Achterberg: dief

Dief

De kamer kraakt met kreten in het hout. / Langzame voeten schuiven langs de stoelen / en mijn gedicht verandert van bedoelen, / dat stond te rijmen op het woord vertrouwd.

Zijn vorige intenties worden oud, / want ik hoor handen op de tafel voelen. / Voor alle beelden, die tesamenspoelen, / verrijst dit ene, hard en heet en koud:

een dief in ’t donker. – Ik beweeg mij niet. / Ik moet het aan de dichtkunst overlaten, / wat er het volgend ogenblik geschiedt;

een dief alleen zal niemand kunnen baten; / gevangen in het vers kan hij geen kwaad en / is hij de schrik der schoonheid die verschiet.

Uit: Verzamelde gedichten, Querido Amsterdam, 1963

Gerrit Achterberg (1905-1962, Langbroek)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s