Bijna iedere dag muziek: Sigur Ros

Met bekende elementen iets nieuws scheppen dat doet/deed de IJslandse band Sigur Ros. In hun eigen taal of iets wat daar op lijkt (het door zanger Jonsi zelf ontwikkelde Hopelandic). In ieder geval onverstaanbaar voor een ieder die de taal niet machtig is. Is dat een probleem bij deze band? Nee, zeg ik. Er is van alles te beleven in hun muziek: het is sferisch, mysterieus, melodieus, akoestisch, elektrisch en heel ampart (zou mijn kameraad zeggen). En niet onbelangrijk: de band neemt zijn tijd voor de nummers. Het is geen drie akkoorden, snel klaar (daarvoor hebben we The Ramones, ten slotte). Niet gekend, niet gevreesd: hier is de kans op kennismaking.

César Fernández Moreno: zoete tijd

Zoete tijd

hoe kan ik / zoete tijd / iets zeggen over je gaan en komen / wat voor lak laat ik stollen over je voortdurende belofte / wat voor letters sjabloneren om te tonen hoe je terugkeert

hoe kan ik almaar ouder worden door jou / hoe kan ik zeggen dat ik je aanvaard van je houd dat je / het enige voedsel bent voor mij / hoe kan ik je mijn handen reiken / wanneer de dood ons scheiden zal

Uit: Los Aeropuertes, 1967; vertaling Igma van Putte-de Windt

moreno,

César Fernández Moreno (1919-1985, Buenos Aires, Argentinië)

Proust en de verliefdheid die muziek heet

Luisteren naar muziek verloopt, in de beschrijving van Proust, in fases. Eerst is er de indruk van het geheel, van alle elementen van de muziek op hetzelfde moment. Maar dan gebeurt er zoveel dat het onmogelijk is om helderheid over de muziek te krijgen. Stap voor stap ontdekt Swann (van Du côté de chez Swann) regelmatigheden in de sonate. Hij begint ‘een ontwerp, een architectuur, een gedachte’ te horen, ‘een melodische zin die boven de geluidsgolven uitkomt’. De melodie houdt voor hem een belofte in van ‘eindeloze verrukking’ die alleen dit specifieke, unieke muziekstuk hem kan bezorgen. Proust introduceert zo twee nieuwe elementen:het voortdurend heen en weer bewegen in de tijd, tussen herinnering aan de muziek die al voorbij is en verwachting van wat nog komen gaat. En het besef van het unieke van deze speciale compositie, los van iedere abstractie. Wat Proust over muziek schrijft, heeft veel weg van verliefdheid op het eerste gezicht.

Voor even wordt Swann door de mzuiek opgetild uit zijn mondaine, hedonistische bestaan, voor een kort moment is hij weer ontvankelijk voor de ‘hooggestemde ideeën’ die hij in het dagelijks leven uitsluitend met ironie benadert. Dankzij de ‘petite phrase’ uit de sonate van een componist van wie hij nog steeds de naam niet kent, ontdekt hij plotseling weer de ‘aanwezigheid van een van die onzichtbare werkelijkheden, waaraan hij opgehouden had geloof te hechten en waar hij toch weer, alsof de muziek de geestelijke dorheid waaraan hij leed met nieuwe levenssappen had doordrenkt, het verlangen en bijna ook de kracht voelde zijn leven voor in te zetten’.

Uit: Hoe Proust je kan leren luisteren; uit: Elk boek wil muziek zijn – Peter de Bruijn, Pieter Steinz, Prometheus Asmterdam, 2006 

Marcel Proust (1871-1922, Auteuil-Neuilly-Passy, Frankrijk)

César Franck (1822-1890, Luik, België)

Wilmink: in de Vogezen

In de Vogezen

Verderop in het dal waren grote / wagens komen te staan. / Wagens om in te wonen.

De boer, zo bang als voor spoken, / had zijn luiken zorgvuldig gesloten, / was nog eens rond het huis gelopen.

Het was pikdonker: de maan was gesloten. / Dat hadden die zigeuners gedaan.

Hun kinderen, met geheimzinnige ogen, / zag je ’s morgens langs het weggetje gaan. / Je kon ze niks maken: ze hadden de maan.

Uit: Verzamelde liedjes en gedichten, Bert Bakker Amsterdam, 1986

willem-wilmink-tubantiabron foto: tubantia.nl

Willem Wilmink (1936-2003, Enschede)

Kapuscinski en de wetten van de uitsluiting

Vasiljevna StarovojtovaVasiljevna Starovojtova; bron foto: ulitza.com

Ryszard Kapuscinski (1932-2007, Pinsk, Wit-Rusland) bezocht als journalist meermalen Rusland. Niet alleen Rusland, zoals we dat anno nu kennen, maar ook de voormalige Sovjet Unie. Zijn journalistieke nieuwsgierigheid bracht hem soms in gevaarlijke situaties. Zoals in de zomer van 1990 toen hij Nagorny Karabach bezocht. Deze enclave werd betwist door Armenië, Azerbeidjzan en Rusland. In die dagen was de sfeer in de hoofdstad Stepanakert gespannen. Juist deze stad bezocht Kapuscinski als begeleider van Vasiljevna Starovojtova, professor aan de Universiteit van Petersburg en afgevaardigde van Armenië voor de Opperste Sovjet (het parlement van de Sovjet Unie). Vasiljevna Starovojtova zou in 1998 worden vermoord in haar Moskouse flat. Ze zette zich in voor liberalisering, hervorming en tolerantie en dingde mee naar het presidentschap als lid van de partij Democratisch Rusland.

Het leek erop dat Starovojtova en Kapuscinski in de val werden gelokt. Door doortatsend optreden van mensen rondom de vertegenwoordiger en hulp van lokale mensen, konden beiden ontsnappen aan een ongewis avontuur. Ondertussen kreeg de journalist wel een duidelijk beeld van de spanningen in Nagorny Karabach dankzij gesprekken met inwoners van Stepanakert en de indrukken die hij er op deed. Dat leidde tot de volgende gevolgtrekking die op elke andere situatie op onze aardkloot van toepassing is:

Drie plagen, drie epidemieën bedreigen de wereld. De eerste plaag is het nationalisme. De tweede is de plaag van het racisme. De derde is de plaag van het religieuze fundamentalisme. Die drie plagen hebben één kenmerk, één gemeenschappelijke noemer: een aggresieve, almachtige, totale irrationaliteit. Je kunt nooit doordringen tot iemand wiens geest door een van deze ziekten is getroffen. In zo’n hoofd brandt een heilig vuur dat alleen maar op brandoffers wacht. Elke poging tot een rustig gesprek zal zijn doel missen, want hij wil geen gesprek, hem gaat het om steunbetuiging. Hij wil dat je ja en amen zegt, hem gelijk geeft, je bij hem aansluit. In zijn ogen beteken je anders niets, besta je niet, omdat je alleen meetelt als werktuig, als instrument, als wapen. Hier zijn geen mensen, hier is alleen de Zaak.

Een door zo’n plaag getroffen geest is een gesloten geest, met één dimensie, één thema, die zich uitsluitend rond één punt beweegt: de vijand. De gedachte aan de vijand voedt ons, dank zij hem bestaan we. Daarom is de vijand altijd aanwezig, altijd met ons.

(..)

Ze  hebben geen last van het idee dat de wereld ingewikkeld is, of dat het lot van de mens onzeker en broos is. Ze kennen niet de onzekerheid die het stellen van vragen als ‘wat is waarheid? wat is goed? wat is rechtvaardig?’ meestal vergezelt. De gespletenheid die mensen kwelt die gewend zijn zich af te vragen: ‘Heb ik werkelijk gelijk?’ – is hun vreemd.

Hun wereld is klein: een paar dalen en bergen. Hun wereld is eenvoudig: aan de ene kant staan wij, de goeden, aan de andere zij, onze vijanden. Hun wereld wordt geregeerd door de ondubbelzinnige wet van de uitsluiting: óf zij, óf wij.

Uit: In de val; uit: Imperium, ondergang van een wereldrijk, Arbeiderspers Amsterdam, 1993; vertaling Gerard Rasch

Ryszard Kapuscinski (1932-2007, Pinsk, Wit-Rusland)

Bijna iedere dag muziek: Kubrick en Von Beethoven

‘Bij Beethoven wisselen grandeur en muzikale grappen elkaar snel af, liggen humor en pathos dicht bij elkaar.’

‘Die ongelofelijke Diabelli-variaties van Beethoven – het hele spectrum van gedachten en gevoelens, maar alle in relatie tot een belachelijk klein walsdeuntje.’

Aldus  schrijver Aldous Huxely over de muziek van Ludwig von Beethoven. Huxley probeerde de muzikaliteit van Beethoven in zijn schrijven te gebruiken. Het meest duidelijke voorbeeld is de roman Point Counter Point uit 1928.

Ook filmer Stanley Kubrick vond Beethoven goed bij zijn werk passen. Met enige regelmaat keren composities terug in zijn films. Bekendste voorbeelden: a Clockwork Orange en Barry Lyndon. Bij Kubrick ondersteunt Beethovens muziek ons gevoel als kijker bij wat we te zien krijgen. Het versterkt de emotie, niet alleen bij ons, maar ook bij de acteur. Duidelijkst is het voorbeeld (wat Beethoven betreft) in a Clockwork Orange. Hieronder een compilatie van Kubrick filmfragmenten met daaronder de 7-de symfonie van Beethoven. Kijk, luister en voel wat ik bedoel.

Vervolgens het menuet uit de Diabelli-variaties van Beethoven. Deze piano-werken componeerde Beethoven als antwoord op de vraag van de Oostenrijkse componist Anton Diabelli om variaties te maken op de wals die hij componeerde. Beethoven voldeed aan deze opdracht en deed dat in 2 delen. Deze variaties lieten zien waartoe Beethoven in staat was: breedte en diepte. Vaak worden de Diabelli-variaties vergeleken met de Goldberg-variaties van Bach.

Vladislav Chodasevitsj: vreugde en last

Het is een vreugde en een last

Het is een vreugde en een last / Een afgetakeld lijf te dragen. / Wat vroeger wild en bloeiend was / Is nu vermoeid en aangeslagen.

Het bloed gaat in een trage stroom / De moegeworden schouders zakken. / Zo neigt een volle appelboom / Onder gewicht van eigen takken.

Gij jongelieden hebt geen weet / Van tederheid en smart die maken / Dat bomen met hun bladerkleed / Eens nog de aarde willen raken.

Uit: De meisjes van Zanzibar, Plantage Leiden, 2000

chodasevitsj-berberova, indipendezia

Chodasevitsj, links op de foto, met zijn geliefde Nina Berberova; bron foto: indipendenza.nl

Vladislav Chodasevitsj (1886-1939, Moskou, Rusland)

Grunberg en de troostrijke humor van Buster Keaton

Bent u op zoek naar troost? Er bestaat geen zoetere troost dan die van de slapstick’ aldus Arnon Grunberg in 1 van zijn essays. In dat essay gaat het over Charlie Chaplin (‘genoodzaakt om geld te vinden of een vrouw’), Groucho Marx (‘lijkt op God’), maar vooral over Buster Keaton (‘ziekelijk verlegen, veel goede bedoelingen, beleefd en voorkomend’).

In bijna al zijn films speelt Buster Keaton iemand die gedwongen wordt zijn passiviteit op te geven en het geluk te slaan waar hij het maar kan raken.

(..)

Het verhaal en de karakters in de films zijn zo simpel mogelijk. Het eigenaardige is dat zijn films daardoor niet aan geloofwaardigheid inboeten, maar juist aannemelijker worden. (..) Slapstick en complexiteit verdragen elkaar slecht. Misschien is de werkelijkheid ook wel veel simpeler dan wij zouden willen. Het is alleen wat onaangenaam die onversierde werkelijkheid in het gezicht te zien.

(..)

Buster Keaton begreep het absurde net zo goed als Hamlet, maar hij maakt er komedie van.

In The Cameraman uit 1928 ontmoet fotograaf Keaton een meisje waar hij voor valt. De hele film gaat over de pogingen van Keaton om met dit meisje af te spreken. Als ze een date hebben gaan ze naar Coney Island, naar een zwembad. Het is er druk. Buster moet zijn kleedhokje delen met een dikke man. Wat volgt noemt Grunberg: ‘1 van de mooiste scenes die Keaton gedraaid heeft, en hoe dan ook, 1 van de mooiste scenes die ik ooit in de bioscoop heb gezien.’

Kafka heeft in Die Verwandlung beschreven wat voor nachtmerrie het kan zijn als je in een insect bent veranderd. Keaton is naar mijn idee subtieler. Hij laat namelijk niet iemand zien die in een insect veranderd is. Hij maakt duidelijk hoe het is wanneer iemand zich als een levensgroot insect voelt.

https://youtu.be/UWEjxkkB8Xs

Uit: Platgedrukt in een badhokje, NRC Handelsblad, 19 mei 1995

Buster Keaton (1895-1966, Piqua, USA)