvoorstelbaar naamloze, jij die / bekleed werd en omkleed met zoveel namen / waar niemand meer van weet of weten wil,

laat soms me even merken dat je er bent, / niet in een blinkend inzicht, bliksemflits, / maar als een lichtheid in mij ademend.

Uit: Hans Andreus, Laatste gedichten, Holland, Haarlem, 1977

Arkady Rylov: Sovjet Symbolist en dierenliefhebber

Arkady Alexandrovich Rylov (1870 – 1939) Rus en schilder in de Sovjet Symboliek.

Veel van de landschappen die hij schilderde (na de Oktober Revolutie) worden gezien als symbolen van de revolutionaire vrijheid. In zijn atelier was er ruim baan voor dieren. Eekhoorns, konijnen, een aap met de naam Manka, rondfladderende vogels en twee mierenhopen bevolkten het atelier. Volgens tijdgenoten vlogen vogels af en aan en kwamen er regelmatig dieren op bezoek in zijn kunst-nest.

Arkady_Rylov_In_Finland_1905

arkady-rylov-landscape-with-river

arkady-rylov-sunset-1917

Rylov-Arkady-Mountains-in-Kekeneiz

Han G. Hoekstra: ochtend in Hoorn

han hoekstra

Geluiden waar de wereld mee ontwaakt / maken mij stiller nog dan ik al ben, / een hond die blaft, een kind op klompen en / een man die fluitende een schuit losmaakt.

Dat is het leven, simpel en volmaakt, / waar ’t ritme der oneindigheid in fluistert, / waaraan dit hart zo hevig is gekluisterd, / dat het verzaakt maar nooit geheel verzaakt.

Geluiden waar de wereld mee ontwaakt, / waar ik zo grensloos graag naar lig te luist’ren, / – laat mij ze horen tot het late duister, / wanneer dit hart zijn stille maatgang staakt.

Uit: Zandloper, verzamelde gedichten, Querido Amsterdam, 1972

Juni: als het maar tussen mei en juli blijft

npln

Napoleon door Brian Smith

Even tijd voor een paar grimlachjes:

  • Ronald Snijders: Ik zeg: het is juni. Maar dit blijft even tussen mei en juli.
  • De kleur blauw zie je vaker dan het woord blauw.
  • Vrienden over Moeammar Kaddafi: ‘Hij kon behoorlijk dominant zijn.’
  • Vandaag bestaat de spatiebalk precies 200 jaar. Overal ter wereld zijn festiviteiten en staan mensen stil tussen twee woorden.
  • Vanavond begint een nieuwe serie programma’s rond Paul Witteman: Witteman ontdekt. All.1: Zijn piemel.
  • Ronald Snijders: Een schot voor open doel vind ik altijd fijn, behalve als we tegen Schotland spelen.
  • vlala, (v.) -den, lade waarin je de vla bewaart. Zie ook: archiefvla
  • Kwinkslag bij Waterloo: de erven Bonaparte claimen rechten ABBA-hit.
  • gevangeniswezen, (mv.), kinderen van wie beide ouders in de gevangenis zitten.
  • De kwalificatie ‘bijzonder’ moet voortaan statistisch worden onderbouwd.
  • In tijden van crisis is cynisme een van de allerbeste oplossingen, met als enig minpuntje dat het niet werkt.

Uit: De Schrikkel-kalender 2016, Ronald Snijders en Fedor van Eldijk, de Harmonie.

Maarten’s ode aan Marilyn

Marilyn-Monroe jma biesheuvel

Marilyn Monroe in de film The Prince and The Showgirl

Maarten Biesheuvel reist door zijn kamer en vertelt wat hij ziet:

Ik kijk nu nog iets naar links en zie een portret van Marilyn Monroe tegen de deur hangen. Die vrouw is voor mij de Maria of Jezus Christus van onze tijd, miljoenen mannen over de hele wereld hebben haar zo lang begluurd tot ze stierf. Ik zal u in het kort proberen uit te leggen wat ik met die vrouw heb. Wil dan weten dat ik volkomen gelukkig ben met Eva, mijn vrouw, maar dat ik nog steeds een zwak plekje voor Marilyn heb: ze gaat me maar niet uit mijn gedachten. Marilyn is de vrouw uit mijn jeugd. Ze was het brok verleidelijkheid waar ik van droomde. Ze was grappig en intelligent, leek mij, een vrouw waar iedere man wel van moet dromen. Ze had iets beheerst hoerigs dat aansprak. Ze was mollig en leek geboren om mannen het hoofd op hol te jagen. Alles aan haar was verleidelijk: haar schoenen, haar haar, haar lippen, haar tanden, haar jurk.

(..)

Mijn verhouding tot Marilyn is trouwens altijd een platonische geweest: ik verlangde vurig naar haar maar wist dat zij toch nooit mijn vrouw zou kunnen worden. Nog steeds val ik op het hoerige type vrouw, maar ik weet dat zo iemand mijn ondergang zou worden: ik denk dat ik zou ophouden met schrijven. Mijn leven met Eva móet als het ware tot schrijven leiden. Ze wil beslist niet op Manhattan of in het centrum van Amsterdam wonen, ze wil niet bij een club van artiesten horen, ze wil alles zo tuttig mogelijk. Bij Marilyn zou ik maar een aanhangsel zijn, ik zou voortdurend in haar schaduw staan, ik zou me in de show-business geen houding weten te geven, terwijl Eva, die wars is van alle glitter en glamour, van aanstellerij en koketterie (ze zou zich nooit op een rooster boven de ondergrondse met opwaaiende rok laten fotograferen), mij op mijn studeerkamer houdt en me voortdurend het beeld van Plato inprent, dat aan een man op zijn levenstocht vier paarden trekken: twee aan zijn hoofd omhoog en twee aan zijn onderbuik naar beneden. Het is heel moeilijk om langzaam naar boven te rijden, gesteld dat het gevleugelde paarden zijn en je door de lucht gaat.

(..)

Ik heb geen zin om Marilyn te vergeten. In het leven van iedere man moet de herinnering zijn aan iets wat verboden is, aan iets dat de spuigaten uitloopt, wat de perken te buiten gaat. In een krankzinnige gereformeerde waan meende ik dat Karel van het Reve God was. Ware ik nog gelovig dan koos ik Marilyn Monroe als Jezus en Tony Curtis als Judas.

Uit: JMA Biesheuvel, Reis door mijn kamer, verhalen, Meulenhoff Amsterdam, 1984