Klassieke Tamil poëzie gaat over minnaars

Altijd weer verbazingwekkend als je er achter komt dat gedichten uit een andere tijd en van een andere plek op de globe, toch aanspreken. Uit een boekje dat de aandacht trok bij een zoektocht: Oosterse literatuur, een inleiding tot De Oosterse Bibliotheek, samengesteld door W.L. Idema en D.W. Fokkema met een bijdrage van Aad Nuis. Dat boekje verscheen bij Meulenhoff Amsterdam. We schrijven 1979.

Dit boekje laat ons kennis maken met onder andere: de traditionele literatuur van Korea, Japan, China, India, Indonesië en de Arabische landen. Landen die een totaal verschillende geschiedenis hebben als het om literatuur gaat. Maar ook verschillende insteken en toegangen tot verhalen, vertellingen en kronieken.

agastya, sangam poetrybron foto: tamilliterature.in

De Tamil poëzie, daar ging het mij om. De Tamil is een taal en een volk. Dat volk woont op Sri Lanka (waar ze voor hun rechten vochten = Tamil Tigers) en in het zuiden van India. Het Tamil (de taal) is 1 van de oude talen die je in India tegenkomt. Sangam is de naam van een reeks lyrische gedichten in de vorm van monologen, die stammen uit de periode van 200 jaar voor Christus tot ongeveer 200 jaar na Chr. Van die gedichten zijn er 2384 bewaard gebleven, geschreven door 438 verschillende dichters. Sangam kent twee genres: liefdesliederen en heroïsche gedichten.

Over die liefdespoëzie wil ik het hier hebben. Deze poëzie handelt vaak over de geheime liefde, maar gaat ook over ontrouw of scheiding (waar kennen we dat van?). Twee voorbeelden van deze Sangam met een korte toelichting. De gedichten werden vertaald door H. Tieken, verbonden aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Wat de dichter zegt tot zichzelf, als hij terugkeert van een rendezvous met het meisje.

Mijn liefje / leidt twee levens: / ’s nachts / komt zij naar mij, / geurend als het Mullur-bos / van Malaiyan, / die roodgeverfde speren heeft / en voor geen enkele tegenstander uit de weg gaat.

Bij het aanbreken van de dag / neemt zij de bloemen uit haar krullen / strijkt haar haar glad met olie, / die naar sandel geurt, / en is weer de lieve dochter van haar ouders / met een ontevreden blik in haar ogen.

Kapilar (naam van de dichter)

Wat haar vriendin zegt tot de ontrouwe echtgenoot van het meisje, als hij terugkeert van een bezoek aan de wijk waar de prostituées wonen en hij dat ontkent.

In die straat van plezier / waar de muziek weerklinkt / zoet als bijengezoem, / van de kleine luit / bespeeld door een muzikant, / stonden weelderig uitgedoste vrouwen op jou te wachten / en, graaiend naar jouw borst, / huilden zij zoute tranen / van langverbeid verlangen.

Wat kon ik doen / toen ik jou zo zag, / nu eens hier, dan weer daar / en uiteindelijk nergens meer, / als een stuk hout / midden op de woeste zee, / waaraan velen zich vastklampen / als het bootje omgeslagen is?

Korranar

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s