Slauerhoff dicht over zijn diepste verlangen

Uit het gedicht Columbus

’t Wondend besef van wat hem had gedreven: / Niet het begeren van schatrijke ontdekking, / ’t Verlangen voort te zeilen steeds; zijn leven / Wist hij nu doelloos, eindeloos van strekking.

slauerhoff op vlieland

Jan Slauerhoff (rechts) op Vlieland; bron foto: literatuurmuseum.nl

Jan Slauerhoff (1898 – 1936)

citaat uit: Wandelen op Vlieland met Jan Slauerhoff, uitgave VVV Vlieland, Ton. F.J. Pronker

Advertenties

Toon Tellegen laat dieren aan het woord over de leegte die je achter laat

Toon Tellegen (1941) schrijft dierenverhalen: verhalen waarin dieren de rol innemen van mensen. Dat was ooit een succesvol genre: denk aan de fabels van La Fontaine of de verhalen van Anton Koolhaas. Nu is het de tijd van oneindige reeksen honden- en kattenfilmpjes waaruit blijkt dat dieren ons niet loslaten en ons bezighouden.

Ik wil een lans breken voor de dierenverhalen van Tellegen. Als je voor mier, kikker en nijlpaard de namen in zou vullen van Henk, Marjan en Bart, dan zijn die verhalen ineens een stuk duidelijker en wellicht makkelijker om je er mee te vereenzelvigen.

In Het vertrek van de mier (2009) besluit de mier van huis weg te gaan. Voor de achterblijvers is dat besluit een raadsel. Wat was de reden? Uit de reacties blijkt dat iedereen (ieder dier) zelf zijn redenen bedenkt: hoe was de tijd met de mier? Waarom ging ie weg? Wat veranderde? Ieder dier mist de mier.

Een mooi voorbeeld van hoe Tellegen de leegte na vertrek beschrijft, is de reactie van de eekhoorn:

De-mier-foto-nvt-jeugdtheater

Illustratie: studio de bakkerij

De eekhoorn was het verdrietigst van iedereen. Hij zat aan zijn tafel, met zijn hoofd op zijn armen, en fluisterde zachtjes: ‘Mier, mier…”

Hij kneep zijn ogen dicht en in zijn gedachten kwam de mier aanhollen, bleef onder de beuk staan en riep omhoog: ‘Eekhoorn, ik ben er weer!’

De eekhoorn hield zijn ogen stijf dicht en even later zat de mier, nog buiten adem, aan tafel en keek om zich heen om te zien of er wat te eten was.

‘Waar was je?’ vroeg de eekhoorn.

Maar de mier hijgde en gaf geen antwoord.

‘Ik heb iets voor je bewaard…’ zei de eekhoorn. Hij ging naar zijn kast.

Maar toen hij zijn ogen opendeed om een pot beukennoten-honing te pakken die ergens achteraan stond, was de mier weer weg.

De eekhoorn kneep zijn ogen meteen weer dicht en de mier kwam weer aanhollen en riep: ‘Eekhoorn, ik ben er…!’

Als ik ze eens dichthoud… dacht de eekhoorn.

Hij hield zijn ogen heel lang dicht en de mier at de hele pot honing op en vroeg of er nog iets was, en de eekhoorn stond op, tastte in de kast rond en vond een pot lindehoning.

Maar na een tijd deed hij zijn ogen toch weer even open. De mier zou zijn ogen voorgoed kunnen dichthouden… dacht hij somber. De mier stelt zichzelf nooit teleur.

Hij voelde zich verdrietig en nog iets. Hij wist niet wat dat was. Ontredderd, dacht hij. Nee. Ontroostbaar. Nee.

Hij krabde aan zijn achterhoofd. Onherbergzaam, dacht hij toen. Dat ben ik. Verdrietig en onherbergzaam. Hij was dat nog nooit geweest.

Na een tijd kneep hij zijn ogen niet meer dicht. Hij was bang dat de mier zou zeggen: ‘Zo is het wel genoeg, eekhoorn… Ik ben niet voor niets weg!’ en helemaal niet meer zou terugkomen.

Hij legde zijn hoofd op zijn armen.

Niemand was zo verdrietig als hij.

Uit: Het vertrek van de mier, Querido Amsterdam, 2009

Peter Pontiac tekende sex, drugs en rock ’n roll

peter pontiac 3

peter pontiac_miss holland

Peter Pontiac (1951 – 2015, echte naam Peter Pollman) is de peetvader van de underground-strip. In de jaren 70 van de vorige eeuw maakte hij met zijn strips internationaal naam en faam. Zijn tekenwerk is rauw, gedetailleerd, persoonlijk en begaf zich in tal van subculturen: van hippie tot punk. Hij was de eerste vaderlandse tekenaar die autobiografisch werk uitgaf, waarmee hij baanbrekend was. Pontiac tekende niet alleen over rock ’n roll, sex en drugs, maar hij leefde er ook naar. Zijn verhalen handelen over persoonlijke maar ook universele thema’s: verslaving, het foute oorlogsverleden van zijn vader. De in Beverwijk geboren tekenaar maakte behalve strips ook talloze illustraties en ontwerpen voor albumhoezen. Zijn werk verscheen bij leven in talloze bladen in binnen- en buitenland.

Meer informatie over het leven en het werk van Pontiac: http://www.lambiek.net/aanvang/pontiac.htm

peter pontiac 2

peter pontiac 4

peter pontiac 6

peter pontiac 8

Anton Korteweg: weggaan

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft / optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter / een plek die zich van de rest van de straat / onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is / en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

anton korteweg

foto: Martijn de Vries; bron foto: cubra.nl

Anton Korteweg (1944)

Uit: Voor de goede orde, Meulenhoff Amsterdam, 1988

Wilhelm Klemm: Schlacht an der Marne

Schlacht an der Marne

Langsam beginnen die Steine sich zu bewegen und zu reden. / Die Gräser erstarren zu grünem Metall. Die Wälder, / Niedrige, dichte Verstecke, fressen ferne Kolonnen. / Der Himmel, das kalkweisse Geheimnis, droht zu bersten.

Zwei kolossale Stunden rollen sich auf zu Minuten. / Der leere Horizont bläht sich empor. / Mein Herz ist so gross wie Deutschland und Frankreich zusammen, / Durchbort von allen Geschossen der Welt.

Die Batterie erhebt ihre Löwenstimme / Sechsmal hinaus in das Land. Die Granaten heulen. / Stille. In der Ferne brodelt das Feuer der Infanterie, / Tagelang, Wochenlang.

Slag aan de Marne

Langzaam beginnen de stenen te bewegen en te praten. / Het gras verstart tot groen metaal. De bossen, / lage, dichte schuilhoeken, vreten verre colonnes. / De hemel, het kalkwitte geheim, dreigt te barsten.

Twee kolossale uren rollen op tot minuten. / De lege horizon blaast zich op. / Mijn hart is zo groot als Duitsland en Frankrijk samen, / doorboord door alle projectielen ter wereld.

De batterij verheft haar leeuwenstem / zesmaal over het land. De granaten janken. / Stilte. In de verte borrelt het vuur van de infanterie, / dagenlang, wekenlang.

wilhelm klemm

bron foto: Soundcloud

Wilhelm Klemm (1881 – 1968)

Uit: Ich lag in fremder Stube, Hanser München, 1981

Herman Koch over hulp en medelijden

Red ons, Maria Montanelli (1989) is een roman die ergens zweeft tussen De Avonden van Gerard Reve en The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. De roman is van Herman Koch (1953), die je vooral zult kennen als de schrijver van bestseller Het diner.

We zitten in het puberhoofd van onze hoofdpersoon die ons het niet politiek-correcte verhaal gaat vertellen over de zwakbegaafde Jan Wildschut. Maar het verhaal gaat ook over de school die beide jongens bezoeken: het Maria Montanelli Lyceum waar het moderne en liberale gedachtengoed hoogtij vieren. Tot groot ongenoegen van onze verteller. Er mankeert nogal wat aan onze verteller en zijn directe omgeving. Vader en moeder zijn gescheiden; moeder overlijdt; de jongen presteert niet goed op school en heeft aan veel een vette hekel. Geen sinecure maar al lezend valt de humor op die ons door dit drama sleept. Al fulminerend en redenerend op school, onderwijzers, het systeem en de wereld van de volwassenen, ga je als lezer als vanzelfsprekend mee met onze verteller naar dat dramatische einde en “dan heeft hij nog een heel leven voor zich”.

Een voorbeeldje van hoe Koch politiek incorrect gedachtengoed onder de aandacht brengt in Red ons:

Hoe dan ook, ik had al die tijd het gevoel dat ik iets goeds deed, dat het als het ware allemaal van bovenaf kwam, dat ik in wezen dezelfde houding tegenover hem aannam als de leraren van het Montanelli en dat ik wel de laatst aangewezen persoon was om hem te helpen. Helpen, dat is trouwens precies het woord waarom het gaat. Je moet volgens mij namelijk niemand helpen. Mensen die hulp nodig hebben, of ze erom gevraagd hebben of niet, daar kun je nooit dezelfde dingen tegen zeggen en nooit zo tegen doen als tegen iemand die ook wel zonder hulp kan. Ik bedoel natuurlijk niet dat je mensen niet af en toe kunt steunen wanneer het eens een keer niet goed met ze gaat, maar dat is iets anders, dan ben je al vrienden, of op zijn minst zou je best vrienden kunnen worden. Iemand die constant geholpen moet worden, verliest ieder gevoel voor wat hij op eigen houtje nog zou kunnen, die weet op den duur niet beter meer dan dat iedereen klaarstaat om hem uit het water te halen wanneer hij erin valt, en daar raken ze zo snel aan verslaafd dat ze zich het liefst al bij voorbaat laten vallen om maar zo vaak mogelijk gered te worden. Als er geen medelijden bestond, zou de wereld er heel wat beter uitzien, zo denk ik erover. En medelijden, dat was precies wat ik voelde, als de zwakbegaafde jongen uit het glas cola dronk dat ik hem had ingeschonken en hij mij nauwelijks recht in de ogen durfde kijken. Daar zou ik trouwens ook moeite mee hebben, om iemand recht in de ogen te kijken die me met alle geweld zou proberen te helpen.

herman-koch, anp, nu.nl

foto: ANP, bron: nu.nl

Herman Koch (1953)

Uit: Red ons, Maria Montanelli, Anthos Amsterdam, 1989

Generatie(s): echtpaar in de trein

Echtpaar in de trein

Voor ’t verre reisdoel kant en klaar / zit ik dus tegenover haar. / De trein maakt zijn vertrouwd geluid / en zij rijdt vóór, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel, / maar ik heel traag en zij heel snel. / Zij kijkt tegen de toekomst aan, / ik zie wat is voorbij gegaan.

Zi is de huwelijkse staat: / de vrouw ziet wat gebeuren gaat, / terwijl de man die naast haar leeft, / slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin / rijdt zij de wijde toekomst in, / en ik rij het verleden uit. / En beiden aan dezelfde ruit.

willem wilmink, tubantia

bron foto: tubantia.nl

Willem Wilmink (1936 – 2003)

Uit: Verzamelde liedjes en gedichten, Prometheus Amsterdam, 1986

Bij het overlijden van Milos Forman

Milos Forman (1932 – 2018, Tsjechisch-Amerikaans) was voor mij vooral twee films: One Flew Over The Cuckoo’s Nest (1975) en Amadeus (1984). Met Cuckoo’s Nest kwam ook acteur Jack Nicholson in mijn filmisch leven. Die heb ik hoog zitten en dat begon met deze filmklassieker van Forman. Beide films hebben iets gemeenschappelijks: “Mensen die in opstand kwamen tegen het gezag, en niet alleen zomaar rebelleerden, maar ook de waanzin van starre autoriteit aan de kaak stelden. Zijn favoriete personages”, aldus Dana Linsen in het NRC van 15 april jl.

Toen de Russische tanks in augustus 1968 Praag binnenreden en een einde maakten aan die kortstondige opleving van creatieve en intellectuele vrijheid in zijn geboorteland, was Forman in Parijs om zijn eerste Amerikaanse film voor te bereiden. Hij werd ter plekke ontslagen bij de Praagse staatsfilmstudio en besloot in het Westen te blijven. Hij had toen al naam gemaakt als een van de meest toonaangevende filmmakers van de Tsjechische new wave, met films als Loves of a Blonde (1965), genomineerd voor een Oscar voor Beste Buitenlandse Film en de satire op het communistische regime The Fireman’s Ball (1967, verboden in eigen land en desondanks wederom genomineerd voor een Oscar).

Hij nam zijn zwarte gevoel voor humor, zijn losse op het neorealisme geïnspireerde stijl, en zijn voorliefde voor non-conformisten mee naar Hollywood.

Uit: NRC, Dana Linsen, 15 april 2018

En als toetje een persoonlijke herinnering van schrijver Peter Buwalda in de Volkskrant van 19 april jl.:

Mij ontroerde One Flew Over The Cuckoo’s Nest overigens een beetje te erg naar mijn smaak, ik zat ernaar te kijken in Blerick, in aanwezigheid van de complete hoeksteen plus mijn vrienden Sander, Max en de illustere Mick Visser. Aan het einde, wanneer Chief, de doofstomme indiaan, uit barmhartigheid Jack Nicholson dooddrukt met een hoofdkussen, barstte ik als enige in tranen uit. Een pijnlijke affaire. Óf de rest had van die hele film niks begrepen, óf ik was gevoeliger dan ik eruit zag, met mijn Iron Maiden-T-shirtje.

Uit: devolkskrant.nl, Peter Buwalda, 19 april 2018

Leo Vroman: opnieuw

Opnieuw

Ik zal onvoorbereid opstaan / en dromende mijn droom uitgaan / in het zonlicht van de maan

daarbij heb ik twee schoenen aan

Zelf lig ik op een regenbed / Een treurwilg is daarnaast gezet / die op mijn ademhaling let

in een bries motregent het

Ook sta ik door mijn liefste heen / alsof ik liefst met haar versteen / Besta ik in het algemeen?

Ik ben veelvuldig en alleen

Elk daarvan die ik werkelijk heet / kwam van een andere planeet / waar ik de taal niet meer van weet

wat ik daar moest en daarom deed

Weer weet mijn ik dit van ver af / en wijst mij met haar warme staf / elk aardrijk dat mij leven gaf

weer zonder grond voor gras of graf

Vroman_Leobron foto: singeluitgeverijen.nl

Leo Vroman (1915 – 2014)

Uit: Dierbare ondeelbaarheid, Querido Amsterdam, 1989

Auguste-Jean Gaudin verbeeldde zijn ervaringen als krijgsgevangene

Auguste-Jean Gaudin (1914-1992, Frans) was schilder en graficus in de buurt van het Franse Rennes. Daar werkte hij als verkoper voordat hij in 1933 ging dienen als Zouave in Marokko (Casablanca om precies te zijn). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Gaudin krijgsgevangene gemaakt en moest hij naar Stalag 4-c in het Duitse Sudetenland (tegenwoordig Tsjechië). Die periode zou een belangrijke invloed op de man en zijn werk hebben.

Na de oorlog werkte Gaudin vooral figuratief en sloot zijn werk aan bij kunstenaars als Buffet, Ciry en Giacometti.

jean gaudin 2

jean gaudin 4

jean gaudin 6

Tot dezelfde generatie behoort Gaudin, die in Douai arbeidt en wiens werken men te weinig te zien krijgt. Hij heeft van 1945 tot 1950, na een harde krijgsgevangenschap, een aantal geëtste of gelithografeerde prenten laten zien; tragische werken, afbeeldingen van gehangenen of door regen en onweer geteisterde met telefoonkabels doorsneden landschappen die een onheilspellend effect geven dat veel levendiger is dan de oude telefoonpalen van vroeger.

Uit: Meesters der prentkunst in de 20-ste eeuw, Adhémar en Cogniat, Gaade Den Haag, 1964

jean gaudin 1

jean gaudin 3

jean gaudin 5