Landschap: met herfstbladeren

 

herfstbladeren

Herfstdag

Heer, het is tijd. Het was een grootse zomer. / Leg nu uw schaduw op de zonnewijzers / en laat de wind over de velden komen.

Gebied de vruchten vol te zijn, / verleen hun nog twee zuidelijker dagen, / stuw ze naar de voldragenheid en jaag / de laatste zoetheid in de zware wijn.

Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer, / wie nu alleen is, zal het lang nog blijven, / zal waken, lezen, lange brieven schrijven / en rusteloos de lanen op en neer / gaan als de wind de blaren voort zal drijven.

Rainer Maria Rilke (1875 – 1926), Duits, vertaling Peter verstegen

Advertenties

De plek van Margaretha Ferguson: geworteld waar haar emoties liggen

margaretha-ferguson-bep-rietveld

Schrijfster Margaretha Ferguson geportretteerd door Bep Rietveld

Margaretha (Dorothea) Ferguson-Wigerink (1920 – 1992) werd geboren in Arnhem, maar verkaste op 9-jarige leeftijd naar Nederlands-Indië, Bandung om precies te zijn. Achttien jaar later keerde ze weer terug, gedwongen door de loop der geschiedenis. Ze studeerde psychologie in Utrecht en vestigde zich in Den Haag. Ze schreef diverse romans, novellen en verhalenbundels waarin haar Indische ervaringen (Jappenkamp en het onbegrip in Nederland na de onafhankelijkheid) een belangrijke rol speelden. Ze was verder lid van de Raad voor de Kunst, de Jan Campertstichting en vertaalde onder andere werk van Heinrich Böll en Anaïs  Nin.

Aan haar verblijf in Arnhem heeft Ferguson vooral zintuiglijke herinneringen: hoe de bieb eruit zag, de juffrouw en hoe de boeken roken. Haar ouders waren modern: het huis was rationeel maar met smaak ingericht. Alles was verantwoord. Er heerste een idealistisch puritanisme.Beide ouders werkten en er was weinig aandacht voor Margaretha. Ze voelde zich ontworteld. Op school was ze onaangepast. Haar verblijf in Arnhem vormden herinneringen in haar verstandelijk bewustzijn, niet in haar emotioneel bewustzijn, verklaarde ze.

In Indië overheerste eerst het heimwee. Bandung leek een beetje op Arnhem (licht heuvelachtig met straten die opliepen), maar de eerste indrukken waren: opener en lawaaiiger. In Indonesië werd Ferguson voor de tweede keer geboren. Ze maakte een emotionele ontwikkeling door. Haar herinneringen aan Indië waren zintuiglijk: de sfeer, geuren en kleuren, de hitte; het maakte een diepe indruk. Maar ook de warmte tussen de mensen: opener, hulpvaardiger en alles met een glimlach. “Het menselijke staat op de voorgrond, er is menselijk contact of het nu moorddadig of lieflijk is. Ze vermoorden elkaar met een glimlach.”

Indonesiërs zijn gesloten en kwetsbaar tegelijk; open en tegelijk gesloten. “Indonesië heeft een enorm sterke lading. Er gaat absoluut magie van dat land uit, ik denk dat dat voor een groot deel aan de natuur ligt, die is zo ontzettend sterk, zo overmachtig. Zelfs bij mensen die er nog nooit geweest zijn merk je dat, die zijn op één of andere manier aangeraakt. In Indonesië raakt alles je aan.”

Jappenkamp

Ze komt in een Jappenkamp terecht, kamp Tangerang. “Het gebrek aan privacy dat je had in het kamp, dat was verschrikkelijk. Geen deur hebben om achter je dicht te doen was veel erger dan niets te eten te hebben. Die ruimte en stilte die je had in die Javaanse huizen, die ochtendstilte, dat was in één klap weg in het kamp. Daar was het lawaaiig, was het vuil en muf, benauwd, er was geen water, de goten lagen vol met uitwerpselen. Dàt was de sfeer die er in het kamp hing.

Het kamp veranderde mensen. Hele wufte, onbeduidende bridge-dametjes bleken soms geweldige kameraden en heldinnen te zijn. Mensen die zich flink hielden, die zich inzetten voor anderen, die gingen vaak het eerste dood. Door het kamp word je voor je leven getekend. Je zat zo dicht op elkaar, er lagen wel drie of vier mensen op één kleed.”

Terug

Na het Jappenkamp keerde ze terug naar Nederland, waar ze in Utrecht ging studeren. “Net als ik dat in Arnhem gedaan heb, ben ik voor het boek Chaos ook terug gegaan naar de plekken in Utrecht. Dat was heel merkwaardig, die tijd is enorm belangrijk en ingrijpend voor me geweest. Het waren de eerste ervaringen met Holland.

Daar ben ik dus ook geworteld. Net als in Arnhem, Bandung… mijn wortels liggen niet op één plek. (..) En als zo’n plek op een gegeven moment geladen wordt met mijn emoties, dan blijft er iets essentieels van mij liggen, als een stekje van een plant. En dat zie je aan mijn boeken; die zijn voor het overgrote deel autobiografisch. Mijn leven is mijn materiaal.”

Uit: Dit is de plek, Wam de Moor, Gaillarde Pers, Zutphen, 1992

Wat de man is zonder een vrouw?

De Hongaarse schrijver Péter Esterházy schreef een boek met als titel Een Vrouw. Ik berichtte er eerder over. Al lezende in het boek zat ik te wachten op een moment waarop de ik-figuur even over zichzelf wilde nadenken. De meeste van de andere 97 hoofdstukken beschrijven de haat/liefde-verhouding met het andere geslacht.

Hoofdstuk 85 was dat moment.

esterhazy-met-een-vrouw

De auteur met een vrouw

Er is een vrouw, die ik o zo innig liefheb! Die ik innig liefheb, o zo! En wat zij me niet allemaal heeft geleerd… Ik heb altijd gedacht – nietwaar? – dat God de mens naar zijn evenbeeld heeft geschapen en ik dweepte met de natuur als een studerende bakvis, maar sedert ik haar ken, ervaar ik een koude beklemming, een grauwe sluier van angst die op mij neerdaalt, ik weet niet vanwaar. Mijn stem slaat dan over en mijn lichaam schokt van het huilen; ik bedoel, het schokt juist niet, want dat heeft ze me ook geleerd. Wie zou ik ook moeten bewenen? Mijzelf? Het is inderdaad alsof God ons mensen naar zijn evenbeeld heeft geschapen! Ik was als een brok steen dat zich een engel waant. Deze onschuld heeft zij tenietgedaan, nu eens met haar lichaam (dat, voorzover ik kan nagaan, op een hoogst ingenieuze wijze copuleert, waarmee ik bedoel dat zij bij haar onderricht niet de gemakkelijkste weg koos, nee, ze was dapper en tegelijk wellustig, maar toch…), dan weer door het ontbreken daarvan (ik heb de gelofte van kuisheid afgelegd, maar belandde steeds weer in dezelfde verwarrende situatie). Zij roofde mij mijn onschuld en liet mij daarna voorgoed alleen. Mijn ogen zijn nu voor altijd geopend en ik zie mezelf zoals ik ben: een stralende leegte. Voor mij geen troost, geen dood en zeker geen onsterfelijkheid.

Uit: Een vrouw, Péter Esterházy, vertaald door Henry Kammer, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1998

Judith Herzberg: jiddish

judith-herzberg

Jiddish

Mijn vader zong de liedjes / die zijn moeder vroeger zong / later voor mij, die ze half verstond.

Ik zing dezelfde woorden weer / heimwee fladdert in mijn keel / heimwee naar wat ik heb.

Zing voor mijn kinderen / wat ik zelf niet versta / zodat zij later, later?

Voor de rozen verwelkt zijn / drinken wij al het bloemenwater.

Verdrietige intieme taal / het spijt me dat je in dit hoofd / verschrompelde. / Het heeft je niet meer nodig / maar het mist je wel.

Uit: Beemdgras, Van Oorschot, Amsterdam, 1968

Bernard Eilers pioniert met kleurenfotografie

Bernard Eilers (1878 – 1951) was fotograaf en lithograaf. Hij zou bekend worden vanwege zijn pionierswerk op het gebied van de kleurenfotografie. Eilers, geboren en getogen Amsterdammer, was schildersknecht. Op zijn dertiende verkaste hij naar de lithografeerinrichting Van Leer & Co. Daar leerde hij snel en viel hij op door zijn kunde. Aan hem werden litho’s van 9 kleurlagen toevertrouwd. Op zijn 17-de had de lithografie geen geheimen meer voor hem. Zijn baas wilde dat hij zich ging bekwamen in fotochemie.

In een jaar tijd kreeg hij de fotografie als vak onder de knie: de foto-litho-techniek, reproductiemethoden, vrije fotografie, enz. In 1906 opende hij een eigen chemisch bedrijfje in Amsterdam, dat bekend werd door de eerste clichéreproducties in driekleurendruk, die in Nederland werden gemaakt. Hij stond toen voor de keus om het bedrijf uit te bouwen, dan wel zich te richten op zijn artistieke werk als fotograaf. Het werd het laatste: hij vestigde zich als fotograaf in Amsterdam. In zijn artistieke werk lag de nadruk op de sfeerfoto’s van Nederland en vooral Amsterdam.

Rond 1935, in een tijd waarin er volop geëxperimenteerd werd met kleurenfotografie, slaagde Eilers erin kleurenafdrukken te maken die in kwaliteit elke concurrentie overtroffen. Met zijn lithografische en fotochemische ervaring slaagde hij erin de driekleurenfotografie te perfectioneren. Het door hem ontwikkelde procedé doopte hij ‘Foto-chroma Eilers’.

Bron: Wikipedia

bernard-eilers-7

bernard-eilers-1

Vicente Aleixandre: als de zee, de kussen

Als de zee, de kussen

Van geen belang zijn zinnebeelden / zomin als de ijdele woorden meer zijn dan een ademtocht. / Van belang is de weerklank van wat ik heb gehoord en beluister. / Jouw stem, die gestorven leeft, net als ik die in het voorbijgaan / hier nog tegen je praat.

Jij was consistenter, / duurzamer, niet omdat ik  je gekust zou hebben, / evenmin omdat ik het bestaan in jou zou vangen. / Maar omdat het zich zoals de zee / na haar inval in het zand beducht verdiept. / In groenen of in schuimen verwijdert zich, blij, de zee. / Zoals zij ging en weerkwam kom jij nooit terug.

Misschien omdat ik je, / gerold over eindeloos strand, niet wist te vinden. / Het spoor van je schuim, als het water weggaat, blijft aan de oevers.

Alles oevers vind ik. Alleen het scherp van een stem dat in mij zou blijven. / Als een wier je kussen. / Toverachtig in het licht, want gestorven keren ze weer.

Uit: De dichter is een kleine God, Barber van de Pol, Maarten Steenmeijer, Atheneum, Polak en Van Gennep, Amsterdam, 2010.

aleixandre

Vicente Pío Marcelino Cirilo Aleixandre y Merlo (1898 – 1984) Spaanse dichter. In 1977 werd hij onderscheiden met de Nobelprijs voor Literatuur. Uit het juryrapport:

voor een creatief poëtisch schrijven dat de menselijke conditie in de kosmos en de hedendaagse maatschappij belicht, tegelijkertijd de grote vernieuwing van de tradities in de Spaanse poëzie tussen de oorlogen vertegenwoordigend.

Jean Daullé was ferm met zijn grafisch gereedschap

Jean Daullé (1703 – 1763) Frans graficus. Geboren in Abbeville. Leerde het grafische werk van monnik Dom Robart in de Sint Peter-abdij. Trok naar Parijs waar Robert Hecquet hem de fijne kneepjes leerde. Was bevriend met schilder Donat Nonnotte wiens portretten hij omzette naar grafisch werk. Het werk van Daullé (ondertekend met J.D.) bestaat veelal uit portretten en (historische) taferelen. Zijn werk kende veel bewonderaars en in 1742 trad hij toe tot de Academie.

Mark Dangin: een profeet

kim-jong-un-women

Een profeet

Een profeet, het zacht gesproken woord / en alle meisjes / fier in de houding voor het ochtendturnen.

Hoe zal hij zijn volk liefhebben?

Uit: Mijn nieuwe wereld, Mark Dangin, Colibrant, Deurle, 1976

Mark Dangin (pseudoniem van Luc van Clooster) (1935 – 1996) Dichter

‘Een dichter houdt van woorden, hij eet
geen letters als suiker, maar schrijft
in dromen, de eenzame van zijn hart.’

Mark Dangin behoorde tot de tweede experimentele generatie, de vijfenvijftigers.

In zijn vroeger dichtwerk beoefende hij een experimenteel taalgebruik. Hij evolueerde naar een parlando-poëzie, waarin hij zijn eenzaamheid en zijn ontgoocheling uitte. In zijn queeste naar de absolute liefde probeerde hij zijn onrust te onderdrukken.

Bron: Schrijfsgewijs.be

Derzjavin: Russische meisjes

Russische meisjes

russinnen-dansen

Zag u ooit Russische meisjes, / Griekse zanger, in de wei / ’s Zomers dansen op de wijsjes / Van een vrolijke schalmei? / Hoe ze met haar hoofdjes nijgen, / Hoe ze stampen in de maat, / Hoe ze zich tot slingers rijgen / En haar blikken in ’t ronde gaat? / Hoe de gouden linten schijnen / Rond haar marmerwit gelaat, / Hoe haar borsten lichtjes deinen / Onder ’t paarlen halssieraad? / Hoe het bloed, rood, vol verlangen, / Door de blauwe aadren vloeit, / En hoe op haar bleke wangen / Al een blos van liefde gloeit? / Hoe de glimlachende monden / En haar valkenblik zo fel / Leeuw en adelaar doorwonden / In een lokkend minnespel? / Mocht uw Eros ooit aanschouwen / Deze keur van lieflijkheid, / Hij vergat de Griekse vrouwen, / Was geketend voor altijd.

1799, Gavriil Derzjavin

Gavriil Derzjavin (1743 – 1816), afkomstig van arme Russische landadel uit Kazan. Ging na 3 jaar gymnasium in militaire dienst waar hij bekend werd als gelegenheidsdichter. Werd ambtenaar in Sint Petersburg. Schreef een humoristische lofdicht op Catharina de Grote, tsarina en een ode aan God. Dat bracht hem roem en de gunst van Catharina. Op 6 juli 1816, de dag waarop hij zou sterven, schreef hij het begin van de ode Aan de onsterfelijkheid.

Bron: Bloemlezing van de Russische poëzie, Marja Wiebes en Magriet Berg, Plantage, Leiden, 1997

Péter Esterházy’s Een Vrouw beschrijft haar in 97 facetten

esterhazy_color_quer

foto: Dan Wesker

Het is een experimenteel boek, laat dat duidelijk zijn. 184 Pagina’s, 97 hoofdstukken en elk hoofdstuk begint met dezelfde zin: ‘Er is een vrouw die mij liefheeft/haat’. En het is onduidelijk of het steeds om dezelfde vrouw gaat (ook de moeder komt bijvoorbeeld voorbij). Er is geen verhaal, geen ontwikkeling. Plaats en tijd spelen geen rol. En toch…

Wat het boek wel doet is de vrouw in al haar facetten beschrijven. In haar gedrag, haar lichaam, haar handelen. Het is de blik van de man die haar beschrijft. Dan weer vol bewondering, dan met afgrijzen, walging en altijd weer aangetrokken door het raadsel.

Een boek voor de man die samenleeft met een vrouw en zich afvraagt: wat is een vrouw? De Hongaar Péter Esterházy (1950 – 2016) beschrijft de vrouw in veel, heel veel facetten. Dat is leerzaam en herkenbaar.

Opmerkelijk vond ik dat Esterházy in al zijn moeite de vrouw te beschrijven zich ook nog liet verleiden om iets te zeggen over onze tijd en de makke daarvan. Ter lering ende vermaak:

Omdat er echter tegenwoordig geen verontwaardiging meer bestaat (die is er eenvoudig niet meer) en de mensen enkel nog uit onoplettendheid, vermoeidheid of beleefdheid, misschien ook uit liefde verbluft zijn, is er geen andere wereld meer, geen andere oever waarop we ons kunnen terugtrekken om de dingen te beschouwen, waar we hoop kunnen koesteren, waar we ons verzet, onze tegenstand, gestalte kunnen geven en schaamteloosheid aan de kaak stellen, nee, die is er niet meer, die kán er niet meer zijn, daarom is alles pijnlijk en in lichte mate gênant, is alles op een kleverige manier onaangenaam.

Uit: Een vrouw, Péter Esterházy, vertaald door Henry Kammer, Arbeiderspers, 1996