Jeroen Brouwers kondigt het onvermijdelijke aan

Uit: Bittere bloemen

418144_(3922456290)

Sybille von Cleve geschilderd door Lucas Cranach de oudere. Een geschilderd miniatuur van Cranach speelt een rol in Bittere Bloemen

De hemel is bespikkeld met ballonnetjes opeens, uitgelaten buitelend, zilverig in de zon, en kinderen smijten met boogbewegingen van hun armen zeepbelletjes om zich heen uit van die plastic ringetjes aan steeltjes die ze eerst in het sop hebben gedoopt, terwijl Juultje driekwart eeuw geleden bellen blies uit een aarden pijpje, dat brak als je het uit je handen liet vallen, hij heeft er nog verdriet van. Al die feestballonnen, hier en daar deinen ze in sappige trossen, als druiven, kersen, bessen, denkt hij uitgeloogd van dorst, en al die om hem heen dansende en uiteenknappende zeepblaasjes zijn gevuld met lucht. Hij zweeft weg in onaanwezig water vol luchtbelletjes, – water dat hij dus niet kan drinken, omdat het er niet is, en lucht uit uiteenspattende belletjes die hij niet kan opsnorkelen. Zijn hoofd is omwikkeld met plakband, alle openingen afgesloten, en terwijl hij vanuit een of andere afstand waarneemt hoe hij kwijtraakt, alles wordt wit, steeds witter, beseft hij nog in verre vaagte dat er uit het plafond vingers, handen, armen tevoorschijn komen, die aan hem beginnen te sjorren. Voeten, knieën, benen. Hoofden, stemmen.

‘Kunt u mij horen professor? Professor?’

Nee, horen doet hij niets meer. Zie je niet dat ik dood ben?

Jeroen Brouwers (1940)

Uit: Bittere Bloemen, Atlas Amsterdam, Antwerpen, 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s