John Morris werkt van papier naar hout

john morris sculptures 1john morris sculptures 2John Morris (Australië) begon als grafic designer, werkte als freelance illustrator en begon met het maken van beelden in 1996.

john morris sculptures 3john morris sculptures 4Zijn techniek om het hout te bewerken is verfijnd. Om het precies te krijgen zoals Morris wil, werkt hij eerst met papier. Details worden in papier uitgewerkt en als die naar zijn zin zijn, begint het tijdrovende werk met verschillende houtsoorten. Het resultaat is opmerkelijk.

john morris sculptures 5john morris sculptures 6

 

William Henry Davies: vrije tijd

Vrije tijd

Wat is dit leven als wij, vol met bezwaren, / geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

Geen tijd om te staan onder de bomen / en als schapen of koeien starend te dromen.

Geen tijd om te zien, als we gaan langs het bos, / waar de eekhoorns hun noten verbergen in het mos.

Geen tijd om te zien, op klaarlichte dag, / stroompjes vol sterren als de hemel bij nacht.

Geen tijd om Schoonheid een blik te gunnen, / haar voeten te zien, hoe die dansen kunnen.

Geen tijd om te wachten tot haar mond / die glimlach verrijkt die met kijken begon.

Armzalig dit leven als wij vol bezwaren /geen tijd hebben om maar wat rond te staren.

w-h-daviesbron foto: theprojectspacenewport.wordpress.com

William Henry Davies (1871 – 1940, Brits)

Uit: Collected poems, Cape Londen, 1972; vertaling Jan Eijkelboom

Middellandse Zee: Kazantzakis graf

DCIM100GOPROG0013928.

bron foto: cretanbeaches.com

Kazantzakis graf

In de geur van de bergen / in de geur van de schaduw / waait de wind over het gras, / de rode rozen, de witte hibiscus.

En laurier voor de overlevenden / en myrte voor de mooie kleine meisjes.

Hier zwijgt de stem van Griekenland niet: / Ik hoop niets / ik vrees niets, ik ben vrij.

Dirk Christiaens (1942, Belgisch-Vlaams)

Uit: 3-Handig, H Antwerpen, 1986

Balthasar Gerards sterft marteldood

vierendelen, wikipedia

Vierendelen; bron foto: wikipedia.org

Het is tussen 11 en 14 juli 1584. Plaats van handeling: Delft. Balthasar Gerards heeft Willem van Oranje vermoord. Door martelingen probeert men er achter te komen of Gerards medeplichtigen heeft gehad. Men vreest dat de Fransen iets met de moord van doen hebben. Pensionaris Cornelius  van Aerssen uit Brussel doet aan het Antwerpse stadsbestuur ooggetuige-verslag van de martelingen. Als afgevaardigde van de Staten Generaal kon hij dit van nabij meemaken.

Na de terdoodveroordeling is de moordenaar onverwijld terechtgesteld, en wel op de volgende wijze: allereerst is hij op een schavot geleid en gekleed aan een paal gebonden. Voor zijn ogen heeft men het pistool waarmee hij zijn daad had begaan in stukken gebroken en aan het volk getoond.

Daarna is hij losgemaakt, uitgekleed en geblinddoekt opnieuw aan de paal gebonden.

Vervolgens heeft men zijn rechterhand (die waarmee hij het misdrijf had gepleegd) tussen een roodgloeiend wafelijzer geklemd, totdat deze bijna helemaal verbrand was.

Daarop is hij zesmaal met gloeiende tangen bewerkt.

Toen dit was geschied, is hij losgemaakt en nog levend op een bank uitgestrekt. Nu heeft men zijn geslachtsdelen afgehakt, zijn buik ongeveer tot zijn borst opengesneden, zijn ingewanden naar buiten getrokken, de onderste helft daarvan bijeengedrukt en vervolgens weggesneden. Tijdens dit alles is hij flink bij zinnen gebleven, en heeft hij zachtjes gebeden, zoals aan het bewegen van zijn mond en lippen te zien was.

Nadat zijn borst was opengekliefd, werd zijn hart kloppend en wel uitgerukt en in zijn gezicht gesmeten. Op dat moment zag men hem de geest geven.

Ten slotte is hij gevierendeeld; zijn stoffelijke resten zullen aan de stadswallen worden gehangen.

Hij heeft al deze martelingen doorstaan zonder ook maar één keer ‘wee mij’ te roepen of een kreet te slaken, zonder zelfs maar een lichaamsdeel terug te trekken of te bewegen.

Toen zijn armen waren losgemaakt, heeft hij met zijn hand, die zoals gezegd verbrand was, twee of drie keer naar de menigte het kruisteken gemaakt.

Nadat hij gistermiddag met een paar vetleren schoenen aan voor het vuur was geplaatst, had hij het roosteren van zijn voeten bijna twee uur lang op dezelfde wijze doorstaan.

Evenzo was het hem vergaan toen men lange pinnen tussen zijn nagels had gestoken.

Niemand begrijpt hoe het mogelijk is dat hij dit alles verdroeg. Maar hij was dan ook uiterst vastberaden, en men heeft nog nooit zoiets gehoord, zoals u uit dit relaas wel hebt kunnen opmaken.

Uit: Ooggetuigen van de Gouden Eeuw – René van Stipriaan, Prometheus Amsterdam, 2000

Patrizia Cavalli: daarvoor ben ik geboren

Daarvoor ben ik geboren, / om uit een auto te stappen na een rit / in een willekeurige en drukke straat / en me geleid door de engelen te buigen / door het venster / boven deze hoofden om in stilte / waar ik even eerder heb gezien / hoe over de mond en de ogen / een glimlach  voorbijtrok die nooit begon / en in sneltreinvaart verdween / en in een ogenblik weer verscheen.

patrizia-cavalli, dagospia.com

bron foto: dagospia.com

Patrizia Cavalli (1947, Italiaans)

Uit: Poesie (1974 – 1992), Enaudi Turijn, 1992

Julio Cortázar braakt konijntjes

Uit: Brief aan een meisje in Parijs

Als ik voel dat ik een konijntje ga braken, steek ik twee vingers in mijn mond en geef ze de vorm van een geopend pincet. Dan wacht ik tot ik in mijn keel het lauwe pluis voel, dat naar boven komt net als mousserend vruchtenzout. Alles gaat vlug en hygiënisch en het is in een ogenblikje gebeurd. Ik haal mijn vingers weer uit mijn mond en die houden een wit konijntje bij zijn oren vast. Het konijntje lijkt tevreden; het is een normaal, een volmaakt konijntje, alleen maar heel klein, zo klein als een konijntje van chocola, maar wit en helemaal een konijntje. Ik zet het dan in de palm van mijn hand, strijk zijn pluishaar op met liefkozende vingers; het konijntje schijnt blij te zijn dat het geboren is en het beweegt maar en strijkt met zijn snoetje tegen mijn huid. Dat brengt hij dan in beweging met dat rustig kriebelende malen dat een konijnensnoetje tegen het vel van je hand veroorzaakt. Hij kijkt rond of er wat voor hem te eten is en dan neem ik hem mee (zo deed ik altijd in mijn huisje buiten) naar het balkon en zet hem daar in de grote bloempot met klaver die ik speciaal daarvoor gezaaid heb. Het konijntje trekt zijn oren dan helemaal naar boven, omklemt een jong klaverblaadje met een snelle ruk van zijn snoetje en dan weet ik  dat ik hem gerust  kan achterlaten en weggaan, en een tijdje  lang hetzelfde leven kan leiden als zoveel mensen die van tijd tot tijd een konijntje kopen op een boerderij.

cortazar, pinterestbron foto: Pinterest

Julio Cortázar (1914 – 1984, Argentijns)

Uit: De toppen van Latijns-Amerika, Meulenhoff Amsterdam, 1984

Zhang Yimou en de kleur groen in ‘Hero’

Hero (Zhang Yimou, 2002)

In Hero worden verschillende versies van hetzelfde verhaal afgebeeld en de verhaallijnen worden van elkaar onderscheiden door kleur; elke versie heeft zijn eigen dominante kleur. De neutrale sequenties die het kaderverhaal vormen, bestaan vooral uit zwarttinten, terwijl de vertellingen in felle kleuren passie, jaloezie en angst uitbeelden. Yimou wachtte zelfs met een bepaalde scène te filmen tot de blaadjes aan de bomen précies de juiste kleur hadden.

Bron: http://www.undercover-network.net/uncategorized/10-films-bijzonder-kleurgebruik/

en als extraatje:

Rawie: lied

Lied

Het lichaam doet / nog steeds zijn plicht / omdat het goed / is afgericht,

maar moed en geest / en dadendrang / verzaken reeds / een leven lang.

Geluk en jeugd / voorgoed teloor – / zo’n leven deugt / toch nergens voor.

rawie, clemens rikken, vkfoto: Clemens Rikken; bron foto: VK.nl

J.P. Rawie (1951)

Uit: Oude gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1997

A. Roland Holst: de verlatene

De verlatene

De wind en het grauwe weer gaan over mijn hart, / en ergens over een dak waar ik heb bemind; / de winter wordt koud, en de struiken zijn al zwart – / over een plek waar mijn graf zal zijn gaat de wind.

Ik zou vuur maken als zij hier weer bij mij kwam / als eens in dat oud verhaal van haar en van mij; / maar nu sta ik, stil en denkende, bij het raam – / de winter wordt koud; de jaren gingen voorbij.

Uit: Verzamelde werken, Gedichten 2, Van Dishoeck Bussum en Stols Den Haag, 1948

A._Roland_Holst, wikipedia

bron foto: wikipedia.nl

A. Roland Holst (1888 – 1976)

Dalton Trevisan herkent voetstappen

Ik heb een tijdje Portugees gestudeerd. En daarbij kwam als vanzelfsprekend Brazilië aan de orde. Ook de Braziliaanse literatuur die onbekend, onbemind en daardoor ondergewaardeerd is in ons kikkerlandje. En daar missen we wat aan. Machado de Assis, Dalton Trevisan, Clarice Lispector of João Guimarães Rosa zijn een paar namen van schrijvers waarvan u de boeken ter hand kunt nemen. Want niet alleen García Márquez kan oneindig mooi over Latijns-Amerika schrijven!

In dit geval aandacht voor Dalton Trevisan (1925). Zoals zoveel Latijns-Amerikanen over de dood schrijven, deed ook Trevisan dat. In het korte verhaal De dode in de zitkamer gaat het in suggestieve woorden en gebaren over een duistere vader-dochter relatie. Situatie, tijd en ruimte spelen hun spel in het oproepen van een donkere wereld. Gaat u er maar even voor zitten:

Hij die, in zijn hoedanigheid van handelsreiziger, nooit lang achtereen thuis was, kwam op zekere dag naar huis om te sterven. Hij trok voor altijd zijn gestreepte pyjama aan, sleepte zich zeurderig van het ene vertrek naar het andere. Hij verried zich door zijn vilten pantoffels, wanneer hij naar de deur sloop om het gevrij van (dochter) Ivete te bespioneren; hij deed de deur niet open en kauwde op zijn tandenstoker, al loerend. Zij kuchte om hem te waarschuwen, en als ze binnenkwam zat hij alweer in zijn schommelstoel. Zijn nietige wraak waren de schoenen, steeds weer de schoenen. Waarom ze poetsen als hij ze nooit meer zou aantrekken? Ivete poetste ze tot ze blonken, zonder dat hij ooit tevreden was, en elke week waren ze weer smerig, de schoenen die niet meer gedragen werden. daar stonden ze nu, op een rij onder de klerenkast. Als haar moeder ze aan de melkboer of de bakker zou geven, zou de dode de trap weer opkomen – ze zou de voetstap herkennen.

Uit: De toppen van Latijns-Amerika, Meulenhoff Amsterdam, 1984; vertaling August Willemsen

dalton trevisanbron foto: cultura.estadao.com.br

Dalton Trevisan (1925, Braziliaans)