John Masefield: zeekoorts

Zeekoorts

Ik moet weer naar de zee terug, naar de eenzame zee en de wind, / En al wat ik vraag is een viermastschip en een ster waar ‘k het noorden bij vind. / En de ruk van het roer en het zingen van ’t want en het klappen van ’t zeil in de vlagen, / En een grauwe mist die de einder bedekt en een grauwe kim als ’t gaat dagen.

Ik moet weer naar de zee terug, want de roep van eb en vloed / Is een wilde roep en een klare roep en een die ‘k gehoorzamen moet; / En al wat ik vraag is een dag met veel wind en met witte wolken die jagen / En het spattende sop en het vliegende schuim en de meeuwen die krijsen en klagen.

Ik moet weer naar de zee terug, waar ik als zigeuner kan zwerven, / Naar de weg die de meeuwen en walvissen gaan, waar de winden als messen kerven; / En al wat ik vraag is een vrolijk verhaal, van een maat die met mij lacht, / En de rust van de slaap en ’t geluk van de droom aan het eind van mijn lange wacht.

Strang, William, 1859-1921; John Masefield (1878-1967)bron foto: artuk.org

John Masefield (1878 – 1967, Brits)

Uit: The Oxford Book of Twentieth-Century English Verse, Clarendon Press Oxford, 1973; vertaling Ko Kooman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s