Ian McEwan beschrijft het wees worden

‘Ze is dood,’ zei Julie. ‘Ga zitten. Begrijp je het nu nog niet? Ze is dood.’

‘Ik heb ook de verantwoordelijkheid,’ zei ik en ik begon te huilen omdat ik me bedrogen voelde. Moeder was weggegaan zonder Julie uit te leggen wat ze tegen mij had gezegd. Niet naar het ziekenhuis, maar helemaal weg, zodat we het haar niet meer konden vragen. Een ogenblik besefte ik heel duidelijk  dat ze dood was en mijn snikken werden droog en hard. Maar toen dacht ik aan mezelf als iemand die net zijn moeder had verloren en de tranen begonnen weer vrij en makkelijk te stromen. Julies hand lag op mijn schouder. Zodra dit tot mij doordrong, zag ik, als door het keukenraam, het roerloze tableau dat we vormden en even wist ik niet precies wie van de twee ik was. Naast mij, aan het eind van mijn vingers, zat iemand te huilen. Ik wist niet of Julie met tederheid of met ongeduld wachtte tot ik zou ophouden met huilen. Ik wist zelf niet of ze wel aan mij dacht. De aanraking van de hand op mijn schouder voelde neutraal aan. Deze onzekerheid maakte dat ik ophield met huilen. Ik wilde de uitdrukking van haar gezicht zien. Julie nam haar positie bij de gootsteen weer in en zei: ‘Tom en Sue komen zo.’ Ik veegde mijn gezicht af en snoot mijn neus in de keukenhanddoek. ‘We moeten het ze maar meteen als ze binnenkomen vertellen.’ Ik knikte en we stonden bijna een halfuur zwijgend te wachten.

Uit: De Cementen Tuin – Ian McEwan, Harmonie Amsterdam, 1978, 2006; vertaling Heleen ten Holt

Ian-McEwan

foto: Murdo MaCleod; bron foto: startribune.com

Ian McEwan (1948, Brits)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s