Middellandse Zee: Istanboul

Istanboul

Hagia-Sophia-Istanboel, getbybusbron foto: getbybus.com

Roept de man van de minaret / het simpel gebed: / Allah, Inschallah, / sterren die vallen / schachten van straten, / hopeloos verlaten / dool ik rond / als een hond / door de stad.

Ik wist niet waarheen ik ging / blind achter bittere herinnering / eis tein boulan.

Een vrouw in een donkere straat / ik ben met haar meegegaan; / zal zij mijn taal verstaan / zal zij weten wat mij dreef, wat ik deed? / Zal zij weten welk gruwelijk leed / mij herwaarts dreef naar de stad?

Eis tein boulein / waar armen en rijken zijn / ver van wat ik had en liefhad.

O alles is doelloos en wreed. / Ik weet nauwelijks nog hoe ik heet. / Ik ben zwervende, zwervende, / ik ben stervende, dervende, / maar ik ben dag en nacht wervende / naar een hart dat mijn smart heeft gekend.

Louis de Bourbon (1908-1975, Renkum)

Uit: Verzamelde gedichten, Orion Brugge, 1974

Advertenties

García Márquez keert terug naar zijn dorp en herinnert zich de anime

De anime is bij ons een soort weldoende geest die zijn beschermelingen op benarde momenten te hulp schiet; wanneer men dan ook van iemand zegt dat hij ‘animes’ heeft, bedoelt men dat hij door een of andere mysterieuze persoon of kracht wordt beschermd.

De animes van Aracataca (geboortedorp van Márquez) waren iets heel anders: minuscule wezentjes van amper een duim groot die op de bodem van waterkruiken leefden. Soms verwarde men ze met de bortselwormpjes, ook wel sarapicos genoemd, die in werkelijkheid de larven van de muskieten waren die onder in het drinkwater wriemelden. Maar de echte kenners verwarden ze niet: de animes waren in staat om uit hun natuurlijke schuilplaats te ontsnappen, zelfs als de waterkruik goed was afgesloten, en ze vermaakten zich door allerlei kattekwaad in huis uit te halen. Het waren ondeugende maar vriendelijke geesten die de melk  verzuurden, de ogen van de kinderen van kleur lieten veranderen, de sloten deden roesten of verwarde dromen opriepen. Maar bij tijden raakten ze om duistere redenen uit hun humeur en dan bekogelden ze het huis waar ze woonden met stenen. Ik leerde ze kennen in het huis van don Antonio Daconte, een Italiaanse emigrant die indrukwekkende nieuwigheden in Aracataca introduceerde: de stomme film, de biljartzaal, de verhuur van fietsen, de grammofoon en de eerste radio. Op een avond ging het gerucht in het dorp dat de animes stenen gooiden naar het huis van don Antonio Daconte, en het hele dorp liep uit. In tegenstelling tot wat je zou denken, was het geen gruwelijk schouwspel maar een uitgelaten feest, waarbij hoe dan ook geen ruit heel bleef. Je zag niet wie de stenen gooide, want ze kwamen van alle kanten aan vliegen en hadden de magische eigenschap niemand te raken, maar rechtsstreeks op hun doelwit af te gaan: dingen van glas. Lang na die fantastische avond hielden wij kinderen vast aan de gewoonte het huis van don Antonio Daconte binnen te sluipen en het deksel van de waterkruik in de eetkamer op te lichten om te kijken naar de kalme en bijna doorzichtige animes die zich onder in de kruik verveelden.

Uit: Terug naar mijn dorp; uit: De zee van mijn verloren verhalen, Meilenhoff Amsterdam, 1992; vertaling Francine Mendelaar en Wieke Westra 

garcia marquze, smithsonian magazinebron foto: smithsonianmag.com

Gabriel García Márquez (1927-2014, Colombiaans)

Gerbrandy: waar zoek je

Waar zoek je

waar zoek je / naar vriend is

het zwart is / het licht is / het schallende

stof zwaai / me op in je / blauw graai me

vast in je / dans voor we

vallen.

op meer dan respijt kan niemand aanspraak maken

gerbrandy, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Piet Gerbrandy (1958, Den Haag)

Uit: drievuldig feilloos vals, Meulenhoff Amsterdam, 2005

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit nam de handschoen op voor kortstondige roem

delannoit, bruzz.be

bron foto: bruzz.be

Cyriel ‘Tarzan’ Delannoit (1926-1998) was een legendarische Belgische bokser uit het Oost-Vlaamse Geraardsbergen. Een leven vol heroïek maar eveneens vol dramatische wendingen.

Delannoit, een volksjongen uit Geraardsbergen, wordt in 1926 geboren. Op 21-jarige leeftijd behaalt hij de Belgische titel bij de middengewichten. Het begin van een grote carrière.

De ultieme triomf beleeft Delannoit op 23 mei 1948 tegen de toekomstige wereldkampioen Marcel Cerdan in een gevecht om de Europese titel in het middengewicht. Juist, Marcel Cerdan, de minnaar van Edith Piaf. Gedurende enkele maanden mag Delannoit zich Europees kampioen noemen. Tot hij op 10 juli de revanche verliest in het Sportpaleis te Brussel. In november 1948 verovert hij opnieuw de vacante titel die hij in 1949 dan definitief verliest aan de Italiaan Tiberio Mitri.

Van ’47 tot ’49 mag hij zich kampioen van België noemen. Maar hij is pas 25 jaar als het afgelopen is. Leeggebokst. Mentaal uitgeblust.

Delannoits leven is een aaneenschakeling van hoogtes en dieptes. Zo brandde in 1993 het huis af. Alle soevenirs die de man vergaarde gingen in vlammen op. Detail: Delannoit was niet verzekerd.

“Als ik mijn leven kon overdoen?”, liet hij ooit eens ontvallen. “Dan werd ik wereldkampioen.”

delannoit, radio2.be

bron foto: radio2.be

Szymborska: decolleté

Decolleté

Decolleteé komt van decollo, / decollo betekent: ik onthals. / De koningin der Schotten, Mary Stuart, / betrad in gepast hemd het schavot, / het hemd was uitgesneden / en rood als een bloeduitstorting.

Tegelijkertijd / stond in een afgelegen zaal / Elizabeth Tudor, de koningin van Engeland, / in een witte japon bij het raam. / De jurk was triomfantelijk dichtgeknoopt onder de kin / en afgewerkt met een gesteven ruche.

Zij dachten in koor: / ‘God, erbarm u mijner.’ / ‘Het gelijk staat aan mijn kant.’ \ ‘Leven is tegenstreven.’ / ‘In bepaalde omstandigheden is de uil de dochter van de bakker.’ / ‘Dit gaat nooit voorbij.’ / ‘Het is al voorbij.’ / ‘Wat doe ik hier, hier is toch niets.’

Verschillend gekleed – ja, daar kunnen we zeker van zijn. / Het detail / is onbewogen.

szymborska, nrc.nlbron foto: nrc.nl

Wislawa Szymborska (1923-2012, Pools)

Uit: Grote pret, Meulenhoff Amsterdam, 1967; vertaling Gerard Rasch

Lévi Weemoedt als uitzondering op de Schepping

Ik hield me schuil in mijn werkkamer en keek door de kleine bestofte ruitjes van de openslaande deuren naar buiten. Schrijven lukt niet, ik kwam tot niets. Op het plaatsje, tussen de spleten van de betonnen vloer drong het leven zich omhoog, het was voorjaar en zelfs door het beton kwamen allerlei plantjes en tere groeiseltjes naar boven, óp naar het licht. Dat was op zich al verbazingwekkend, maar toen ik zo een tijd had zitten staren viel mijn oog plotseling op iets dat ik eerst niet kon geloven.

Op een omgekeerde borstel die van boven, van mijn achterbalkon, was gevallen waren tussen de ruwe, scherpe bruinen haren kleine broze stengeltjes gegroeid die aan het eind een klein groen bladerkroontje hadden. Ik kwam verbaasd uit mijn stoel, liep om het bureau heen en tuurde door de groezelige ruitjes naar buiten. De borstel bloeide! Hoe was dat mogelijk! Verbijsterd en tegelijk pijnlijk getroffen stond ik naar dit wonder voor me te kijken. Als alles zó wilde leven om mij heen, waarom ik dan niet? Was ik de uitzondering op de Schepping? Ik groeide, zoals mijn moeder zei, als een koeiestaart. Naar beneden.

Alles stormde en drong zich omhoog in de natuur, en liet zich door niets weerhouden. Maar ik was leeg en inert. Niets boeide me. Ik rookte de ene sigaret na de andere, maar waar rook was was geen vuur. In- en uithalerend zat ik achter mijn schrijfblad en tuurde voor me uit, naar het vochtige plaatsje. Dat leek, net als ik, niets te doen, in zijn lemen, massieve treurigheid, maar was ondertussen met alles bezig en bracht de wonderbaarlijkste dingen voort. Het beton ontlook, de wasborstel liep uit en gaf de prachtigste bloesem. Alleen ik wierp geen vruchten af.

Uit: Acte van verlating, Contact Amsterdam, 1990

Weemoedt_Levi, singeluitgeverijen.nlbron foto: singeluitgeverijen.nl

Lévi Weemoedt (1948, Geldrop)

De fotografie van Tina Barney: ‘iedere familie doet dezelfde dingen’

tina barney-1tina barney-3tina barney-5

Tina Barney (1945, USA) is fotografe en leerde zelf de kneepjes van het vak. Ze komt uit de welgestelde familie van de Lehman Brothers. Ze werd bekend door haar omvangrijke kleurige portretten waarop familie, vrienden en bekenden te zien zijn. In hun eigen hum en doende met wat mensen zoal doen in hun huiselijke omgeving.

Dat is wat Barney ook beweert te bereiken met haar fotografie: ‘Ik ben geiïïnteresseerd in de herhaling van gewoontes, rituelen en tradities. Mijn idee is dat het niet uitmaakt waar families vandaan komen, ze houden zich altijd bezig met dezelfde dingen’.

Haar foto’s doen denken aan de schilderijen die in vroegere eeuwen gemaakt werden van welgestelde personen en families. Het zijn een soort tableaus die het goede leven tonen en de rijken en welgestelden laten zien in hun door luxe omgeven habitat.

tina barney-2tina barney-4tina barney-6

Judith Herzberg: maal 2

o de jonge moeders

O de jonge moeders in het park, / wat kunnen ze foeteren; / je zou bijna gaan denken dat zij / van de kinderen moederen moeten.

lig links

lig links / op je hart / dat plet / wat verwart.

Judith_Herzberg_, groene amsterdammerbeeld: Konstantinos Papamichalopoulos; bron beeld: groene.nl

Judith Herzberg (1934, Amsterdam)

Uit: Beemdgras, Van Oorschot Amsterdam, 1968 en Dagrest, Van Oorschot Amsterdam, 1984

Rawie: troost

Troost

Stel dat de avond niet zou vallen / en dat het moeizame gedoe / dat wij bedrijven met ons allen / zou doorgaan tot oneindig toe.

Ach kind, het maakt me nu al moe, / wanneer ik aan de duizendtallen / verdrietjes denk die waar en hoe / ook jou nog zullen overvallen.

Wees maar tevreden dat het komt, / het nu nog zo gevreesde einde / aan al ons nutteloos getob.

Denk je eens in: eenmaal verdwijnt de / ellende; het gelul verstomt; / mijn lief, verheug je er maar op.

Rawie-Prinsentuin, tzumbron foto: tzum.info

J.P. Rawie (1951, Scheveningen)

Uit: Kwade trouw, Bert Bakker Amsterdam, 1986

Niko Pirosmani: een groot Georgische naïeve schilder

pirosmani 2pirosmani 4pirosmani 6

“Tenslotte bracht Tamila me naar de zaal van Niko Pirosmanasjvili (Pirosmani), zodat ik de schilderijen kon zien die weldra in Parijs zouden worden tentoongesteld. Tamila beweerde dat Parijs tegenwoordig wild enthousiast is over Pirosmani die in 1916 overleed. Hij was de Georgische Nikifor of Rousseau le Dounanier. Een grote naïeve.

Niko woonde in Nachalovka, de buurt van de paria’s en armen van Tbilisi. Hij was straatarm. Zijn penselen maakte hij zelf. Op Niko’s schilderijen overheerst zwart, hij had altijd het meeste zwart omdat hij de verf kreeg van de doodkistenmakers. Hij verzamelde oude blikken uithangborden om ergens op te kunnen schilderen. Daarom schemeren er door zijn schilderijen slordig overgeschilderde opschriften, zoals ‘Magaz’ of ‘Tabak’. Een reclame in goudkleur of rood met daarop de zwart-witte visioenen van Niko. Georgisch primitief aangebracht op Russische koopmans-fin-de-siècle. Niko schilderde in taveernen, in de bedompte lucht van de kroegen van Nachalovka. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Misschien had hij tuberculose. Of vallende ziekte. Men weet weinig van hem. Veel van zijn werken zijn verloren gegaan, een deel is bewaard gebleven. Het belangrijkste onderwerp van zijn schilderijen is het avondmaal. Niko schilderde het avondmaal als Veronese.

Niko’s avondmaal is alleen Georgisch, is werelds. Tegen de achtergrond van het Georgische landschap zien we een rijkelijk voorziene tafel, aan die tafel Georgiërs die drinken en eten. De tafel staat op het eerste plan. De tafel is het belangrijkste. Niko werd gefascineerd door culinaria. Wat er te eten zal zijn, waarmee een mens zich volpropt. Hij schildert het allemaal. Hij laat zien wat hij zou willen eten, maar vandaag niet zal eten, misschien nooit. Tafels overladen met hopen eten. Gebraden lammeren. Vette biggetjes. Wijnen rood en zwaar als kalfsbloed. Sappige meloenen. Geurende granaatappels. Dit geschilder heeft iets masochistisch, is als het steken van een mes in eigen buik, ook al is Niko’s kunst vrolijk, zelfs vermakelijk.

(..)

Het schilderen bracht hem geen geluk. Hij had een meisje genaamd Margerita. Niemand weet wat voor een meisje het was. Niko hield van haar en maakte haar portret. Margerita’s gezicht is geschilderd in de conventie van de grote naïeven, bij wie alles te groot is en niet volgens de norm. De mond is te fors, de ogen puilen uit. Enorme flaporen. Niko gaf het portret aan Margerita. Boos begon het meisje te tieren. Ze liep bij hem weg, woedend, vol haat. Zijn talent doemde hem tot eenzaamheid. Van toen af leefde hij verlaten.

Hij verzamelde zijn roestige uithangborden, de doodkistenmakers gaven hem verf. Hij bleef zijn gelagen schilderen, telkens weer die tafel tegen de achtergrond van het berglandschap. Soms trakteerden de omstanders hem op een glas wijn. Hij was 54 toen hij overleed, in Tbilisi, in een of ander huisje, niemand weet waaraan, honger lijdend, misschien ook krankzinnig.”

Uit: Imperium – Ryszard Kapuscinski, Arbeiderspers Asmterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

pirosmani 1pirosmani 3pirosmani 5