Dreiging bij de familie Boslowits (Reve)

Buiten de ramen daalde een fijne motregen neer. Ik sloop naar het kamertje van Hans, bekeek het hondje en beschreef en betastte het schrijftoestel, tot ik werd geroepen om naar huis te gaan.

Onderweg vroeg ik mijn moeder: ‘Hoe oud is Otto?’ ‘Iets ouder dan jij, muis,’ antwoordde ze. ‘Denk eraan, dat je nooit bij oom Hans vraagt, hoe oud Otto is.’ Ik meende dat de regen opeens iets harder tegemoetwaaide . Zelf in gedachten, hoorde ik mijn moeder zeggen: ‘Ze zijn bang, dat als ze er zelf niet meer zijn, dat er dan niet goed voor Otto gezorgd wordt.’ Beide nededelingen gaven mij stof tot dagenlange overdenking.

(..)

Op een middag waren twee Duitsers in uniform met een auto gekomen. ‘Handen omhoog,’ had de ene gezegd bij het binnentreden van de kamer van oom Hans. ‘Man, maak geen grappen,’ had deze in het Duits geantwoord, ‘ik kan niet eens op mijn benen staan.’

Ze hadden het huis doorzocht en verklaarden toen, dat hij mee moest. Oom Hans was zich gaan verkleden en de verlamming, die geheel duidelijk werd, toen ze hem zich door het huis zagen slepen, wees hen reeds op de onzinnigheid van gevangenneming.

Toen zagen ze, hoe tante Jaane hem een fles om in te wateren, van rubber voorbond. ‘Ze vroegen of alleen ik dat kon doen,’ vertelde ze. ‘Ik zei, dat ik dat alleen kon. Toen hebben ze nog wat opgeschreven en zij ze weer weggegaan, maar leuk was het niet.’ Ze knipperde met de ogen en er gingen enkele lichte spiertrekkingen over haar gezicht.

(..)

Niet alleen mijn moeder, maar ook andere kennissen van de familie Boslowits, die ’s avonds langs kwamen, spraken met sombere verbazing over de toestand daar in huis. ‘Het is net als in een spookhuis,’ zei mijn moeder.

Geregeld ging ik ’s avonds langs en steeds was alles hetzelfde. Het aanbellen, het van het slot draaien van de binnendeur en als ik in de gang trad, was tante Jaane al weer binnen. Kwam ik in de huiskamer, dan zat voor het linkerraam van de erker tante Jaane, voor het rechter Hansje. Was ik eenmaal binnen, dan verliet tante Jaane voor een ogenblik haar post, schoot de gang in en sloot de binnendeur op het slot. Wanneer ik wegging, volgde ze me, sloot de deur achter me en als ik op straat stond, zag ik ze reeds weer, als beelden, voor het raam zitten. Ik maakte dan een wuivend gebaar, maar ze reageerden nooit.

Uit: De ondergang van de familie Boslowits – Gerard Reve, LJ Veen Amsterdam, 1950

In De ondergang van de Familie Boslowits wordt een 7-jarig jongentje geconfronteerd met de lotgevallen van een joodse familie in de oorlog.

Gerard_Reve_1969, wikipedia.orgGerard Reve in 1969; bron foto: wikipedia.org

Gerard Reve (1923-2006, Amsterdam)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s