Het sprankelende kleurenpalet van Marià Fortuny

fortuny y marsal 1fortuny y marsal 3fortuny y marsal 5Marià Fortuny, eigenlijk Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Carbó, ook Marià Josep Maria Bernat Fortuny i Marsal, (1838 – 1874), was een Spaans kunstschilder, graficus en tekenaar.

Fortuny maakte in de stijl van Meissonier een aantal kleine genrestukken. Hij schilderde bij voorkeur werken met een opgewekte inhoud in tegenstelling tot de zwaarmoedige Spaanse traditie. Hij gebruikte een sprankelend kleurenpalet, was technisch virtuoos, schilderde mooie lichteffecten en had een voorliefde voor anekdotische details in zijn werken.

Hij had in de jaren 1870 vooral succes in Frankrijk waar de critici de opkomende impressionisten als navolgers van Fortuny zagen en op basis van hun vrije penseelvoering en heldere lichte kleuren “fortunisten” werden genoemd. Fortuny’s succes viel dus samen met de opkomst van de impressionisten hoewel hijzelf niet bij die stroming kan ingedeeld worden. Hij blijft het academische clair-obscur gebruiken en zijn voorliefde voor zwart, bruin en aardtinten onderscheidt hem duidelijk van de impressionisten. In de periode na zijn huwelijk, schilderde hij vooral taferelen uit Sevilla, Portici en Granada, landschappen, portretten en naakten.

fortuny y marsal 2fortuny y marsal 4fortuny y marsal 6

Advertenties

Benno Barnard: of denk je,

Of denk je,

m’n liefje, ik ben dus geen Goya, geen donna / Isabella, met dat verdomd zwoele smoeltje / en warm rozig vel in zo’n halfopen hesje, / een poes zonder motor. Mooi gras, vind ik leep,

want ook dit vlees is gras, kits wiegende halmen. / Wat kijk je venijnig, madonna, zegt het zo weinig, / dat ik in een zomer vol rokken, verzaligd, gezucht / heb: je bent uit de school van Rossetti een engel?

barnard, writersunlimited.nl

foto: Serge Ligtenberg; bron foto: writersunlimited.nl

Benno Barnard (1954)

Uit: Een engel van Rossetti, gedichten, Arbeiderspers Amsterdam, 1981

Renée van Riessen: de vrouw en de trommel

De vrouw en de trommel

Er is in haar een vrouw die valt, / één die om donkere wakken schaatst, / één die de kracht van water zoekt, / één die de lucht niet kan weerstaan: / er is in haar een vrouw die valt.

Er is in haar een vrouw die valt, / die niet met anderen eten kan, / één die haar hart niet bergen kan, / haar eigen dromen niet verstaat.

Er is in haar een vrouw die valt, / en brekend door de grendels gaat / die om ons hart gesloten zijn –

Er is in haar een vrouw die valt, / en op een grote trommel slaat. / Ze voelt het donker op haar huid, / ze weet de angst daar ingegrift, / ze drijft die luid en dreigend uit.

Riessen, literatuurplein.nlbron foto: literatuurplein.nl

Renée van Riessen (1954)

Uit: De vouw en de trommel, Bert Bakker Amsterdam, 1987

Pieter Boskma: ongeluk

Ongeluk

ik ontwaakte naakt, nog half beneveld / leek de kamer een kooi van berehuiden / en knetterde in stekkerdozen / geen breakfast-tv maar de quest naar het vuur.

ik tastte naast me. het vochtige laken / zoog mijn hand. tegen zachtboard wanden / ving de spiegel niets dan weer. / ergens boven arabië huilde je jet-lag.

ik at de gebakken eieren in een keuken / zonder ramen. op de radio al dagen lang / zweefde de leugen van de ramp. ik geloofde geen barst / van door nomaden meegevoerde merken

uit je kokerrok. alsof ikzelf in de woestijn / stond. gillend met een dode mond / en zocht naar de zwarte doos van je iris / langs de kringen in het plafond.

aui_boskma_bezigebij

bron foto: bezige bij

Pieter Boskma (1956)

Uit: Quest, In de Knipscheer Haarlem, 1987

Imre Kertész noemt vader en Auschwitz in één adem

De Hongaarse schrijver Imre Kertész (1929-2016) is Nobelprijswinnaar en Holocaust-overlevende. In zijn boek Kaddisj voor een niet geboren kind is de hoofdpersoon Auschwitz-overlevende, gescheiden van zijn vrouw en heeft een traumatische jeugd gehad. Zijn ouders scheidden vroeg en de jonge hoofdpersoon komt in een internaat terecht. Zijn ervaringen zijn dermate indrukwekkend dat op de vraag (van zijn vrouw) om een kind te nemen, een hartgrondig ‘nee’ volgt. Dat ‘nee’ is de belangrijke rode draad in dit boek. Het boek is een monoloog van een man die zoveel ellende heeft meegemaakt dat ouderschap niet tot de mogelijkheden behoort.

Auschwitz, zei ik tegen mijn vrouw, is voor mij niet meer dan de wanstaltige uitwas van de deugden die men mij vanaf mijn eerste kinderjaren heeft trachten bij te brengen. Ja, reeds in die tijd, in mijn kinderjaren, toen mijn opvoeding ‘ter hand werd genomen’, begonnen de mensen mij op wrede wijze te vernietigen en begon mijn wanhopige strijd om te overleven, zei ik tegen mijn vrouw. Ik was een niet al te ijverige, niet altijd voorbeeldige deelnemer aan die stilzwijgende, tegen mijn leven gerichte, samenzwering, zei ik tegen mijn vrouw. Auschwitz, zei ik tegen mijn vrouw, manifesteert zich in het beeld van mijn vader, ja, de woorden ‘Auschwitz’ en ‘vader’ brengen in mij dezelfde weerklank teweeg, zei ik tegen mijn vrouw. En als het waar is dat God een verheven vader is, heeft God zich aan mij geopenbaard in het beeld van Auschwitz, zei ik tegen mijn vrouw.

Uit: Kaddisj voor een niet geboren kind, Van Gennep Amsterdam, 2002

kertesz imre, hungary today

bron foto: hungary today

Imre Kertész (1929 – 2016, Hongaar)

Jotie T’Hooft: chanson

Chanson

Gerafelde popdeun, stukgezongen blues / & versteende jazz of geroeste rock / en mijn eeuwenoude lied:

nooit iemand te hebben ontzien, / nooit troost te hebben geboden / dan om eigen bestwil, nooit of / nooit een gemeend gebed of offer.

Als een ziekte, onverhoeds en onnaspeurbaar. / Als hitte die in alle hoeken woedde / en waarvoor geen schuilplaats bestaat / was mijn leven dat ik zag opbranden,

een toeschouwer, niet bij machte / de verschrikkelijke zaal te verlaten.

t hooft jotie bron- bruzz.bebron foto: bruzz.be

Jotie T’Hooft (1956 – 1977, Belgisch-Vlaams)

Uit: Verzamelde gedichten, Elsevier Manteau Antwerpen, 1981

Maarten Doorman: hunebedden

Hunebedden

Ze stonden op verkeerde grond, / verzonken niet en bleven niet / als veenlijken bewaard.

Zo lang konden ze niet gelegen hebben / of ze woeien open tot skelet, / uitgespaard de stenen / en bleven niet, een hunebed / is niet meer / dan wat er niet in is:

een tram in de remise, een café / na sluitingstijd, een autoloze zondag, / minder nog dan wat er / niet in is, / een hoopje keien plotseling in een bos.

doorman foto Joshua Rood, universitymaastricht

foto: Jushua Rood; bron foto: maatsrichtuniversity.nl

Maarten Doorman (1957)

Uit: Het gelijk van de vismarkt, Bert Bakker Amsterdam, 1988

J. Bernlef: stilte

Over Steve Lacy

Stilte

De melodie op de mouwen versleten / van de akkoorden alleen nog / wat wapperende flarden

In lege schoenen stapt hij voort / langs jerrycans en flats op weg / naar braakliggend terrein.

Kaalslag maakt hem sterker / hij dunt zijn kapsel uit tot op / de laatste haar waaraan hij zweeft

Zo zwaar is nog nooit / zo iets lichts geweest; toon die verliefd / zwicht onder eigen soortelijk gewicht

Zo verdwijnt de danser in de dans / de engel in zijn noodzakelijkheid.

Eindelijk valt de stilte te snijden.

bernlef, anp, rd.nlfoto: ANP; bron foto: rd.nl

J.Bernlef (1937 – 2012)