Joost Zwagerman: de stilte ontluisterd (2)

zwagerman

Onthechting is een lekker wijf bij wie / de daad bij het woord zich hult in niet-bestaan. / Maar poëzie is taal is geil en wil er altijd zijn.

Zo is er bijvoorbeeld de harde werker / die alle adders van de grasmat ragt, / terwijl weer even verderop met kalme ademtocht / zwijgzaamheid door een verwerping wordt verrijkt. / Daar zucht hoorbaar de stille taalvennoot.

En wat er altijd is is andermans beweging / – geschreven, zo snel, voorbij alweer.

Jawel, er is bewogen.

Geen stomme held ben ik, geen dichtervorst / want nooit stop ik mijn vinger in de dijk. / Het stroomt, het woekert en het gist, geen / gat gedicht. Van alles is de hand te wijzen.

Ik heb het wel geweten. / Ik heb een wel geweten want ik kijk. / Ik weet mij de herovering, / een woordenvloed verplaatsbaar, / verplaatsing staat erbij te kijk.

Ik heb gekeken. Als ik gezegd.

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

Uit: Langs de doofpot, Arbeiderspers Amsterdam, 1987

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s