Günter Grass reist uit ongenoegen

uit het tekenboek van GG, India3

Grass ten tijde van zijn reis naar Calcutta, India (1986-1987); bron foto: livemint.com

In Tongen van schaamte, een reiziger in India noemt de Duitse schrijver Günter Grass zich een ‘reiziger uit ongenoegen’. En wel hierom:

Waar ik van wegvlieg: weg van herhalingen die zich als nieuws voordoen; van Duitsland en Duitsland, twee zwaarbewapende doodsvijanden die toch steeds meer op elkaar gaan lijken; van wijsheid verkregen op kleine afstand; van al mijn slechts zachtjes toegegeven radeloosheid, die meevliegt. Ook weg van het geklets, van alle plechtige verklaringen, ontsnappen aan dat enerzijds anderzijds, de psychische ditjes en datjes, het snedig narcistische spel met de ellebogen, duizenden kilometers weg van het subtiele onbenul van eens linkse, nu nog alleen maar gewiekste journalisten, en weg, weg van mijzelf als deel of als onderwerp in dat publieke bedrijf.

Doel van de reis is Calcutta, India. Grass maakt aantekeningen, leest (o.a. Thomas Mann), tekent en dicht over wat hij ervaart en beleeft. Bijvoorbeeld over die heilige koeien waarvan Grass zich maar moeilijk kan voorstellen dat ze heilig zijn. Hij dicht:

Koeien en ossen: gehoornd geduld / en het juk nog geheiligd. Godan, de koe / van een bittere Premchand (die zich in Urdu en Hindi / de smart uit het lijf); diens onbetaalbare koe, / die goedkoop per kilo alleen voor de moslim / vezelt en slapt op de banken; / daar ligt zij, herkauwt, / een rem op de tijd die steeds sneller, is zelf / tijd, die zich voortplant en kalft en kalft. / Lieflijk in dit land, / waar onaanraakbaarheid wet is, / lieflijk zijn de tongen / van koe en kalf.

(..)

Als zij gaan liggen. voor bleke luchten / in mild gebergte veranderen: de ronde / hoogste top steil tegen de hoorns omhoog / en glooiend omlaag langs de rug, / zijn zij als kudde landschap, / beminnelijk motief, totdat daar die koe op de voorgrond / vreet wat een windvlaag / rondblies: malend herkauwd de krant van gister, / met daarin verstopt (gemengde berichten) het feit / dat in Bombay x-duizend / en meer liter melk per dag / de Arabische Zee inloopt / omdat de prijzen te hoog, de koopkracht gering / hoewel gebrek overal en op affiches / grootogig kinderen dorsten… / Nu staan de koeien stil. Nu beweegt / de kudde. Het landschap / dwaalt weg.

India maakt indruk op Grass. samenvattend ziet hij dat land en zijn inwoners als volgt:

uit het tekenboek van GG, India2

Tekening uit het schetsboek van Grass dat hij bijhield tijdens zijn trip naar India

Op weg naar huis wil het o zo vertrouwde traject nog één keer onze aandacht vangen: tussen huizenblokken een vuilnisbelt in carré, overstelpt met zoekende kinderen. Verder, de spoorburg over: links rechts naast de dijk liggen slums, vandaag in zondagse stemming. Wasgoed boven de hutten, publiekelijk tanden poetsen, gebabbel van mensen hurkend op buizen die over de brug heen leiden. Zelfs nog het kleinste stukje ruimte bedekt met drogende kokosvezels. Dan tussen reuk en stank de driehoek om nooit te vergeten: links, in de afgesloten Chinezenwijk leerfabrieken, rechts het ‘Calcutta Boating Resort’, een ontspanningsoord met waterfietsen op het meer en een gastvrij houten terras, getooid met bonte parasols, wimpels, reclame voor Campa Cola. En grenzend aan hetzelde water: twaalf vuren van de wasserij, waarop ketels staan waar lompen in worden uitgekookt, elk floddertje stof dat het afval prijsgeeft. En meteen na het meer begint Dhapa: aanvankelijk vlakke, want geëgaliseerde, maar daarachter vers gestorte afvalbergen, nu eens rond, dan weer een steile helling, doorsneden met diepe kloven, gieren, kraaien erboven, en mensen erin die geen zondag kennen. Niet zo de links gelegen fabriekjes, waar deze dag geen zwarte, wervelend rook uitkomt. Rechts, op een kaal stuk land, het sportstadion, nieuwbouwwijken, slums ernaast, ervoor watertorens, kokospalmen, die voor reclame zo hoog als een huis (voor wasmachines, koelkasten, tv-meubels) een nietige indruk maken. Daarna betonnen buizen, bewoond, tussen weelderig groen een open riool en – vlak voor de peperfabriek, als Lake Town niet ver meer is – nog deze beelden: twee liggende koeien, schijnbaar diep in gesprek. Kinderen die op het dak van slumhutten hun vliegers oplaten. Alsof zij op weg is naar de markt draagt Kali als vracht op het hoofd een mand vol versgeplukte kokosnoten.

Uit: Tongen van schaamte – Günter Grass, Meulenhoff, 1989; vertaald door Peter Kaaij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s