Günter Eich: Inventur

Inventur

Dies ist meine Mütze, / dies ist mein Mantel, / hier mein Razierzeug im Beutel aus Leinen.

Konservenbüchse: / Meine Teller, mein Becker, / ich hab in das Weisblech / den Namen geritzt.

Geritzt hier mit diesem / kostbaren Nagel, / den vor begehrlichen / Augen ich berge.

Im Brotbeutel sind / ein Paar wollen Socken / und einiges was ich / niemand verrate,

so dient es als Kissen / nachts meinem Kopf. / Die Pappe hier liegt / zwischen mir und die Erde.

Die Bleistiftmine / lieb ich am meisten: / Tags schreibt sie mir Verse, / die nachts ich erdacht.

Dies ist mein Notizbuch, / dies meine Zeltbahn, / dies ist mein Handtuch, dies ist mein Zwirn.

Inventarisatie

Dit is mijn muts, / dit is mijn jas, / hier is mijn scheergerei / in de linnen zak.

Conservenblik: / mijn bord, mijn mok, / ik heb in het metaal / mijn naam gekrast.

Gekrast hier met deze / kostbare spijker, / die ik voor begerige / blikken verberg.

In mijn broodzak zitten / een paar wollen sokken / en een paar dingen die ik / aan niemand verraad,

zo dient het ’s nachts / als kussen voor mijn hoofd. / Dit karton hier ligt / tussen mij en de aarde.

De potloodstift / heb ik het liefst: / overdag schrijft hij verzen / die ik ’s nachts heb bedacht.

Dit is mijn notitieboekje, / dit is mijn tentbaan, / dit is mijn handdoek, / dit is mijn garen.

gunter eichGünter Eich (1907 – 1972)

Uit: Abgelegene Gehöfte, Schauer Frankfurt am Main, 1948

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s