Bijna iedere dag muziek: Celia Cruz

Eén van de meest kenmerkende stemmen uit het latijns-amerikaanse genre: Celia Cruz (1925-2003, Havana, Cuba). Meermaals onderscheiden en gelauwerd door een aantal Amerikaanse universiteiten, vanwege haar verdiensten voor de Spaans-talige muziek. Celia zong alleen in het Spaans, haar moedertaal. Haar optredens (met o.a. met de beroemde Fania All Stars) waren aards, maar immer met een grote glimlach en met een betoverende outfit, voorzien van bijpassend schoeisel.

Geboren werd ze in Havana, Cuba, als 1 van 14 broers en zussen. Al vroeg was ze op het muzikale pad met optredens op school, in zalen en in nachtclubs. In de jaren 50, vorige eeuw, kwam ze in contact met Duke Ellington en Tito Puente, hetgeen het begin van haar internationale doorbraak was. Na in de jaren 80 een contract getekend te hebben met een sublabel van Fania, werd haar naam gevestigd als 1 van de grote zangers van latin-american. Salsa, mambo en rumba waren de genres waarin ze zich bewoog en met veel succes en aanzien. Dit genre kreeg internationaal een enorme boost door haar inzet. Zij is ook verantwoordelijk voor het feit dat deze muziek aansluiting kreeg bij nieuwe generaties.

Een reactie op de toespraak van de koning

2019-kersttoespraak-koningbron foto: koninklijkhuis.nl

Thierry zat achter het stuur en vertelde me het verhaal van een liefde; zijn vingers lagen om het stuur geklemd en zijn ogen tuurden ingespannen naar de weg, die niet veel meer dan een gevaarlijk karrespoor vol kuilen was. Zijn stem klonk heel zoet; hij zag er zelfs niet eens zo oud uit. Plotseling zei hij iets waarvan ik onder de indruk was: ‘een mens weet nooit wanneer het verdriet begint dat eeuwig bij hem blijft.’ Ik keek hem aan en zag dat er een traan over zijn wang liep.

‘Noch het verdriet, noch de blijdschap,’ reageerde ik zachtjes. ‘Een mens weet nooit iets, Thierry. Dat is zijn grote angst.’

Uit: Jij, de duisternis – Mayra Montero, Wereldbibliotheek Amsterdam, 1996

Jeugd Connie Palmen: ‘wat ik zoek, bestaat echt’

50C11937-C1BC-4E28-A879-5117D2C19A15_1_201_a

Ik woon in een dorp en ik weet niet waar ik het moet zoeken. Het enige boek dat ik bezit is een boek over Dik Trom, waar ik niks aan vind, maar dat ik koester omdat ik het van mijn grootmoeder cadeau kreeg. Zelfs Alleen op de wereld heb ik ooit van iemand geleend en weer terug moeten geven. Dat was wel wat, maar het stond evenzogoed mijlenver van me af. Met bijna alles wat ik lees heb ik dat gevoel, dat het ver van mij af staat. Zigeuners, zwervers, zwaarlijvige goedzakken en zwartoogindianen, wat moet ik daar nou mee?

Ik ben veertien en de eerste meester ontfermt zich over mij. Hij neemt boeken voor me mee, uit zijn eigen boekenkast. Waarschijnlijk denkt hij dat ik romantisch ben en hij probeert het eerst met Van Schendel en Van der Leeuw, maar ik ben niet romantisch en ik zoek iets anders. Dan geeft hij me De avonden en vanaf dat moment weet ik dat wat ik zoek ook echt bestaat.

Uit: De gevoelige plaat, Lisa Kuitert en Mirjam Rotenstreich, Nijgh & Van Ditmar Amsterdam, 1995

Connie Palmen (1955, Sint Odiliënberg)

Anton Korteweg: op verzoek

Op verzoek

Dat ik van je hou, dat wil ik dan / ook wel eens schrijven, nu je dat / zo vraagt. Want ik hou van je en / niet eens zo zelden, gezien de / vierduizend dagen en nachten.

Dat het lijkt of je nauwelijks / ouder geworden bent, dat / je soms nog ver weg kijkt als / was je verliefd, dat / je handen nog mooi zijn, verder / zou ik toch niet willen gaan.

Dat ik je wang soms zoek en niet / je mond.

Uit: Ouderen zijn het gelukkigst. En alle andere gedichten van 1971 tot nu, Meulenhoff Amsterdam, 2015

korteweg-door-trudy-kramer,literatuurmuseumAnton Korteweg geschilderd door Trudy Kramer; bron illustratie: literatuurmuseum.nl

Anton Korteweg (1944, Zevenbergen)

Bijna iedere dag muziek: Thelonius Monk

Een pianist in een nauwsluitend, drie-delig kostuum. Zwetend, met open mond spelend. Een platte hoed op. In een niet nader genoemde studio. Zijn vingers lijken kort en dik. De patserige juwelen om zijn hand die de solo speelt. De noten worden zowat gehamerd. De dynamiek laat harde en zachte noten horen. Die zachte noten worden met zwier en liefde vertolkt. Ik hoorde blues, de rivier de Mississippi stromen en zag New Orleans. Het zwart-wit filmpje concentreert zich op de piano-spelende man, die alle aandacht opeist. Maar tussendoor zien we de rest van het gezelschap. Mannen die zich moeten vermaken omdat ze even niet mee mogen doen. Even het genie met rust moeten laten. Een merkwaardig filmpje dit, met jazz-grootheid Theolonius Monk (1917-1982, Rocky Mount, USA) in de hoofdrol. Misschien zegt dit filmpje ook wel meer dan duizend woorden kunnen beschrijven. Aandachtig kijken dus en letten op elk klein, onbenullig detail. Het kan inzicht bieden in waarom Monk zo belangrijk was en is.

Komrij: de zwijgzaamheid

De zwijgzaamheid

Eer maakt men lakens wit met inkt, / Eer speelt men schaak met bezemstelen, / Eer vindt men nog een roos die stinkt, / Eer ruilt men stenen voor juwelen,

Eer breekt men ijzer met zijn handen, / Eer zal men stijgen in valleien, / Eer legt men een garnaal aan banden, / Eer leert men geiten kousen breien,

Eer plant men bomen op de weg, / Eer zal men kakken in zijn hoed, / Dan dat ik u mijn ziel blootleg / En zeg wat ik thans lijden moet.

Uit: Alle gedichten tot gisteren, Singel Amsterdam, 2004

komrij-door-theo-daamen literatuurmuseum.nlKomrij geschilderd door Theo Daamen, bron illustratie: literatuurmuseum.nl

Gerrit Komrij (1944-2012, Winterswijk)

Het contrapunt bij L.P.Boon

Van contrapunt tot liesbreuk. Het contrapunt ken ik uit de muziek van Bach. Bach was de meester van het contrapunt in de muziek (keerpunt, omkering). Auteur Anna Enquinst schreef een roman met die titel en liet Bach’s werk daarin een rol spelen. Maar ook Louis Paul Boon heeft iets met het contrapunt, zo bleek bij lezen in de kleine omnibus. Zelf had ik twee navelbreuken en 1 liesbreuk, vandaar.

Contrapunt

En op een morgen sta ik op en heb ik een klein hobbelken in mijn rechterlies, precies een ei, en ik dacht dat het een breuk was, maar mijn vader zegt dat het een klier is… dat komt van de ondervoeding zegt hij, nu met die oorlog heeft iedereen klieren van ondervoeding. En Gaston, die in Merxplas gevangen heeft gezeten, vertelt mij dat de SS – om zich te amuseren – een grote ruige hond achter de gevangenen joegen en dat hij, Gaston, moeten lopen lopen lopen had, en gevallen was, en een hobbelken in zijn lies had, een breuk. Maar dat zal wel een klier zijn zegt mijn vader, en mijn zuster ook een, en meneer Valderman ook een. En de dokter komt en zegt dat het een breuk is, een kleine, een breuksken. Godomme, zegt mijn vader, en tegen mij heeft die zelfde dokter gezegd dat het een klier is, zou het dan bij mij ook een breuk zijn?

Uit: Louis Paul Boon Kleine omnibus, Arbeiderspers Amsterdam, 1959

nu.nl, LP boonbron foto: nu.nl

Louis Paul Boon (1912-1979, Aalst, België)