Naaktheid zonder verweer: Freud, Fischl en Pearlstein

naked-woman-on-a-sofa-freud

Voor wie een eerste blik werpt op Lucian Freuds (1922-2011, Berlijn, Dld) schilderijen, ziet dat Freud het bestaan schildert in zijn naaktheid, maar ook, en vooral, in zijn intimiteit.

Freud heeft een manier van kijken ontwikkeld (en kijken is hier schilderen) waar niemand aan ontkomt, de kijker niet en de schilder zelf ook niet. Niemand, behalve nu juist degene op wie het oog gefixeerd is: de geportretteerde.

De geportretteerden zijn zonder uitzondering afgebeeld in een staat van grote passiviteit. Ze ogen willoos, gelaten, doodmoe. Ze lijken geknecht en gekleineerd en, als het om vrouwelijke naakten gaat – en dat zijn er bij Freud nogal wat – ook nog eens blootgesteld aan een ieders ‘lage lusten’. Een nadere beschouwing levert een heel andere indruk op. De personages lijken dan helemaal niet hanteerbaar en manipuleerbaar te zijn, niet beklagenswaardig en treurig, maar juist ongenaakbaar, majusteus en volstrekt autonoom. Dat kan, omdat Freud zelf hun een geheim wapen in handen heeft gegeven: een cocon van persoonlijke intimiteit.

(..)

Een indringende blik roept gemakkelijk onbehagen op bij wie er voorwerp van is. Bij Freuds portretten lijkt het wel alsof wijzelf onder de loep worden genomen, in ieder geval zouden wij onze blik het liefst zo snel mogelijk willen afwenden. Freud zit ons namelijk veel te dicht op de huid. Hij confronteert ons met de maar al te vertrouwde kommer en kwel van worstachtige vingers, onderkinnen, blauwgeaderde borsten, uitgezakte lichamen en het kwestbare geslacht. Nergens biedt hij ons een glimpje glamour om ons achter te verstoppen, niets heeft hij opgepoetst om ons tegemoet te komen, ook de omgeving niet: meubelen zijn afgeleefd, planten half verdord, het sanitair is bruin uitgeslagen en je hoort bijna het trieste klokken van aan- en afvoerpijpen. Wat hij ons laat zien, is zonder twijfel intimiteit, maar dan wel in zijn meest pijnlijke vorm: de naaktheid zonder verweer.

Uit: De passie van een vlindervanger, over Lucian Freud; uit: De blauwe gitaar, Anna Tilroe, Querido Amsterdam, 1992

Lucian Freud (1922-2011, Berlijn, Dld)

fischl, two women in a bedroom

Eric Fishl: Two women in a bedroom, 1982 (‘cynisch-realisme’)

pearlstein, two models

Philip Pearlstein: Two female models in the studio, 1967 (‘fotografisch realisme’)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s