De (onregelmatige) dosis Nabokov

nabokov vlinders, halsmanVladimir Nabokov vangt vlinders. foto: Philippe Halsman; bron foto: Pinterest

In zijn korte verhalen waaierde Nabokov veel kanten op: ook die van het morbide. In het verhaal Wraak handelt het om een professor die terugkeert van een congres. Hij heeft een koffer bij zich met hartverlammende inhoud. De reden: zijn vermoedelijk overspelige vrouw die geloof hecht aan geesten en andere onverklaarbare verschijnselen.

Nabokov speelt met het verschil tussen de rationele onderzoeker en zijn spirituele vrouw. De professor houdt ervan dat in het belachelijke te trekken en vertelt zijn vrouw een bizar verhaal waarin een spirituele vrouw (‘een hysterische waarzegster’) op gruwelijke wijze ontbindt. Een broodje aap-verhaal. Het leidt bij de professor tot de verzuchting: ‘Ik denk wel eens dat alles welbeschouwd mijn wetenschap een ijdele illusie is, dat de wetten van de fysica een uitvinding van ons zijn. en dat alles – letterlijk alles – mogelijk is. Zij die zich aan zulke gedachten overgeven worden waanzinnig…’

Het is een meesterlijk verhaal in minder dan 10 bladzijden. Dat Nabokov schrijven kan, wist ik, maar dat hij ook dit genre onder de knie had, wist ik minder.

Een proeve van naderend onheil.

‘De koffer, zeg je? Weet je wat erin zit?’informeerde hij, met een zweem van irritatie in zijn stem. ‘Kan je het niet raden? Een geweldig ding! Een bijzonder soort kleerhanger…’

‘Een Duitse uitvinding, sir?’ probeerde de student die zich herinnerde dat de bioloog net naar Duitsland was geweest voor een wetenschappelijk congres.

De professor brak uit in een hartelijk, krakerig gelach, en een gouden tand flitste als een vlam op. ‘Een goddelijke uitvinding, mijn vriend, goddelijk. Iets wat iedereen nodig heeft. Overigens, je hebt zelf zo’n ding bij je. Hè? Of ben je soms een poliep?’ De student grinnikte. Hij wist dat de professor geneigd was tot duistere grapjes. Er werd op de universiteit veel over de oude man geroddeld. Er werd gezegd dat hij zijn echtgenote, een heel jonge vrouw, mishandelde. De student had haar één keer gezien. Heel tenger was ze, met ongelooflijke ogen. ‘En hoe gaat het met uw vrouw, sir?’ vroeg de roodharige student.

De professor antwoordde: ‘Ik zal er geen doekjes om winden, beste jongen. Het zit me al een poosje dwars, maar nou moet ik het je zeggen… Beste jongen, ik houd van stilte als ik reis. Ik vertrouw erop dat je het me niet kwalijk neemt.’

Uit: Wraak; uit: Verhalen 1, Bezige Bij Amsterdam, 1996; vertaling Yolanda Bloemen, Anneke Brassinga, Peter Verstegen en Marja Wiebes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s