Paul Celan: Sprachgitter

Sprachgitter

Augenrund zwischen den Stäben.

Flimmertier Lid / rudert nach oben, / gibt einen Blick frei.

Iris, Schwimmerin, traumlos und trüb: / der Himmel, herzgrau, muss nah sein.

Schräg, in der eisernen Tülle, / der blakende Span. / Am Lichtsinn /errätst du die Seele.

(War ich wie du. Wärst du wie ich. / Standen wir nicht / unter einem Passat? / Wir sind Fremde.)

Die Fliesen. Darauf, / dicht beiander, die beiden / herzgrauen Lachen: / zwei / Mundvoll Schweigen.

Spreektralies

Ogenbol tussen de spijlen.

Trillend ooglid / roeit naar boven, / geeft een blik vrij.

Iris, zwemster, droomloos en troebel: / de hemel, hartgrauw, moet nabij zijn.

Schuin, in de ijzeren kandelaar, / de walmende gloeispaan. / Aan het lichtgevoel / herken je de ziel.

(Was ik maar zoals jij. Was jij maar zoals ik. / Stonden we niet / onder één passaat? / We zijn vreemden.)

De plavuizen. Daarop, dicht bij elkaar, de beide / hartgrauwe poelen: / twee / monden vol zwijgen.

Paul Celan (1920 – 1970)Paul-Celan

Uit: Sprachgitter, S.Fischer Frankfurt am Main, 1959

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s