Chen Man beweegt zich tussen kunst- en mode-fotografie

chen man 1

chen man 3

chen man 5

Chen Man is Chinees en fotografeert. Geboren en getogen in hoofdstad Beijing studeerde ze in 2005 af aan de Akademie voor fijne kunsten. Voor het afstuderen werkte ze mee aan het mode-blad Vision, dat in Shanghai gevestigd is en als progressief bekend stond.

Via dit blad en haar contacten in de mode-wereld kwam ze onder de aandacht van bladen als: Harper’s Baazar, Elle en Esquire.

In het begin van haar loopbaan vond men het lastig haar te labellen: Mode? Kunst? Dat had vooral te maken met het feit dat ze haar beelden nogal flink digitaal manipuleerde. Daar kreeg ze zelf last van. Vandaar de terugkeer naar fotograferen met natuurlijk licht en minder retoucheren. Gebleven is haar voorkeur voor schoonheid en glamour. En haar voorkeur en voorliefde voor het fotograferen van Aziatische modellen. Inmiddels is Chen Man één van China’s meest bekende en meest belangrijke mode-fotografen.

chen man 2

chen man 4

chen man 6

Advertenties

Licht: een andere hemel

Een andere hemel

la stranezza di un cielo chi non e il tuo (Cesare Pavese)

Er bestaat geen spons om de hemel mee te wassen / maar al zou je hem kunnen inzepen / en nat gooien met emmers zee / en aan de zon te drogen hangen / dan nog miste je een vogel in de stilte

er bestaat geen manier om de hemel aan te raken / maar al zou je omhoog reiken als een palm / en hem in je verbeelding kunnen beroeren / en eindelijk weten hoe hij aanvoelt / dan nog miste je de wolk van katoen

er bestaat geen brug om de hemel over te steken / maar al zou je de andere oever bereiken / met behulp van herinneringen en voorspellingen / en vaststellen dat het niet zo moeilijk is / dan nog miste je de pijnboom in de schemering

dat komt omdat die hemel niet jouw hemel is / al is hij onstuimig en verscheurd / maar als je bij je eigen hemel komt / zul je hem niet willen wassen of aanraken of oversteken / en zijn ze er de vogel en de wolk en de pijnboom.

mario benedetti, el paisMario Benedetti (1920 – 2009) Uruguayaan

bron foto: http://www.elpais.com

Verbleef tijdens de dictatuur in ballingschap tot 1985. Schreef 80 boeken, is in 20 talen vertaald. Bekendste roman: Het uitstel.

bron: meandermagazine.net; vertaling Fleur Bourgonje

Rufino Tamayo schildert vooral ‘Mexicaans’

rufino tamayo 1

rufino tamayo 3

rufino tamayo 5

Rufino Tamayo (1889 – 1991, Mexicaans), was schilder en behoorde met Orozco, Rivera en Siqueiros tot de meest invloedrijke Mexicaanse kunstenaars van onze tijd.

Tamayo woonde lang in de USA. Hij schilderde in een figuratieve stijl maar wel met duidelijke invloeden uit surrealisme, kubisme en expressionisme. Zijn thematiek is echter nadrukkelijk geïnspireerd door Mexicaanse tradities en cultuur.

Eén van de meer bekende werken van Tamayo is te zien op het Unesco-gebouw in Parijs. Daarvoor maakte hij in 1958 een monumentale muurschildering.

rufino tamayo 2

rufino tamayo 4

rufino tamayo 6

Vogels en vissen bij Van der Graft, Lucebert, Gorter en M.C. Escher

vogels en vissen 2

werk van M.C. Escher

De vogel in het zwerk, de vis in de poel. Ze zijn elkaars spiegelbeeld zoals lucht en water elkaars spiegelbeeld zijn. De één weerkaatst de ander. De vogel zwemt in het water en de vis vliegt door de lucht, soms letterlijk. Soms betreden ze elkaars domein.

In het werk van M.C. Escher is daar een bekend voorbeeld van. Maar die voorbeelden zijn ook bij dichters te vinden.

Guillaume van der Graft in 1954:

Vogels en Vissen

vogels en vissen/ werden geschapen op één dag / en overmorgen zullen de mensen komen.

Lucebert in:

Visser van Ma Yuan

onder wolken vogels varen / onder golven vliegen vissen / maar daartussen rust de visser

golven worden hoge wolken / wolken worden hoge golven / maar intussen rust de visser

Ten slotte, Gorter uit de bundel Verzen:

De wolken gaan stil voort / op gouden grond, / ze zeggen zich geen woord / uit gouden mond.

(in dit laatste gedicht roept Gorter een zonnegoud landschap op en een even zonnegouden hemel. De twee spiegelen elkaar. Op aarde klinkt geklik van een schapenbel, in het goud van de hemel een leeuwerik. Die werelden gaan in die laatste strofe in elkaar over)

bron: In het voorbijgaan – Kees Fens, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007

Jorge Franco legt uit wat voetstappen vertellen over ons leven

Uit: Paradijsvogels

Ik sluit mijn ogen om te luisteren naar het geluid van Reina’s voetstappen, die muziek die we allemaal hebben als we lopen, die uniek en eigen is als een vingerafdruk maar veel meer zegt over ons levensverhaal dan de afdruk van een duim.  Want hij verandert met het verstrijken van het leven, met de komst van de verdoemde jaren en de problemen, het onrecht en het verdriet. Dan klinken de getemperde voetstappen van weleer als klappen tegen een oud stuk leer. Maar zelfs die slepende tred is bij iedereen verschillend, en misschien is bij Reina, net als bij mij, het ritme wel veranderd; we liepen vast niet meer zoals een jaar geleden, niet van ouderdom maar van vermoeidheid. Daarom zullen we elkaar in de ogen moeten kijken om elkaar te herkennen en er niet van uit moeten gaan dat we elkaar zullen horen aankomen. Misschien trilt mijn voet wanneer ik haar zie en moet ze in mijn hand knijpen en zeggen: hou je voet eens stil.

jorge francoJorge Franco (1964), Colombiaans

Uit: Paradijsvogels, Meulenhoff Amsterdam, 2001, vertaling Brigitte Coopmans

Willem Wilmink: Reestraat, Amsterdam

reestraat, a'dam inge van der ree

foto: Inger van der Ree, bron: http://www.NAPnieuws.nl

Reestraat, Amsterdam

O, Reestraat, mooiste straat van Amsterdam! / Ik was zo blij dat ik er wonen kwam. / De grachtengordel was er nog niet zo sjiek, / mijn maandhuur was er tweeënzestig piek / voor driehoog-achter, waar ik ’t carillon / van de oude Wester gratis horen kon. / Je was het straatje uit eer je het wist, / toch waren daar een slager, een drogist, / groenteboer, melkboer, kapper, kruidenier, / bakker, slijter, goedkope juwelier / die tevens poppendokter was, en dan / een fietsenstalling, een sigarenman.

Willem Wilmink (1936 – 2003)

Uit: In het voorbijgaan – Kees Fens, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007

Willem Wilmink was een groot Theo Thijssen-bewonderaar. Op de hoek van de Reestraat en de Prinsengracht wachtte Kees de Jongen op Rosa Overbeek. (..) Kees de Jongen wordt nog steeds op de hoek (Reestraat – Prinsengracht) herdacht, want vanuit het Theo Thijssen-museum worden Thijssen-wandelingen georganiseerd, waarvan de kus van Rosa Overbeek zonder twijfel het hoogtepunt is.

Paul Nash ontdekte het surreële en mystieke van het Engelse landschap

paul nash 2

Totes Meer (Dead Sea) 1940-1 by Paul Nash 1889-1946

paul nash 4

Paul Nash (1889 – 1946, Brit) was kunstschilder, aquarellist, graveur, ontwerper en illustrator en kreeg zijn leven lang inspiratie door het Britse (Engelse) landschap. Bomen waren zijn eerste passie. Hij maakte er talloze tekeningen en aquarellen van.

De ommezwaai kwam door zijn ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. In dienst van het Britse gouvernement maakte hij indrukwekkende schilderijen van wat de gruwelen deden met mens en landschap. Dat was in een stijl die zichtbaar was beïnvloed door kubisme en abstracte kunst.

Na WO 1 veranderde het werk van Nash. Hij toonde nadrukkelijk belangstelling voor nieuwe stromingen in de kunst (waaronder het surrealisme), die hij combineerde met zijn liefde voor de natuur en het landschap. Zijn landschappen werden lyrisch maar modern en daarmee zette hij de toon voor zijn (op)volgers.

Landscape from a Dream 1936-8 by Paul Nash 1889-1946

Nash, Paul, 1889-1946; Landscape of the Bagley Woods

paul nash 6

Gerrit Achterberg: huisdieren

Op een paard

Hij is ineens van hout. / De warme buik is koud. / Zo wordt de wereld oud. / Zijn poten zijn te kort. / Er ligt haver gemorst / buiten de bek, die nog voor kort / je vingers fijn kon malen. / Zijn gele tanden briesen / tegen die hem de dood in bliezen. / Ogen als eierschalen. / De vilder komt hem halen.

koe

bron foto: http://www.afanja.nl

Op een koe

Gras… en voorbij het grazen / lig ik bij mijn vier poten / mijn ogen te verbazen, / omdat ik nu weer evengrote / monden vol eet en zonder te lopen, / terwijl ik straks nog liep te eten, / ik ben het zeker weer vergeten / wat voor een dier ik ben – de sloten / kaatsen mijn beeld wanneer ik drink, / dan kijk ik naar mijn kop, en denk: / hoe komt die koe ondersteboven?

Uit: Denken als herkauwen – Kees Fens, uit: In het voorbijgaan (kleine essays), Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 2007

Middellandse Zee: diezelfde zee herzien

italie, 27vakantiedagen.nl

De Italiaanse Bloemenrivièra, Portofino. bron foto: http://www.27vakantiedagen.nl

Diezelfde zee herzien 1

Onder een lucht van lampeglas / ligt zij languit open

alsof zij een bladzij was. / Ik zie woorden lopen:

schip met een punt op de i / net als ik, maar ik niet.

Mijn naam staat uitgeveegd. / Een sliertje stoom waar ik zweeg.

Guillaume van der Graft (1920 – 2010)

Uit: Mythologisch, De Prom Baarn, 1997

‘Onze oogleden brengen er een scheiding in aan’

Uit: De onzichtbare steden

Kublai Khan: ‘Ik weet niet wanneer je de tijd hebt gehad om al die landen die je me beschrijft te bezoeken. Mij lijkt het of je nooit bent weggeweest uit deze tuin.’

Marco Polo: ‘Alles wat ik zie en doe krijgt zijn zin in een ruimte van de geest waar dezelfde rust heerst als hier, dezelfde schemering, dezelfde stilte waarin alleen het geritsel van de bladeren te horen is. Op het ogenblik dat ik mij concentreer op mijn gedachten, bevind ik mij altijd weer in deze tuin, op dit uur van de avond, in jouw koninklijke aanwezigheid, terwijl ik intussen, zonder een ogenblik van rust, stroomopwaarts een rivier blijf opgaan die groen is van de krokodillen, of kisten gezoute vis blijf tellen die in het ruim zakken.’

Kublai: ‘Ik ben er evenmin zeker van dat ik hier ben, dat ik wandel tussen de porfieren fonteinen en het geluid van de waterstralen hoor weerklinken, en niet, overdekt met het vuil van zweet en bloed, te paard mijn leger aanvoer om die landen te veroveren die jij nog moet beschrijven, of de vingers afhak van aanvallers die met ladders de muren van een belegerde vesting bestormen.’

Polo: “Misschien bestaat deze tuin wel alleen in de schaduw van onze neergeslagen ogen en doe jij nog steeds stof opwaaien op de slagvelden, en verhandel ik nog steeds zakken peper op verre markten zonder dat we daar ooit mee zijn opgehouden, maar is het ons, elke keer dat wij onze ogen sluiten temidden van het tumult en de mensenmassa’s, toegestaan ons hier terug te trekken in zijden kimono’s om wat wij zien en beleven in ogenschouw te nemen, conclusies te trekken, de zaken op een afstand te bezien.’

Kublai: ‘Misschien heeft dit gesprek van ons wel plaats tussen twee schooiers, bijgenaamd Kublai Khan en Marco Polo, die in een berg afval graaien, en oud ijzer, flarden stof, oud papier op een hoop gooien, en die, dronken van een paar slokken slechte wijn, rondom zich alle schatten van het Oosten zien schitteren.’

Polo: ‘Misschien is er van de wereld wel een vaag, met afval bedekt terrein over, én de hangende tuin van het paleis  van de grote Khan. Onze oogleden brengen er een scheiding in aan, maar je weet niet welk deel erbinnen ligt en welk erbuiten.’

Uit: De onzichtbare steden – Italo Calvino, Bert Bakker Amsterdam, 1982, vertaling Henny Vlot.

Calvino Italobron foto: http://pastandfuturepresents.blogspot.nl

Italo Calvino (1923 – 1985)