Arnoud van Adrichem: appel

Stanza X uit een episch gedicht over appel

van-adrichem

Niets tastbaarders kunt u zich indenken dan een appel, / rood van opwinding, het koude zweet op zijn schil, alsof / hij weet van de mond (een soort van vrucht) die hem hap / na hap naar de vergetelheid zal eten, zijn zaden uitspuwt / op rulle, pitloze gronden om nieuwe slachtoffers te maken, / verse beten te zetten. Maar zo moet u niet denken. Die appel / voelt daar niks van, die verlangt juist naar tandafdrukken / (onuitwisbaar bewijs van bestaan) in zijn vlees, naar niets meer / dan een natte herinnering aan ergens een paradijs.

Uit: Bal & Appel – Arnoud van Adrichem, De Gids november 2007, Amsterdam

Advertenties

Paustovskij en zijn aantekenboekje

paustovskij2

Waarom is het een genot om het (autobiografisch) werk van de Russische schrijver Paustovskij te lezen? De periode die hij beschrijft is er 1 van roerige tijden: de Eerste Wereldoorlog, de Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Het is Europese geschiedenis en dus niet eens zo ver van huis. Paustovskij wisselt van kleine, persoonlijke details naar grote, allesomvattende ontwikkelingen en beschrijft deze als meelevende en meevoelende buitenstaander. Hij heeft een ongekend oog voor detail. Beschrijft zijn personages invoelbaar en met sympathie. Om maar eens een paar redenen te noemen.

Zijn autobiografie over die roerige tijden in Rusland en de naburige landen, beslaat 6 delen. Wat al lezend opvalt is de hoeveelheid informatie die je krijgt over zielenroerselen; beschrijvingen van weer, landschap en (bebouwde) omgeving; het oog voor de natuur en de medemens in al zijn verschijningsvormen (goed en kwaad). Wat een aantekeningen moet die man gemaakt hebben! Was mijn gedachte. Totdat hij daar zelf een soort van antwoord op gaf:

Er wordt vaak aan schrijvers gevraagd of zij een aantekeningenboekje bijhouden of dat zij uitsluitend op hun geheugen vertrouwen.

De meeste schrijvers hebben wel een aantekeningenboekje, maar zij maken er slechts zelden gebruik van voor hun werk. (..)

Op het gymnasium al zei onze leraar voor Russische literatuur Sjoelgin, altijd: ‘Cultuur is geheugen.’ Aanvankelijk begrepen we niet precies wat Sjoelgin daarmee bedoelde maar naarmate we ouder werden, begrepen we dat het inderdaad zo was.

‘In ons geheugen liggen hele eeuwen opgeslagen,’ zei Sjoelgin altijd. ‘De hele wereldgeschiedenis, de verbeelding, het menselijk denken – dat alles wordt door het geheugen bewaard en zet ons verstand aan het werk. Zonder verstand zouden we vegeteren als blinde mollen.’

Voor een schrijver is het geheugen bijna alles. Het opgespaarde materiaal wordt er niet alleen maar opgeslagen. Het meest waardevolle wordt er als in een toverzeef achtergehouden. Stof en molm vallen erdoor en worden door de wind weggevoerd en slechts het goudzand blijft achter. En daarmee worden dan kunstwerken gemaakt.

Enige jaren geleden gaf men mij het aantekeningenboekje van een overleden schrijver te lezen. Ik begon erin en zag al heel gauw dat het hier niet om een paar losse aantekeningen ging, zoals normaal het geval is in aantekeningenboekjes en dagboeken, maar om een vrij samenhangende afschildering van een onbekende stad aan zee.

Des te verder ik kwam, des te scherper doken er in mijn geheugen vergeten kleuren en geuren en bepaalde vertrouwde plekjes op. Maar ik kon me niet zo meteen herinneren waar ik deze plekjes gezien had en wanneer dat was geweest. Zij doken op als uit een nevelwaas of uit een verre droom waarvan je probeert de stukken weer in elkaar te passen, zoals je een stukgeslagen beeld weer aan elkaar lijmt.

Uit: Onrustige jeugd – Konstantin Paustovskij, vertaling Wim Hartog, Arbeiderspers Amsterdam, 1976 

‘Lezen en leven, het scheelt maar 1 letter’

bovary

De woorden zijn van Michaël Zeeman, de kunstcriticus en literatuurkenner. Maar wie veel leest, leeft veel levens, dat zijn mijn eigen woorden. In Flauberts papegaai van de Britse schrijver Julian Barnes, is de hoofdpersoon een gepensioneerd arts die veel leest over zijn obsessie Gustave Flaubert, maar meer nog over het onsterfelijke boek dat de Fransman schreef: Madame Bovary.

De overeenkomst tussen Madame Bovary en de vrouw van de arts: ze waren overspelig. In dit alomvattende boek (het is een roman, een biografie, literaire kritiek, commentaar op het genre, maar je leert ook welke rol de trein speelde in het leven van Flaubert), ervaar je hoe het leven van Flaubert en dat van de Britse arts op een logische wijze bij elkaar komen.

In het hoofdstuk waarin de arts het leven van zijn vrouw opbiecht, leren we ook hoe de arts aankijkt tegen leven en lezen:

In boeken krijg je dingen uitgelegd, in het leven gebeurt dat niet. Het verbaast me niets dat sommige mensen de voorkeur aan boeken geven. Boeken verklaren het leven. De enige moeilijkheid is dat de levens die ze verklaren die van anderen zijn en nooit dat van jezelf.

(..) Het geluk ligt in de verbeelding, niet in de daad. Genot wordt eerst gevonden in de voorpret en dan in de herinnering.

(..) Sommige mensen houden zich afzijdig en observeren, omdat ze zowel de teleurstelling als de bevrediging vrezen. Anderen duiken halsoverkop overal in, genieten en nemen de risico’s op de koop toe.

(..) Diepe waarheden over het schrijven kun je inlijsten voordat je een woord hebt gepubliceerd; diepe waarheden over het leven kun je pas inlijsten als het niets meer uitmaakt.

Uit: Flauberts papegaai – Julian Barnes, Olympus Amsterdam, vertaling Else Hoog, 1985, 2012

Annenski: weer ben jij, vriend herfst, teruggekomen

Weer ben jij, vriend herfst, teruggekomen

Weer ben jij, vriend herfst, teruggekomen, / IJziger dan ooit verbleekt het blauw / In de kale takken van jouw bomen, / Nimmer leek de sneeuw zo doods en grauw.

Jouw verval heeft mij teneergeslagen, / Nooit zag ik jouw wateren zo zwart. / Het patroon van gele wolkenvlagen / Aan de vale hemel kwelt mijn hart.

In verstarring alles mee te maken / Tot het eind… Een nieuwe hemel gloort … / Ooit dacht ik dat mij het meest zou raken / Dat er geheim schuilt in een woord…

1910

annensky

Innokenti Annenski (1856 – 1909) geboren in Omsk, waar zijn vader een hoge regeringspost bekleedde. Later verhuisde het gezin naar Petersburg. Studeerde daar aan de Universiteit en was 12 jaar leraar klassieke talen en Russisch. Volgde een loopbaan in het onderwijs dat hem naar Kiev, Tsarskoje Selo en het district Petersburg bracht.

Begon laat met het publiceren. Zijn eerste dichtbundel Stille liederen bracht hij uit onder het pseudoniem Nik. T-o (niemand in het Russisch). De echte roem kwam na zijn dood met het uitbrengen van Het cipressenhouten kistje. De dichtbundel werd door zijn zoon in 1910 uitgebracht en was vernoemd naar het kistje waarin zich het manuscript bevond.

Uit: Bloemlezing van de Russische poëzie – Marja Wiebes en Margriet Berg, Plantage Leiden, 1997

Ed Leeflang: na een doodstille dag van herfst

ed-leeflang

Na een doodstille dag van herfst

Na een doodstille dag van herfst / zal de president van ons halfrond / spreken.Ik heb de moed niet over / en ga naar bed en hoor weer hoe mijn / ouders de verduistering bespreken, / ze doen bouwland in zandzakken en / zullen de ramen met ruiten van / plakband beplakken.

Diezelfde machteloze angst drukt / wakker. Verkleed in een artis-arend / kom ik haar ontvoeren, met langzame / slagen doe ik de vliegreis / naar een hoge top. / Ik kan haar niets vragen, niets / verklaren.

Daar word ik weer haar vader / en blijf met haar de slechte / eeuwen op.

Uit: Bewoond als ik ben, Arbeiderspers Amsterdam, 1981

Grigoriy Soroka biedt een kijkje binnen

grigory-soroka-5

Grigoriy Soroka (1823—1864) Russisch schilder en prominent lid van de Venetsianov school. Liet een klein oeuvre na (20 ongedateerde schilderijen), was een kundig vakman met een getroebleerd liefdesleven.

Soroka werd geboren in een klein Russisch plattelandsdorp (Pokrovskoye, Tver Guberniya), als kind van landeigenaar Milyukov. Van 1841 tot 1847 studeerde hij kunst bij Alexey Venetsianov om daarna terug te keren naar zijn dorp.

In de periode van 1850 tot 1860 woonde en werkte hij in het dorp en schilderde iconen in de plaatselijke kerken. Werd verliefd op dochter Lydia van een landeigenaar, maar moest trouwen met een vrouw die hem als lijfeigene was toegewezen. Na het aannemen van een nieuwe Russische emancipatiewet in 1861 bleef voor Soroka het lijfeigene-systeem van kracht. Hij diende nog wel een formele klacht in, maar die werd afgewezen. Een lijfstraf werd hem daarop toegewezen en een geseling volgde. In 1864 pleegde Soroka zelfmoord; hij hing zich op in de kamer waar de bakoven stond. Niet veel later gevolgd door de zelfmoord van Lydia, die zichzelf vergiftigde.

grigory-soroka-2

Soroka heeft niet veel schilderijen nagelaten. Er zijn zo’n 20 schilderijen van zijn hand bekend, de meesten ongedateerd. Uit zijn nagelaten werk blijkt dat Soroka een kundig vakman was. Wat hem bijzonder maakte was dat hij een aantal interieurs schilderde die ons een mooi kijkje bieden in het interieur van de Russische plattelandsbevolking uit die tijd.

grigory-soroka-3

Ida G.M. Gerhardt: in memoriam

ida-gerhardt2

Hoe welkom zijn ons in deze kille zonloze dagen de blijde en lichte verzen van Ida Gerhardt! Doortrild zijn zij van een zuivere vreugde over de schoonheid van Holland, van zijn wateren en weiden, zijn vogelgeluiden in het voorjaar, zijn schepen ‘als zeilende bloemen’. Van een ingehouden toon is deze poëzie, vol stille verrukkingen. In haar innige liefde voor de zinnelijke wereld herinnert zij soms aan Gorter’s Mei: het is hetzelfde landschap wat hier verschijnt, in dat gouden licht van de Hollandse lente.

Henriëtte Roland Holst

In memoriam

Met duizend fijne zaden / ving het te sneeuwen aan, / de ongerepte paden / ben ik alleen gegaan.

Roerloos ligt het volkomen / herschapen land om mij, – / die mij werd weggenomen / nu is hij zóó nabij,

Als nadert een ontmoeten / in deze sneeuwen laan, – / ik zie het spoor der voeten / waar wij tezamen gaan.

Uit: Nederlandse dichteressen na 1900 – Nel Noordzij, Bezige Bij Amsterdam, 1957

Tjoettsjev: zoals de oceaan de aard omrandt

snachts-varen

Zoals de oceaan de aard omrandt

Zoals de oceaan de aard omrandt, / Zo is het aards bestaan gevat in dromen; / De nacht breekt aan – en met zijn luide stromen / Kastijdt het element het strand.

Dat is zijn stem: hoe dwingend klinkt zijn vragen… / Het toverscheepje deint al op de ree; / De vloed komt op en zal ons spoedig dragen / Naar de oneindig zwarte zee.

De hemelboog, die gloeit van stergeflonker, / Kijkt raadselachtig neer en houdt de wacht, / Rondom omgeven door het laaiend donker / Varen wij verder door de nacht.

Tjoettsjev (1803 – 1873), Russisch

Vertaling Marja Wiebes en Margriet Berg

Julian Barnes over het lezen van memoires

Lila Azam and Julian Barnes for FNPI and Nina

Julian Barnes

Je hebt klassiekers in de literatuur en klassiekers die iedereen kent (al was het maar van horen zeggen). Om duidelijker te worden: Homerus, Don Quichote, Moby Dick en Madame Bovary. Het zijn tijdloze werken waarin menselijke karaktertrekken aan de orde komen die ons nog altijd aanspreken. Je kunt er eeuwen later nog door geraakt worden en jezelf er in herkennen: de meesterwerken dus.

Mijn fascinatie is Madame Bovary. Geschreven door Gustave Flaubert in het 19-de eeuwse Frankrijk. Hij schreef Madame Bovary in 1857. Eerst als feuilleton. Er was onmiddellijk een enorme discussie over het werk. Later in boekvorm werd het zelfs verboden. Belangrijkste reden: het gaat over overspel en de hoofdpersoon is een vrouw. Ongekend en ongehoord voor die tijd. Maar sindsdien heeft Bovary de gemoederen bezig gehouden. En mij ook.

Het mooiste komt nog: ik heb het boek in mijn bezit maar nog steeds niet gelezen. Maar wel al die boeken die Bovary als thema of als motief hebben. Want het zijn niet de minsten die zich over dit fenomeen hebben gebogen: Willem Brakman, Nabokov en de Britse schrijver Julian Barnes bijvoorbeeld. In zijn boek Flauberts papegaai volgen we Geoffrey Braithwaite, die totaal gefascineerd is door Flaubert en Bovary en de Franse schrijver achterna reist. Hij bezoekt regelmatig Frankrijk om weer naar zo’n plek te gaan, waar Flaubert vertoefd heeft. Ondertussen is de vraag: wat kun je van iemand te weten komen, wat weet je eigenlijk van je eigen leven?

De hoofdpersoon stelt die vraag voortdurend, twijfelt aan alles, roept tegenstrijdige voorbeelden op om een stelling te bewijzen of juist te ontkrachten. In onderstaand voorbeeld gaat het over het lezen van memoires, vaak een bron van informatie voor een ieder die meer wil weten van de geschiedenis.

Bij het lezen van deze memoires is het alsof je in de trein een man ontmoet die zegt: ‘Kijk maar niet naar mij, dat is misleidend. Als je wilt weten wat voor iemand ik ben, moet je wachten tot we door een tunnel komen en mijn spiegelbeeld in het raam bestuderen.’ Je wacht en je kijkt, en je vangt een gezicht op tegen een wisselende achtergrond van roetige muren, kabels en plotseling metselwerk. De transparante schim tril en schokt, altijd een meter van je vandaan. Je went aan zijn bestaan, je beweegt  als hij beweegt; en hoewel je weet dat zijn aanwezigheid voorwaardelijk is, heb je het gevoel dat die permanent is. Dan klinkt er meer naar voren een geloei, een geraas, en ineens is het licht; het gezicht is voorgoed verdwenen.

Uit: Flauberts papegaai – Julian Barnes, Olympus Amsterdam, 1985, 2012, vertaling Else Hoog