S.Dresden en de toverachtige bekoring van de biografie

dresden, s; literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

S. Dresden (1914-2002, Amsterdam) was hoogleraar (wetenschapper) in Leiden. Hij doceerde Frans en later vergelijkende literatuurwetenschap. De man werd bekend vanwege zijn essays.

Ik las Het vreemde vermaak dat lezen heet waarin hij ingaat op de rol van de lezer in de literatuur. De volgende citaten komen uit het hoofdstuk waarin hij de biografie en de lezer daarvan behandelt.

Het is onmogelijk dat de biograaf aan zingeving ontkomten het is in het geheel niet zeker dat het beschreven leven zin heeft (gehad). Er is dan ook meermalen volgehouden dat geen biografie mogelijk moet worden geacht waarin niet een uitgesproken of onuitgesproken levensfilosofie van de biograaf meeklinkt. Verreweg de meesten kunnen er bijvoorbeeld niet mee volstaan de rol van het toeval in elk leven zomaar te introduceren, zij maken van elke toevalligheid al spoedig een soort uitdrukking van lotsbestemming. Behalve eventuele wijsgerige opvattingen hieromtrent is er naar mijn mening nog iets anders aan de hand: het is de biograaf literair-technisch bezien niet gegeven anders te werk te gaan. Hij moet niet alleen orde scheppen in de ontzaglijke hoeveelheid gegevens, hij moet een leven beeldend uitvoeren. Daarbij is het maar de vraag of het leven zelf al een partituur is. De vergelijking die ik eerder maakte zou, zoals dikwijls met vergelijkingen gebeurt, in dat opzicht wel eens mank kunnen gaan. In ieder geval is het zeker dat de biografie een overzichtelijk, geordend geheel wil bereiken, een geheel waarin een bepaald patroon of duidelijke structuur naar voren komt. Het gevolg is dat de lezer op zijn beurt een beschrijving tot zich neemt waaruit blijkt dat een leven niet voor niets is geleefd, dat er zin bestaat ondanks de schijn van het tegendeel. Hij moge dan misschien in een val gelopen zijn, hij vindt er rust en genoegen in en verzoent zich gemakkelijk ermee.

Niet alleen verzoent hij zich, hij beleeft een voortdurend en elke keer opnieuw groot genoegen in deze lectuur. Hij eist en ondergaat de charme die de levensbeschrijving eigen is en blijft met de sterkste betekenis die het woord kent betoverd. Betoverd door een uitzonderlijke en krachtige dubbelzinnigheid die zich voordoet als structurele beschrijving en als werkelijkheid. Hij leest niets anders dan woorden, hij heeft te maken met figuren die net zo goed romanpersonages zouden kunnen zijn en dus onwerkelijk, maar anderzijds verkeert hij terecht in de onwankelbare en ook onbetwistbare zekerheid dat al die woorden, dat gehele patroon, verwijzen naar en uitdrukking zijn van werkelijkheid. Zodra hij ervan overtuigd kan raken dat het beschreven leven wel degelijk zinvol is geweest, zal hij niet aarzelen vast te stellen dat het leven zelf zich ook zo voordoet. Daar ligt de valstrik, daar ligt ook het genoegen en zelfs de wellust die toverachtige bekoring biedt.

Uit: Het vreemde vermaak dat lezen heet, keuze uit de essays, Meulenhoff Amsterdam, 1997

S. Dresden (1914-2002, Amsterdam)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s