Hans Warren’s Aubade met lijsters als voorbeeld van klankgebruik

Er zijn drie types van klankgebruik in poëzie: klanknabootsing; betekenisloze klankwoorden en klankexpressiviteit.

Een voorbeeld van evenwicht tussen klanknabootsing en betekenisvolle tekst:

Aubade met lijsters

De rijm stijgt dampend uit de weiden / tot sluiers om de zon / die tussen de lentetwijgen / een japanse allure krijgt.

pirix pirix tjuwie tjuwie tjijuwuwu / tlie tluu tlie tiriktiping tjulilililili

Melkauto’s in de verte / de postbode nadert / litu tjoeoek tjoek tjoeoek / de postbode loopt voorbij / tèk tok tèk tek trrk trrr tr rr

titiwu pikwie? pikwie?

Uit: Verzamelde gedichten 1941-1981, Bert Bakker Amsterdam, 1981

warren, hanswarren.nlbron foto: hanswarren.nl

Hans Warren (1921-2001, Borssele)

De klank is in dit gedicht geïntegreerd in het ochtendlijke sfeerbeeld en ontleent aan het contrast tussen lijsters en postbode, dat los van de klanknabootsing, wordt opgeroepen, zijn expressieve waarde.

bron: De dichter is een koe – Hugo Brems, Arbeiderspers Amsterdam, 1991

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s