Tom Lanoye: MAXIMAAL

Maximaal

Geen reden geen verhaal, waarvoor / ik naar de bron van spreken boor, / dan om in het koeweit van mijn taal, / finaal! totaal! banaal!

te delven naar de spankracht / van je lijf, zoals dat nacht na nacht / anaal! radicaal! helemaal! / verbeelding tart, en moeheid van metaal

naast zich legt in mijn persoon, / en dan daarna, gewoon! ten toon! / unknown!, de ogen sluit als armen / en besluit mij slapend te verwarmen

Geen reden geen verhaal, dan om jou / te besluipen te bezingen. Opdat je zou / blijven, en opdat je blijven zou. Doordat / er iemand van jou schrijven zou:

‘Mijn maxi-, maxi-, mijn gemaal. / Mijn mannenmaat, mijn prins der / dingen. Mijn hartslag uit die tijd

toen mensen dieren / met hun handen vingen.’

tom lanoye, twitter

bron foto: twitter-account TL

Tom Lanoye (1958, Belgisch)

Uit: Hanestaart, Prometheus Amsterdam, 1989

Friedrich Nietzsche: gegen die Gesetze

Gegen die Gesetze

Von heut an hängt an här’ner Schnur / um meinen Hals die Stunden-Uhr: / von heut an hört der Sterne Lauf, / Sonn’, Hahnenschrei und Schatten auf, / und was mir je die Zeit verkünd’t, / das ist jetzt stumm und taub und blind: – / es schweigt mir jegliche Natur / beim Ticktack von Gesetz und Uhr.

Tegen de wetten

Vanaf vandaag hangt aan een haren snoer / om mijn hals de uurklok: / vanaf vandaag houdt de loop der sterren, / zon, hanegekraai en schaduw op, / en wat mij ooit de tijd vertelde / is nu stom en doof en blind: – / in mij zwijgt elke natuur / bij het getiktak van wet en klok.

friedrich-nietzsche

bron foto: evdaimonia.com

Friedrich Nietzsche (1844 – 1900, Duits)

Uit: Gedichte, Insel Wiesbaden, 1950

Amichai: binnenste buiten

Binnenste buiten

Een open raam. De kleuren van het televisiescherm / flikkeren en trillen, als een laatste levensteken, / de vloer bezaaid met schoenen, / kleren over de stoel, geen mens. / Aan een lijn hang ondergoed te drogen / van de zondvloed van veertig dagen en veertig nachten. / Een open kast als een vaag bekend gezicht, / op de tafel bloemen met lange stelen / als de levenspaden van een mens afgesneden / en in een vaas geschikt.

Ook hier komt de vraag op waar ze naartoe gingen / en waar dit allemaal toe leidt.

In een restaurant aan de overkant van de straat zit een vrouw / aan tafel, haar blik starend net boven haar bord, / ze maakt contact met een verre satelliet in de ruimte. / Bijna klaar om op te stijgen.

Amichai_Yehuda, broadcast

bron foto: broadstreetonline.org

Yehuda Amichai (1924 – 2000, Duits-Israëlisch)

Uit: Selected poems, Faber Londen, 2000

Gavarni illustreerde het Parijse leven

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

paul garvani 3

paul garvani 5Paul Gavarni (1804 – 1866, Frans) was tekenaar en graficus en illustreerde vooral het Parijse leven van zijn tijd. Preciezer gezegd hij tekende en graveerde de eigentijdse zeden. Dat deed hij met vaste hand en met een fijn gevoel voor de verbeelding.

Gavarni werkte mee aan verschillende tijdschriften en illustreerde boeken onder andere van Balzac.

paul garvani 6

paul garvani 4

paul garvani 2In de jaren 1847 tot 1851 verbleef de Franse graficus in Londen. Daar raakte hij onder de indruk van het lompenproletariaat. Hij wijdde veel tekeningen aan de uitzichtloosheid van de armen. Na terugkeer uit Londen begon een uiterst productieve tijd. Vele series litho’s en duizenden tekeningen en aquarellen verschenen van zijn hand. Daaruit een keuze.

Hoe een adamsappel een muis werd

De kat loerde. Mahlke sliep of dat leek maar zo. Naast hem had ik kiespijn. De kat kwam loerend naderbij. Mahlkes adamsappel viel op, doordat hij groot was, aldoor in beweging en een schaduw wierp. De zwarte kat van de administrateur was tussen mij en Mahlke een en al spanning voor de sprong. Wij vormden een driehoek. Mijn kies zweeg, trapte niet meer op de gevoelige plek: want Mahlkes adamsappel werd voor de kat een muis. Zo jong was de kat, zo beweeglijk Mahlkes artikel – in ieder geval sprong ze Mahlke naar de keel; of een van ons pakte de kat en zette haar bij Mahlkes hals; of ik, liet haar wel met als zonder kiespijn, pakte de kat, liet haar Mahlkes hals zien: en Joachim Mahlke schreeuwde, maar kwam er met een paar onbetekenende krabben af.

Maar ik, die jouw muis in het gezichtsveld van een of alle katten bracht, moet nu schrijven. Zelfs al waren wij beiden maar bedacht, dan moest ik dat nog. Wie ons bedacht heeft, beroepshalve, dwingt mij telkens weer jouw adamsappel in de hand te nemen, hem op iedere plaats te brengen die hem zag winnen of verliezen…

gunter grass, the national

bron foto: thenational.ae

Uit: Kat en muis – Günter Grass, Meulenhoff Amsterdam, 1963; vertaling Hermien Manger

Generatie(s): oude weduwnaars

Oude weduwnaars

Je haalt ze er zo uit, de oude weduwnaars / keuvelend voor de supermarkt / en dan elkaar verlatend, of ze ergens / heen moeten, maar je weet dan: / dat is niet waar, ze hebben alle tijd / de oude weduwnaars.

Hun jasje hangen steeds wat scheef, / hun stropdassen vloeken erbij. / Niemand die ’s morgens vroeg / nog toezicht op hen houdt; ze zijn nu / eigen baas, van trossen losgeslagen,

het zeegat uit, maar zonder kapitein, / beangstigend door die vrijheid / houden zij steeds de kust aan, / aarzelend, starend naar ’t ruime sop / waarop het licht zijn handschoen / van verten werpt.

Sheenagh pugh

bron foto: wikipedia

Sheenagh Pugh (1950, Brits)

Uit: Selected Poems, Seren, 1995

Licht: geheim

Geheim

Kinderen leggen dennenappels in een kring / en in het midden een vergeeld blad.

Eensklaps zijn ze weg / ik ben alleen op een berg in september.

De lucht is helder, elk geluid hoorbaar:

het lawaai van de fabriek, de hond die blaft, / geroep van bessenplukkers in het dal.

Wat ze verborgen zal ik nooit weten –

misschien een bij of een mus of / de kaak van een dood dier.

Het blad is geel en licht op in de zon. / Het is zwaar als een eikentafel.

lundkvist,

bron foto: sydsvenskan.se

Lars Lundkvist (1928 – 2012, Zweeds)

Uit: Sprong naar de zon, Marsyas, 1981; vertaling Lydia Dalmijn

Als je breekt door de liefde, aldus Alex Boogers

Men zegt dat we in een tijd leven waarin we ons terugtrekken in de veilige, geborgen wereld die we kennen. Dus maar eens de luiken open gegooid. Me verdiept in een wereld die ik niet kende. De wereld van zweet, angst en geweld. Dat kan veilig door een boek te lezen waarin die wereld beschreven wordt. Vroeger deed ik dat door boeken van Ernst Hemingway (1899 – 1961, USA) te lezen. Die zocht die wereld ook op en schreef erover. En dat deed hij op indrukwekkende wijze.

alex boogers2

bron foto: youtube.com

Alex Boogers (1970) doet dat in ons land en in mijn moederlandse taal. Het is nog geen Hemingway maar indrukwekkend was het wel. Het waanzinnige van sneeuw is de titel en als u het boek in handen krijgt: lees het gerust. Waarschijnlijk maakt u kennis met een wereld die u niet van binnenuit kent. Maar de kennismaking is een verrassende.

Wat de dokter had gezegd over dat ik gebroken was door de liefde, daar had ik nog aan gedacht op weg naar het ziekenhuis. Als je er goed over nadacht was het waar, dat was wat ik dacht, ik was niet helemaal gebroken, maar ze hadden me flink te pakken gehad. Saïd en de jongens. Ik moest alleen goed nadenken of liefde inderdaad het motief was voor de aanslag. Voor de jongens van Kielszjerik was het gewoon een uitdaging, een kick. Ze waren krankzinnig, ziek in het hoofd. Maar in het geval van Saïd, dan moest ik ‘ja’ zeggen, als je maar ver genoeg terugdacht, dan kwam je uit op liefde, een ziekelijke liefde, een verminkte liefde, een verstikkende liefde van een broer voor een zus, een liefde die me niet eens helemaal onbekend was, in een andere vorm, maar even verminkt, en in een andere tijd, een tijd die ik het liefst wilde vergeten.

Uit: Het waanzinnige van sneeuw, Podium Amsterdam, 2002