De fijnsten van Amy Winehouse

Een dominante vader die alles voor haar regelde; een afwezige moeder; drankprobleem; succes waarmee ze niet kon omgaan; geen geluk in de liefde: een aantal van de ingrediënten uit het kortstondige leven van Amy Winehouse (1983 – 2011). Deze ingrediënten bleken al snel een dodelijke mix op te leveren. Amy werd niet ouder dan 27 jaar. Talent moet je als bezitter ook kunnen handelen, zo bleek. Maar wat een stem had deze vrouw en wat raakte ze me met die alles-of-niets optredens. Daarom: de drie fijnste van Amy Winehouse. Om kippenvel van te krijgen!

Back to Black

Tears dry on their own

Valerie

Ernst Meister: es gibt

Es gibt

Es gibt / im Nirgendblau / ein Spiel, es heisst / Verwesung.

Es hängt / am Winterbaum / ein Blatt, es / dreht und / wendet sich.

Ein Schmetterling / ruht aus / auf Todes / lockerer Wimper.

Er is

Er is / in ’t nergensblauw / een spel, het heet / ontbinding.

Een blad / hangt aan / de winterboom, het / wendt en / keert.

Er rust / een vlinder / op de losse wimper / van de dood.

ernst_meisterErnst Meister (1911 – 1979)

Uit: Wandloser Raum, Luchterhand, Darmstadt und Neuwied, 1979

August Macke, kubist die de mogelijkheden van kleur onderzocht

August Macke (1887 – 1914), Duitser en schilder, aquarellist. Nam in 1911 deel aan de eerste tentoonstelling van Der ‘blaue’ Reiter. Reisde met Paul Klee naar Tunis om een serie aquarellen te maken waarin geabstraheerde vormen in warme kleuren domineerden. Expressionist en orfist.

Het orfisme was een stroming binnen het kubisme. Kwam rond 1910 tot grote bloei. Onderzocht de mogelijkheden van kleur. De schilderkunst die het orfisme opleverde was lyrisch en abstract. Het orfisme verwijst naar Orfeus, die muziek en poëzie combineerde in zijn werk. Grote mannen van het orfisme waren schilder Robert Delaunay en dichter Guillaume Apollinaire.

August Macke Tutt'Art@August Macke 2August Macke 3August Macke 4August Macke 5August Macke 6

Generaties: grootvader

strindberg-1

Schrijver Strindberg fotografeerde ook, niet onverdienstelijk, stadgezichten

Den Haag

Overal bevuilde daken / groen koper van kerken / brakke lucht: uitgebeten huizen / afgegraasd grasland verwaarloosde zee. / O en de trieste trage gele trams / en het kippevel van de verwaaide straten… / heel Den Haag was één Panorama Mesdag / elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader, ongeschoren, / dwaalde als Strindberg door het huis / gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was, / met mijn kleine rubberdolk / beheerste dolleman / pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp / of, op zolder, het oude lila kussen.

Remco Campert (1929)

Uit: Alle bundels gedichten, 1976

Chico Buarque de Holanda ziet vlekken en een grote zweer

Het was de laatste nacht dat ik hier heb geslapen en dromend van haar deze lakens heb bevuild. Zoals elke ochtend zal ik het beddengoed afhalen, er een prop van maken en deze door het raam aan de achterkant gooien, zodat de wasvrouw hem beneden kan oppakken. Maar op de matras zal een vochtige plek zichtbaar blijven, die zal ik dus omkeren, zoals ik elke ochtend doe om de kant met de opgedroogde vlekken boven te leggen. Ik zal het gevoel hebben dat de matras elke dag een beetje zwaarder wordt, en dan stel ik me voor hoe het stro binnenin geïmpregneerd wordt met de pasta van mijn dromen en eenmansdaden. Ik zal denken dat als ik het lichaam van mijn vader in de vrijgezellenflat had omgedraaid, hij even zwaar als de matras zou zijn en dezelfde lucht zou uitwasemen. Ik zal nooit vergeten hoe mijn vader onder het bloed op zijn buik op het vloerkleed lag en hoe de rechercheur verhinderde dat ik het lichaam aanraakte. Hij hoefde niet tegen me te schreeuwen of in mijn arm te knijpen. Ik wilde alleen maar mijn vader niet zo laten liggen, met zijn open mond tegen het tapijt aan. Ik wilde zien door welk gat al die kogels naar binnen waren gegaan, want het leek wel dat al het bloed via zijn mond was weggevloeid, via die grote zweer.

Uit: Herinneringen aan Rio – Chico Buarque de Holanda, Meulenoff Amsterdam, 2009, vertaling Ruud Ploegmakers

Chico-BuarqueChico Buarque de Holanda (1944), Braziliaans

(on)Zin: IJs (voor M.)

ijspegelarchitectuur

(foto: El Krommo, bron: hiveminer.com)

IJs

Voor M.

Zij kwam uit het sneeuwen van de lucht / Waar ijspegelarchitectuur / Barok hulde in een witte vacht. / Ik zag in haar pels haar koud gezicht, / Mijn lippen sprongen op vol vuur / Vanuit de haardstee in de hoek, / Waar ik gewacht had op mijn stoel. / Ik kuste hun hitte op haar vel / En zag hoe rood in wit ontlook. / Om mijn bezorgdheid schitterden / Haar lachende ogen met de pracht / Van het ijs, dat zij hier binnenbracht. / Die dag vergat ik tot vandaag. / Wat heeft herinnering verhinderd / In mij die, toen zij kwam, niet zag / De hartstocht van haar witte winter?

Stephen Spender (1909 – 1995), Brits

ongepubliceerd gedicht, vertaling Geert van Istendael

Raimond Wouda fotografeert het schoolse leven

Fotograaf Raimond Wouda (1964) heeft zich lange tijd bezig gehouden met het schoolse leven. Dat deed hij op verschillende plekken in verschillende landen. Het is de wereld van de puber (van 12 tot 20 jaar) die zich afspeelt tussen lockers, gangen, trappen en andere gemeenschapsruimten. De wereld van de (middelbare) school is er niet meer 1 van discipline, orde en gezag. Het is de wereld van de subcultuur en zoals immer: de wereld van het zich afzetten tegen de verworvenheden van ouders en grootouders.

Wouda brengt die wereld haarscherp in beeld, kleurrijk en vol van detail. De beelden laten zien hoe de puber zich voorbereidt op een eigen plek in de maatschappij buiten.

raimond wouda 3

raimond wouda 4

raimond wouda 5

raimond wouda 6

raimond wouda 7

raimond wouda 1

Middellandse Zee: on y danse tout en rond

Village_d'Oingt

Village d’Oingt aan de Rhône in het Beaujolais-wijngebied

On y danse tout en rond

Een brug gaat over de stroom / en laat plots in het midden / wat ze beloofd had ons te geven: / oever, thuiskomst, overkant / waarin dit land, je / andere kant,

ons zou besparen voor de / toekomst van je dromen – / dat ik je niet bereiken kan, / witte toren, zwarte wijngaard, / madonna van de Rhône.

Nacht waarin dichters duikers worden, / zwemvliezen tussen vingers / die de pen ontvalt,

woorden die keren in het tij, / tegenstroom onder een gebroken brug / die me herinnert aan de welving / van je rug.

Stefan Hertmans (1951), Belgisch

Uit: Francesco’s paradox, Meulenhoff Amsterdam, 1995

Harvey Swados kondigt de volgende stap aan

Geen woord, zin of alinea teveel. In het korte verhaal heeft elke letter, lettergreep, wending, beschrijving van tijd en ruimte en karakterschets een afgepaste functie. Het dient het verhaal, de ontwikkeling van gebeurtenissen en/of personages. Niets is toeval, ook al wordt die suggestie gewekt door de verhalenverteller.

Harvey-Swados-Fiction-1960De Amerikaan Harvey Swados (1920 – 1972) kende deze spelregels als geen ander. Zelf was hij schrijver, essayist, journalist en docent aan een aantal universiteiten. Hij bracht zijn leerlingen in contact met die regels en legde ze waarschijnlijk uit en voor aan zijn gehoor. En dan kan zijn eigen werk als voorbeeld dienen. Zoals dit fragment.

Uit: De danser

Op een dag dat hij op het spoor was gekomen van een handelaar die graag wilde weten hoe hij op legale wijze twintigduizend met de hand geschilderde zijden dassen met obscene voorstellingen, naar Zuid-Afrika kon exporteren, voelde Peter op straat iets nattigs tegen de rug van zijn hand. Nerveus keek hij omlaag. Een jongetje van een jaar of vijf, zes, dat een afgesabbelde ijslolly in zijn hand klemde, probeerde zijn kleverige vingertjes in Peters hand te wringen. Hij keek op naar Peter met zijn ernstige vuile gezichtje en zei: ‘Steek je met me over, meneer?’

Peters hart stond een ogenblik stil.

‘Wat bedoel je?’

‘Of je met me oversteekt’, herhaalde het jongetje ongeduldig.

Langzaam stak Peter Seventh Avenue over, met de kinderhand stevig in de zijne. Aan de overkant trok het jongetje zijn vingers los, zodra zijn voeten het trottoir raakten. Hij stak zijn hand uit als groet en holde weg, zonder één woord. Peter stond hem na te staren.

Toen Peter het voorval overdacht, kwam hij tot de conclusie dat het hem zo ontroerd had omdat nog nooit iemand zo’n volledig geloof en vertrouwen in hem had getoond. Hij kon het niet nalaten het beeld van het jongetje, dat wegholde over Seventh Avenue, te vergelijken met de herinnering aan zichzelf de vorige nacht, toen hij opgetogen zijn sprongen had gemaakt vóór zijn schaduw op de stippelwand van Imago’s kamer. Imago, verrukt handenklappend, had haar warme naakte lichaam behangen met glinsterende snoeren en had met een paar vrolijk beschilderde kalebassen (een souvenir van een vakantie in Mexico) een dolle begeleiding gerateld bij zijn wervelende dans.

Peter kon niet wachten met Imago het voorval met het jongetje te vertellen. Op het laatste moment besloot hij om ’s avonds naar haar toe te gaan inplaats van naar balletschool.

Uit: Meesters der Amerikaanse vertelkunst na 1945, deel 2 – Dola de Jong, Meulenhoff Amsterdam, 1968