Generatie(s): knapenmin

Knapenmin

Als kind begeerde ik mijn tante Saar. / Haar torso was ’t centrum van gedachten, / welke mijn ouders niet van mij verwachtten, / want och, ik was een knaap van dertien jaar.

Soms, als zij bij ons op visite zat, / haar weelde door een zomerjurk ontspannen, / bleek één verlangen maar niet uit te bannen: / mijn kinderhand te leggen op haar boezemschat.

O, als zij bukte om iets op te beuren! / Hoe scherp zagen mij jongensogen dát. / Maar let eens op: te zelden valt er wat / en zelfs een kind mag er niet steeds om zeuren.

Soms deed mijn blik haar in gepeins vervallen. / Dan sprong ik schutterig naar buiten, / toonde een kindertronie voor de ruiten / en riep: ‘O lieve tante, komt u ballen?’

Carmiggelt g.verkuil

Simon Carmiggelt in 1970. foto: G. Verkuil; bron foto: literatuurmuseum.nl

Karel Bralleput (pseudoniem van Simon Carmiggelt 1913 – 1987)

Uit: De gedichten, Arbeiderspers Amsterdam, 1977

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s