De vadsige koningen van Hugo Raes

raes, hugo; trouw.nlbron foto: trouw.nl

Kent u (en ik) het werk van Hugo Raes? Toch was Raes lang één van de grote drie in het Vlaamse taalgebied, naast Hugo Claus en Louis Paul Boon. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw was Raes een belangrijke literaire stem in de lage landen. Zijn romans waren vernieuwend, zijn verhalen fris. Raes begaf zich graag op onbekend terrein, zocht de grenzen op, was baldadig. Of het nu om science fiction ging of erotiek. Zijn bekendheid dankte hij aan romans waarin fragmentarische gedachtenspinsels, herinneringen en troebele teksten een plek kregen. Dat deed hij in boeken met titels als: De vadsige koningen, Bankroet van een charmeur en Het smarán. Tot zijn vriendenkring behoorden: Jerzy Kosinski, Anaïs Nin en Günter Grass.

Ter introductie (wellicht) een citaat uit De vadsige koningen. Een roman met een autobiografische inslag.

Ik licht me moeizaam uit bed. Ik forceer een liedje. Indrukwekkend moeilijk, onmogelijke inspanning. Ik zie mijn gelaat in de spiegel. Ik heb twee grijze haren. Er zijn er meer, zei mijn broer, toen ik ze hem wou tonen. Schok. Dat wist ik niet. Waar? Meer naar achter, aan dezelfde kant, zegt hij. Hoe oud ben je nu? Dertig, zeg ik. Hm, dan sta je er goed voor, slechts zoveel grijze haren op jouw leeftijd, ik dacht dat het veel erger zou zijn, zegt hij. Misschien gaan die eerste grijze haren wel allure geven. Zoek een andere gedachtegang, denk ik, terwijl ik me aan tafel zet. Denk bijvoorbeeld aan de chef van de vertaaldienst op het ministerie. Straks alweer de vreugde van hem en de werkmakkers te zien, een hele dag in elkaars gezelschap te blijven. Och nee, verrassing: vandaag niet, vrije dag. Goed begin van de morgen, zeg ik: een haar in mijn boterham. We bestuderen ze nauwkeurig. Het is een grijze, stel ik vast, ze zit erin gebakken. Mijn tante vond wel eens een sigarettenpeukje in een brood. Dat jij altijd zoiets hebt, zegt Deborah. Ik geloof dat je er opzettelijk naar zoekt. Nee, maar ik zie goed, antwoord ik. Van dichtbij toch, myope. Maar veraf zie ik steeds minder. Dit is geen ziekte, zegt de geleerde, maar een misvorming, een vervorming: uit hoofde van zijn beroep ziet men steeds naar dichtbije zaken, folio’s, kwarto’s, pennen, schrijfmachines, tafel, diensthoofd. Gevolg: ver zien verleert men.

Uit: De vadsige koningen, Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1998

Hugo Raes (1929-2013, Antwerpen, België)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s