Giorgio Bassani: ‘De gevangenis is een echte leerschool.’

ferrara

De verhalen van schrijver Giorgio Bassani spelen zich af in het Italiaanse Ferrara

Clelia Trotti is een personage uit de verhalen van de joods-Italiaanse schrijver Giorgio Bassani (1916 – 2000). Ze is socialiste en anti-fasciste. En een typisch voorbeeld van de vele personages die de verhalen van de Italiaan bevolken. Bassani situeerde zijn verhalen meestal (of altijd) in Ferrara. Hij werd de chroniqueur van deze ommuurde stad. Veel van zijn hoofdpersonen hebben dezelfde strijd te voeren: die tegen de rest. Het zijn types die vanwege hun opvattingen, hun religie of hun geaardheid buiten de maatschappij staan. Wat ze doen (of laten) om toch te overleven; daar geen veel verhalen van Bassani over. Ook in De laatste jaren van Clelia Trotti.

‘Het is maar een droom, ik weet het,’ voegde ze er dadelijk aan toe, ‘een vrome wens die nooit zal worden vervuld. Wat heb ik nu bereikt, afgezien van een paar jaar verbanning en nu die gecontroleerde vrijheid, wat heb ik gedaan in het leven om een graf te verdienen tussen de groten van onze stad, ketters of niet. Ik ben niet eens in elkaar geslagen, kunt u nagaan. Mij hebben de fascisten voorzichtiger behandeld. Ze hebben me alleen in ’22 een halve ounce wonderolie laten slikken, voor de deur van de lagere school in de via Bersaglieri del Po, en mijn gezicht volgesmeerd met zwartsel. Ach ach! Het is dat de kinderen erbij stonden te kijken en huilden van angst, anders had ik het niet eens zo erg gevonden, dat verzeker ik u. Ze hadden heus niet met twintig of dertig man hoeven komen, met knuppels, dolken, doodskoppen op hun pet enzovoort, om een vrouw alleen in te maken! Flink, hoor. Terwijl ik de olie inslikte wist ik al  dat iedereen deze actie van de zwarthemden zou afkeuren.’

(..)

‘De gevangenis is een echte leerschool,’ zei ze op een andere avond, terwijl ze een Macedonia aanstak aan de peuk van de vorige (een slechte gewoonte die ze aan de gevangenis had overgehouden, verklaarde ze), ‘mits je niet te lang blijft zitten en er fysiek niet onderdoor gaat. Ik voor mij ben het lot dankbaar dat het mij die beproeving niet heeft bespaard. Eenzaamheid, bezinning, niemand anders hebben dan jezelf, dat word je een beter mens van. En jezelf leren kennen, vechten tegen bepaalde neigingen en ze soms weten te overwinnen, dat kan alleen tussen de vier muren van een cel. Toen ik in 1930 uit de gevangenis kwam deed ik met pijn in het hart afstand van mijn nummer, zesendertig, alsof ik een deel van mezelf achterliet. Iedere muur, elke hoek, alles wat er was droeg sporen van verdriet. De waarheid is dat een mens zich het meest hecht aan die plaatsen waar hij heeft gehuild, waar hij heeft geleden en waar hij in zichzelf de kracht heeft gevonden om te hopen en weerstand te bieden.’

Fragmenten uit: De laatste jaren van Clelia Trotti – Giorgio Bassani, Meulenhoff Amsterdam, 1980, vertaling Tineke van Dijk en Joke Traats

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s