Morselli’s Dissipatio H.G: verdampt dit boek?

morselli-and-his-automobile, fredrikarandall.wordpress.com

bron foto: frederikarandall.wordpress.com

In de nacht van 1 op 2 juni verdampt de menselijke soort. Hoofdpersoon H.G. komt 2 juni van zijn berg en landt vervolgens in een wereld waarin geen mens meer te vinden is. Wat te doen en hoe is het zo gekomen? Daarover gaat Dissipatio H.G. Een vreemd en wanhopig boek.

Vreemd omdat je deelgenoot bent van iets dat niet bestaat. De hoofdpersoon legt zijn gedachten en redeneringen voor aan mij lezer, terwijl ik verdampt ben in zijn optiek. Maar dat is verbeelding! Ja, maar een zinloze. Je schrijft dit soort dingen op in de verwachting dat iemand er kennis van kan nemen.

Een wanhopig boek omdat de conclusie is: zonder medemensen is een leven zinloos. Goethe: ‘De weg naar jezelf leidt via de anderen.’ Het boek probeert vooral veel filosofische inzichten te brengen. Maar ook die zijn zinloos als de ander verdampt is. Guido Morselli schreef dit boek en pleegde daarna zelfmoord. Dat is ook wat vooral blijft hangen na lezing: een uitzichtloze toestand, die wereld waarin er niemand meer naar je omkijkt. Het is niemand gegund. Dit boek mag verdampen.

Als ik dood was, zou er maar één plek zijn waar ik graag begraven zou willen worden: bij de familie Ross. De armtierige en eenzame heide en jeneverbessen voeden die mij als jongen en ook daarna liefdevol hebben ontvangen. Het gebeurde me een keer dat ik er, wie weet waarom, met Giovanni over praatte. Nu, wie weet waarom, komt dat gesprek terug, vanuit de verte licht het op in mijn herinnering.

Giovanni had bij zichzelf besloten mij voor ‘een beetje vreemd’ aan te zien, maar toch schudde hij zijn hoofd.

– Je laten begraven in de bergen, midden tussen die stenen. Dat kan niet, u bent toch zeker geen hond. Verboden volgens de voorschriften.

-Je kunt zien dat je bij de marechausse bent geweest, Giovanni. Levenden of doden: de voorschriften worden gerespecteerd.

Fredrica (vanuit het raam van mijn chalet) -Niet toegeven. Het kan best, als u dat echt wilt. En het is zo gebeurd.

Ik – Nou, of het zo gauw gebeurd is garandeer ik jullie niet.

Zij (voortvarend) -Over honderd jaar zijn mijn man en ik er niet meer om u te helpen. Als u het graag zo wilt, probeer dan voor ons te gaan. Hoeveel weegt u, meneer?

Ik – Meer dan tachtig.

Zij – We leggen op het juiste moment twee zakken zand van veertig kilo in de kist. En die sturen we rustig naar het dorp. U dragen we op de muilezel naar boven, we graven een mooi gat op de plek die u ons hebt aangewezen, en niemand heeft iets in de gaten.

Die vrouw maakte geen omhaal. Ik koester niet de illusie dat ik op een of andere manier haar toewijding verdiend had, maar ze meende het. Als ik eraan terugdenk word ik overvallen door heimwee naar haar, naar die tijd, naar mijn vegeteren samen met hen, op m’n gemak, veilig. Vriendelijk. Giovanni moet die dag een zeker medelijden met me gevoeld hebben:

-Waarom wil u aan doodgaan denken. U bent nog vrij jong. En bent u niet blij met de zon die we vandaag hebben?

Het was een helderblauwe dag, herinner ik me, ook al werd die voor ons drieën omsloten door de groen-zwarte cirkel van de sparren, waarin de schittering van de gletsjers van de Karessa nauwelijks doordrong; die noordelijke helling die ze in Widmad de Himalajawand noemden. Maar Giovanni had een te hoge pet van me op. Ik dacht niet aan sterven. Ik ‘maakte mezelf tot uitzondering’, ook toen al.

Uit: Dissipatio H.G. De verdamping van de menselijke soort, Wereldbibliotheek Amsterdam, 1990

Guido Morselli (1912-1973, Bologna, Italië)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s