Strip-Kunst

teun hocks

Het werk van de Nederlandse kunstenaar Teun Hocks (1947) doet strip-achtig aan: een plaatje zonder tekst die humor combineert met on-realistische trekjes.

reinier lucassen

Reinier Lucassen (1939) schilderde figuratief en was een vertegenwoordiger van de pop-art-beweging in ons land. Zijn fascinatie voor strips toonde hij ondermeer door Kuifje te tekenen. In zijn latere werk werden de afbeeldingen abstracter.

peter saul's donald duck

De Amerikaan Peter Saul (1934) hield zich nadrukkelijk bezig met pop-art en pop-cultuur. Donald Duck werd in 1 van zijn werken gebruikt om daarmee het werk van Marcel Duchamp van commentaar te voorzien.

mel Ramos Superman

Mel Ramos (1935, Amerikaans) maakte figuratief werk, schilderde veelal naakte vrouwen en genoot bekendheid vanwege zijn hyperrealistische schilderijen. En hij maakte dit portret van Superman.

andy warhol's popeye

Tenslotte Andy Warhol (1928 – 1987), pop-art kunstenaar. Warhol kwam uit de reclame-(illustratie)-wereld. Onder het motto: alles is mooi maakte hij ook schilderijen van Superman, Dick Tracy en Popeye.

andy warhol's dick tracy

 

Rolf Dieter Brinkmann: künstliches Licht

Künstliches Licht

Wir haben Bilder die sich / ‘bewegen’, und die Bedeutung / ist nicht nur etwas, das sehr

hell ist. Es sind z.B. die / Glühbirnen, die im Dunkeln / verschwinden, und es ist

diese Muster aus Autounfällen / und ‘Angst’. Ein Junge / liegt ausgestreckt auf dem

Boden unter einer grossen / Helligkeit nackt und ‘bewegt’ / seine Hand. Dieser Junge bin

ich. Die Bedeutung einer / solchen Szene ist einfach. / Als ob in der Erinnerung

nur dieses eine ‘Bild’ / wirklich wäre. Ich ‘tat’ das / und später, als ich fertig war

blieb diese ‘Bewegung’ zurück. Aus / zu grosser Nähe gesehen, verschwinden / die Einzelteile und werden ‘Angst’.

Kunstlicht

We hebben beelden die / ‘bewegen’, en de betekenis / is niet alleen iets dat heel

licht is. Het zijn b.v. de / gloeilampen die in het donker / verdwijnen, en het is

dit patroon van auto-ongelukken / en ‘angst’. Een jongen / ligt uitgestrekt op de

grond onder veel licht naakt en ‘beweegt’ / zijn hand. Deze jongen ben

ik. De betekenis van / zo’n scene is eenvoudig. / Alsof in de herinnering

slechts dit ene ‘beeld’ / werkelijk is. Ik ‘deed’ dat / en later, toen ik klaar was,

bleef deze ‘beweging’ over. Van / te grote nabijheid gezien verdwijnen / de afzonderlijke delen en worden ‘angst’.

Rolf Dieter Brinkmann, 1969

Bron: taz.de

Rolf Dieter Brinkmann (1940 – 1975), Duits (Brinkmann kwam in Londen onder een auto en overleed in 1975)

Uit: Standphotos, Gedichte 1962-1970, Rowohlt Reinbek, 1980

Dieren: ik ben een paard

paard in de trein

Ik reis in een trein. Bron: horses24.be

Ik ben een paard

ik reis in een trein / die stampvol is. / in mijn coupé / is iedere plaats bezet door een vrouw / die een man op haar schoot heeft. / de lucht is ondraaglijk tropisch. / alle reizigers / hebben een vreselijke honger / en eten onophoudelijk. / plotseling beginnen de mannen / te kermen / en verlangen de moederborst. / ze knopen de damesblouses open / en zuigen verse melk naar hartelust op. / alleen ik zuig niet / en word niet gezoogd. / er zit niemand op mijn schoot / en ook ik zit op niemands schoot. / want ik ben een paard. / ik zit rechtop en groot / met mijn achterpoten op de treinbank. / en steun comfortabel / op mijn voorpoten. / ik hink luid hiii hiii hiii. / aan mijn borst glinsteren / de seksknopjes van mijn sex-appeal / in mooie rijen / als de glinsterende knopen van een uniform. / o zomertijd. / o wijde wijde wereld.

Hans Arp (1887 – 1966), Frans

Uit: Onze dagelijkse droom, Meulenhoff Amsterdam, 1986, vertaling Peter Nijmeijer

Drie fijnste van The Only Ones

Peter Perrett is dezer dagen volop in het nieuws. Hij bracht onlangs een solo-album uit. Niet dat feit is reden voor deze drie fijnsten, maar het feit dat hij zanger was van een nogal onderschatte band: The Only Ones.

The Only Ones maakte in Groot-Brittannië in de jaren 70, vorige eeuw wat furore. Het was een post-punkband, een stroming die wat later new wave is gaan heten. De band bracht drie albums uit: The Only Ones (1978), Even Serpents Shine (1979) en Baby’s got a Gun (1980). Platen die werden geprezen om hun melodische kracht, het pregnante aan Lou Reed refererende stemgeluid en de zwart-romantische, sardonische teksten van Perrett. Het beroemdste lied van The Only Ones werd hun onvolprezen Another Girl, Another Planet.

Another Girl, Another Planet

The Beast

No Peace for the Wicked

Alfred Birney maakt een tussenstand op met de Tolk van Java

alfred birney

Alfred Birney (1951) is een Indische-Nederlander die met het boek De Tolk van Java geprobeerd heeft het verhaal van zijn vader, zijn moeder en zijn familie neer te pennen. ‘In De Tolk van Java zijn de herinneringen van een kamerolifantje (moeder), de memoires van een oorlogstolk (vader) gehamerd op een schrijfmachine, onderbroken met verhalen, brieven en gemopper van de oudste zoon, becommentarieerd door zijn broer’, aldus Birney zelf in de ondertitel van het boek. Het boek won de Libris Literatuur Prijs 2017.

In een interview met NRC (27 mei 2016, Kester Freriks) stelt de schrijver:

„Voor veel lezers is het conflict tussen vader en zoon herkenbaar. Een agressieve, militante vader jegens een zoon als slachtoffer. Haat en liefde. Maar er is meer. Het belangrijkste is te laten zien dat Nederland de koloniale geschiedenis op afschuwelijke manier heeft afgesloten, omdat Nederland weigerde met Indonesische leiders te praten. Het doel dat ons land voor ogen stond was gezagsherstel. En geld natuurlijk.”

„De Nederlandse samenleving behandelde voormalige landgenoten uit Indonesië hardvochtig. Ik zag mijn vader als een desperado die zich hier niet thuis voelde. Ik herinner me Indische kennissen van mijn ouders die op bezoek kwamen. Ze hadden iets verweesds over zich, iets verlatens. Het land waar zij opgroeiden en waarvan zij hielden ligt ver weg achter de horizon. Al leef ik nog altijd met duizenden vraagtekens, soms probeer ik het heel eenvoudig te houden: de Indonesiërs hebben iets gewonnen. Hun vrijheid. De mensen uit Nederlands-Indië hebben iets verloren. Hun land. We komen alleen verder in historisch onderzoek als we kennis hebben van hun perspectief. Dat perspectief heb ik in mijn boek willen schetsen: een in Nederlands-Indië geboren man die zowel tijdens als na de koloniale oorlog zijn identiteit kwijtraakte.”

In het navolgende fragment uit het boek een voorbeeld van hoe verweesd en verlaten sommige Indische mensen zich voelden. Broese is een vriend van de vader van de schrijver. De vader wordt door zijn zoon steeds de Arend genoemd.

Op een zondagmiddag nam de Arend mij mee achter op zijn bromfiets. De oude jongen met het dunne haar op zijn bevlekte ronde hoofd woonde ergens aan de Loosduinseweg in een parterrewoning met ramen zo vies dat je er nauwelijks doorheen kon kijken.

De bel werkte niet.

De Arend probeerde met zijn zakdoek een opening in een raam te wissen, maar het vuil zat aan de binnenkant. Hij klopte aan. Het duurde lang voor Broese opendeed. Misschien hadden we de nachtwaker uit zijn slaap gehaald. Hij liet ons wat onhandig binnen, onwennig met dat plotselinge bezoek. Zijn huis was bijna leeg. De hutkoffer van zijn overtocht uit Indië deed dienst als salontafel. Er stond één stoel. Die werd mij toegewezen.

De Arend zei: ‘Zo, woon je hier dus…’

Hij stapte onrustig door de lege kamers, de handen losjes in de zakken van zijn terlenka pantalon, mopperend, schertsend, schimpend. Broese gaf me met onhandige bewegingen limonade te drinken uit een vlekkerig glas waaraan haartjes kleefden. Hij verontschuldigde zich voortdurend tegenover de Arend, dat hij ons niets beters te bieden had. Maar het huis zou beslist worden opgeknapt, hij zou meubels kopen, fatsoenlijk servies en ja… gordijnen.

Als je iemand bent die zich voortdurend voor zijn leven moet verontschuldigen, komt de dood je dan nog wel met genoegen halen?

Uit: De Tolk van Java – Alfred Birney, De Geus Amsterdam, 2016

Baudelaire: spleen

Charles+Baudelaire Gustave+Courbet

Charles Baudelaire geschilderd door Gustave Courbet

Spleen

November fel op de stad gebeten / giet uit haar urn een duistere kilte / over de luisterende doden die weten / dat niets zo leeft als de stilte.

Het huis woeste rusteloos in dromen / en de ochtend wordt maar niet lichter. / We citeren huiverend een paar strofen / van de dode lang vergeten dichter.

Vals begeleidt vlamvattend hout / een zieke klok reeds eeuwen oud / en terwijl de regen niet kan rusten / en vlammen vreten aan de vloer / praten de schoppenvrouw en de hartenboer / sinister van hun overleden lusten.

Charles Baudelaire (1821 – 1867)

vertaling Frans Leonard

Uit: Aan een droom vol weelde ontstegen  – Gerrit Komrij, Meulenhoff Amsterdam, 1982

René Puthaar: del mar 1

ga nooit in zee met naakte leden

Ga nooit in zee met naakte leden. Bron: vakantiehuizenspanje.nl

Del mar 1

Het geeft niet dat de as wegwaait, / de wind ruimt op. Als ik de zon / zo zie, een gong waarop geen god / nog slaat, verbeeld ik me dat daar / waar jij nu ligt over een eeuw / een schilder, net als wij verjaard, / zijn allerlaatste doek leeg laat. / Ga nooit, mijn lieveling, in zee / met naakte leden. Nature morte: / diep in het blauw is vuil gestort.

René Puthaar (1964)

Uit: Dansmuziek, Meulenhoff Amsterdam, 2000

Zhang Yimou’s kleurrijke cinema

De Chinese filmregisseur Zhang Yimou (1951) is bij ons niet alleen bekend van de films Hero (2002) en House of the Flying Daggers (2004), maar ook van de intieme drama’s Ju Dou (1990) en Raise the Red Lantern (1991).

Yimou begint zijn filmloopbaan na de Culturele Revolutie in China. Hij meldt zich in 1979 bij de filmacademie in Peking en… wordt afgewezen. Na een ontmoeting met de toenmalige minister van cultuur lukte het Yimou alsnog om op de filmacademie te komen. Hij studeerde in 1982 succesvol af.

In de filmindustrie begon hij als cameraman en acteur. Zijn regiedebuut Red Sorghum, liet tot 1987 op zich wachten. De film bezorgde hem internationale bekendheid. Met Ju Dou en Raise the Red Lantern liet Yimou zien dat hij intieme persoonlijke drama’s kon verfilmen met sterke vrouwelijke personages. Het was ook de periode waarin Yimou begon aan een relatie met filmster Li Gong die 7 films lang zou duren.

De films werden overigens in China zelf snel in de ban gedaan. Toen ze internationaal lof en eer kregen toegezwaaid, werden de films in China weer toegelaten.

In de jaren na 2000 trok Yimou de aandacht met martial-arts films. Met sierlijke, adembenemende acties; weelderig kleurgebruik en extravagante kostuums. Yimou liet zich daarna verleiden om in het Westen te gaan filmen, waarna zijn films minder tot de verbeelding spraken.

Over het kleurgebruik van Yimou gaat onderstaande bijdrage.