Primo Levi: ‘schrijvend voelde ik me groeien als een plant’

Het toeval wilde dat de volgende dag een ander, uniek geschenk voor me in petto had: de ontmoeting met een vrouw, jong, van vlees en bloed, warm tegen mijn zij, door onze jassen heen, vrolijk in de vochtige mist die in de buitenwijken tussen de bomen hing, geduldig, wijs en sterk in de straten van de binnenstad waar het puin nog lag. In een paar uur wisten we dat we bij elkaar hoorden, niet voor een ontmoeting, maar voor het leven, en zo is het ook gegaan. In een paar uur voelde ik me nieuw en vol nieuwe kracht, gereinigd en genezen van het lange kwaad, eindelijk gereed om met lust en moed het leven binnen te gaan; al even plotseling genezen was de wereld om me heen, en de naam en het gezicht van de vrouw die met mij naar de onderwereld was gegaan en niet was teruggekeerd kwamen tot rust.

Ook mijn schrijven werd een ander avontuur, niet langer de pijnlijke gang van een herstellende, geen bedelen meer om medeleven en vriendelijke gezichten, maar een doelbewust bouwen, dat nu niet meer eenzaam was: het werk van een chemicus die weegt en scheidt, meet en oordeelt op grond van onbetwijfelbare gegevens en zijn best doet om antwoord te geven op de vragen. Naast het gevoel van opluchting en bevrijding dat iedere teruggekeerde die vertellen kan kent, gaf het schrijven me nu een nieuwe, intense en uit vele bronnen gevoede bevrediging, verwant aan de emotie waarmee ik als student was doorgedrongen in de strenge orde van de differentiaalrekening. Het gaf me een geluksgevoel om het juiste woord te zoeken en te vinden, of te scheppen; juist, dat wil zeggen treffend, kort en sterk; de feiten uit mijn herinnering te putten en ze zo strak en geserreerd mogelijk te beschrijven. Mijn last aan gruwelijke herinnneringen werd paradoxaler een rijkdom, een zaad; al schrijvend voelde ik me groeien als een plant.

Uit: Het periodiek systeem, Meulenhoff Amsterdam, 2009, vertaling Frida de Matteis-Vogels

tellerreport.com, primo-levibron foto: tellerreport.com

Primo Levi (1919-1987, Turijn, Italiaans)

Szymborska: thuiskomen

Thuiskomen

Hij kwam thuis. Zei niets. / Het was echter duidelijk dat hem iets naars was overkomen. / Hij kroop met zijn kleren aan in bed. / Verborg zijn hoofd onder de deken. / Trok zijn knieën op. / Hij is rond de veertig, maar niet op dit ogenblik. / Hij bestaat, maar niet meer dan in zijn moeders buik, / vele huiden ver, in een beschuttend duister. / Morgen moet hij een lezing houden over de homeostase / in de metagalactische astronautiek. / Nu ligt hij ineengedoken, slaapt.

Uit: Elk geval, Meulenhoff Amsterdam, 1972; vertaling Gerard Rasch

szymborska, godinfragmenten.wordpress.combron foto: godinfragmenten.wordpress.com

Wislawa Szymborska (1923-2012, Kornik, Polen)

Slauerhoff: dit eiland

Dit eiland

Voor de zachtmoedigen, verdrukten, / Tot gereglde arbeid onwilligen, / Voor de met moedwil mislukten / En de grootsch onverschillegen,

De reine roekeloozen, / Door het kalm leven verworpen, / Die boven steden en dorpen / De woestijnen verkozen,

Die zonder een zegekrans / Streden verloren slagen / En ’t liefst met hun fiere lans / De wankelste tronen schragen;

Voor allen, omgekomen / Door hun dédain voor profijt, / Slechts beheerscht door hun droomen, / De spot der bezitters ten spijt,

Neem ik bezit van dit eiland, / Plant ik de zwarte vlag, / Neem iedere natie tot vijand, / Erken slechts ’t azuur als gezag.

Wie nadert met goede bedoeling: / Handel, lust of bekeering, / Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering / Of in ’t atol door onderspoeling.

Oovral op aarde heerscht orde, / Men late mijn eiland met rust; / ’t Blijft woest, zal niet anders worden / Zoolang ik kampeer op zijn kust.

Uit: Verzamelde gedichten, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1999

Slauerhoff, literatuurmuseumbron foto: literatuurmuseum.nl

J. Slauerhoff (1898-1936, Leeuwarden)

Bas Heine en de eindigheid van de jeugd

Bas Heine is vooral essayist naast vertaler en interviewer. In zijn beschouwend proza buigt hij zich over tal van onderwerpen en kwesties. Thema’s die hij behandelt, bieden een ander zicht op de kwestie. Hij biedt (nieuwe) inzichten. Die inzichten voeden mijn nieuwsgierigheid en dat is wat ik aan zijn werk waardeer. Bovendien schrijft hij als een denker en denkt hij als een schrijver. In 2017 kreeg Heine de P.C. Hooftprijs voor zijn werk als essayist.

Wat je in je jeugd onherroepelijk verliest, wordt altijd onschuld genoemd, maar dat lijkt me het verkeerde woord. Het is het gevoel niet echt in de wereld te staan, niet te zijn vastgeklonken aan de ervaring. In plaats van de ervaring is er de sensatie. Die staat los van het leven, het is een wereld op zich, heftig en kortstondig, niet reëel. Het is oorzaak zonder gevolg. Ze gaat gepaard met een dronkenmakend gevoel van oneindigheid.

Die oneindigheid zat enkel en alleen in je hoofd, ontdek je later. Wat daden betreft stelt het achteraf niet veel voor. Het was een gevoel. Maar al zoek je nu de ervaring, al zou je nu nooit meer zo wezenloos in het leven kunnen staan, je mist de sensatie.

Op het moment dat je dat beseft, is de nostalgie geboren.

Uit: De wijde wereld, Prometheus Amsterdam, 2001

nos.nl, heine basbron foto: nos.nl

Bas Heine (1960, Nijmegen)

K.Schippers over ironie: ‘het geeft adem en schept ruimte’

Schrijver K.Schippers (pseudoniem voor Gerard Stigter) legt in een interview met Max Pam voor Vrij Nederland uit, wat hij heeft met ironie.

MP: De ironie is altijd een beetje parasitair. Voor ironie is eerst een daad van een ander nodig.

KS: ‘Dat zie je vaak: de ironie die afbreekt. Op zijn minst loopt er iets mis. Bij Laurel en Hardy (de dikke en de dunne) gebeurt dat in de meest eenvoudige vorm: kopjes thee worden doorgegeven, een schoen wordt aangetrokken. Het gaat over dingen die eeuwig doorgaan, zoals je haar kammen. Die bezigheden worden een beetje rekbaar gemaakt. Het lukt ook nooit goed en het hoeft ook niet te lukken. Altijd wordt de verkeerde hoed opgezet. Ja, ik ben een echte fan.’

(..)

MP: Is er een grens tussen ironisch en cynisch?

‘Het lijkt me dat met ironie meer is te doen. Ironie is het omkeren van begrippen; de logica van de omkering. Positief tot negatief maken. De ironie geeft adem en schept ruimte. Ironie is geen doel, maar een middel om iets uit te drukken. Cynisme is een duidelijker levensopvatting: het is allemaal maar niks. Ironie appelleert aan mijn gevoel van elegantie, cynisme aan mijn gevoel van afbraak. Ironie doet mij aan reizen denken en cynisme aan thuis blijven.’

(..)

‘De ironie,’ zegt hij, ‘is een strijdmiddel dat je niet moet uithollen. Calvino heeft wel eens beweerd dat er ten onrechte een scheiding tussen oppervlakkigheid en diepzinnigheid wordt gemaakt. Zinken van zwaarte kunnen wij allemaal, maar aan de oppervlakte blijven, dat is alleen al wat techniek betreft, een zeer moeilijke opgave. Alsof de ironie niet kan voortkomen uit een grote mate van ernst. De ironie interesseert  mij echt. De ironie was ook niet aan de jaren zestig voorbehouden. Je komt het tegen bij Rabelais, Lewis Carroll en bij Heine. Het is toch niet allemaal ernstig gefrons. Er is een bijzondere ernst, misschien het hoogste, maar er is ook een ernst die doorzaagt en alles kapot maakt.’

Uit: Max Pam Interviews, Bezige Bij Amsterdam, 1984

K.Schippers (1936, Amsterdam)

Barnard: het meer in mij

Het meer in mij

Het meer in mij vloeit uit een ander meer, / beneden, voort. Het is niet vergelijkbaar groot. / Het is een woord, waarvan de diepte anders is. / Je kunt erin verdrinken, maar je gaat niet dood.

Zijn oorsprongen verwisselbaar? Alles stroomt / ook naar boven, want wateren zijn van hun bron / al evenzeer de bron. Begin dat nooit begon. / Eeuwig is er een rivier, niets blijvends, tussenin.

Mijn meer is niet beneden. Beneden reflecteert / de zon, de schittering van het verleden. Je naam, / in water opgeschreven, vervalt nog niet daarom.

Uit: Het meer in mij, Arbeiderspers Amsterdam, 1986

knack.be, barnardbron foto: knack.be

Benno Barnard (1954, Amsterdam)

Omdat water onophoudelijk stroomt en terugkeert naar zijn bron, omdat water de ongrijpbare stroom én de vlakke spiegel van het meer is, omdat mijn meer, dat een woord is, anders is en hetzelfde als het meer daar beneden, omdat taal meer is dan water. Daarom verdwijnt en blijft je naam, opgeschreven in het water van tijd en taal.

Uit: De dichter is een koe – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Gruwez: estetika

estetika

het sierlijkste is niet de zwaan, maar het water / waar de zwaan zich spoorloos in weerspiegelt / en de rimpeling van vriendelijke huiver / die zij door haar stil bewegen weeft.

het sierlijkst is niet je lichaam, maar de spiegel / waar het lichaam licht bezeerd weerspiegeld wordt / (en de rimpels toont als rimpelen in water) / en hoe een hand ontastbaar haast / verschuift over je huid, / en hoe een streling dan, / als een omhelding van zichzelf, / op jouw lichaam liggen gaat.

terwijl mijn blik die dat niet blijvend / vangen kan, gevangen blijft, en onomhelsd, / zoals wie ééns genodigd tot genot, / daarna voorgoed gegijzeld blijft in pijn.

Uit: de feestelijke verliezer, Manteau Antwerpen, 1985

wikipedia.org, gruwezbron foto: wikipedia.org

Luuk Gruwez (1953, Kortrijk, België)

Lubaina Himid: ‘de plek innemen die je toekomt’

himid-2himid-4himid-6

De Britse kunstenaar Lubaina Himid (1954, Zanzibar) kreeg in 2017 de prestigieuze Turner Prize voor haar werk. In dat werk laat ze zien dat ze zich inzet voor de zichtbaarheid van de zwarte vrouwelijke kunstenaar.

Van half november 2019 tot eind februari 2020 jaar is er een overzichtstentoonstelling van haar werk te zien in het Frans Hals museum in Haarlem.

Het voortborduren op bestaande kunstwerken is Himid niet vreemd: ‘Ik wil mensen uitnodigen de geschiedenis van de westerse wereld  in volledigheid onder ogen te zien. Dat vraagt van me dat ik ook een link leg met de geschiedenis zoals mensen die kennen, en dat ik daarbinnen ruimte maak voor wat mensen nog niet kennen. Meer dan eens heb ik een beroemd schilderij als basis gebruikt en er karakters  aan toegevoegd of veranderd. Of de eenkennige Britse of koloniale wereldvisie erin benadrukt, zodat die uitvergroot zichtbaar wordt. Ik vind het ook getuigen van respect. Het kennen en erkennen van je geschiedenis. Om te weten waar je onderdeel van bent, zodat je in dat geheel de plek kan innemen die je toekomt.’

Citaat uit: See All This, nummer 15, herfst 2019 

himid-1himid-3himid-5