Dirk van Bastelaere: zelfportret in vallend serviesgoed

Zelfportret in vallend serviesgoed

Ze diept blank aardewerk op / Uit het teiltje. Zo is ze begaan / Met de voortgang van orde / En reikte me een schaal toe: dat liefde / Als de onze van eenvoud kon worden.

Dan in een glimp op het wentelen, / Het gezicht waaruit ik mij ontspin: / Een Romeinse neus en gifzwarte ogen. / Voorts het plafond, beneden in licht, / Waarop zich zwarte vliegen bewegen.

Wanneer ik, ten slotte, het water / Dat zingt op de rotsen gelijk, / Tegen de vloer aan diggelen val, / Mag ik wel ooit zijn voortgebracht, / De vloer vermaakt wat ze kan.

Het is ongedaan weer. Zo is het goed.

Uit: Pornschlegel en andere gedichten, Arbeiderspers Amsterdam, 1988

Dirk-van-Bastelaere, helderderbron foto: helderder.be

Dirk van Bastelaere (1960, Sint Niklaas, België)

Verhalen in de poëzie zijn als definities die gaandeweg uit de hand lopen. Het verhaal is er om de werkelijkheid in te dammen in personages met een identiteit, in een ruimte waarvan men weet wat boven en onder is, in gebeurtenissen waarvan de ontwikkeling geregeerd wordt door chronologie, logica, oorzaken en bedoelingen. Het gedicht laat ons die orde zien en haalt haar tegelijk onderuit: het personage verliest zijn identiteit in de reflecties, boven wordt onder.

Uit: De dichter is een koe. Over poëzie – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s