Enzensberger: identificatieprocedure

Identificatieprocedure

Dat is Dante niet. / Dat is een foto van Dante. / Dat is een film waarin een acteur optreedt, die doet alsof hij Dante is. / Dat is een film waarin Dante Dante speelt. / Dat is een man die van Dante droomt. / Dat is een man die Dante heet, maar Dante niet is. / Dat is een man die Dante naäapt. / Dat is een man die zich voor Dante uitgeeft. / Dat is een man die droomt dat hij Dante is. / Dat is een man die als twee druppels water op Dante lijkt. / Dat is een wassen beeld van Dante. / Dat is een ondergeschoven kind, een tweeling, een dubbelganger. / Dat is een man die zich voor Dante houdt. / Dat is een man wie allen, behalve Dante zelf, voor Dante houden. / Dat is een man wie allen voor Dante houden, alleen hijzelf niet. / Dat is een man wie niemand voor Dante houdt, behalve Dante. / Dat is Dante.

Uit: Der Untergang der Titanic – Hans Magnus Enzensberger; vertaling Peter Nijmeijer

enzensberger, hans magnus; fr.debron foto: fr.de

Hans Magnus Enzensberger (1929, Kaufbeuren, Dld)

Favoriet personage Carel Peeters: Holden Herzog

Twee in een. Holden Herzog. Wie? Juist, Holden Caulfield uit The catcher in the rye (J.D.Salinger) en Mozes Herzog uit de gelijknamige roman Herzog van Saul Bellow. We hebben het over de favoriete personages van criticus Carel Peeters.

holden herzog

‘Waar ik werkelijk kapot van ben is een boekje dat je doet wensen, nadat je het uit hebt, dat de auteur die het geschreven heeft, een enorme vriend van je was en je hem kon telefoneren als je daar zin in had.’ Dit zegt Holden Caulfield in The catcher in the rye van J.D. Salinger. Het is niet dat ik Holden Caulfield zou willen opbellen of zo, maar ik zou hem wel eens van een afstand, ongemerkt, in het echt willen bekijken. Gadeslaan. Bespieden. Deze aandrift is heel bewerkelijk; het komt er immers in de dagelijkse praktijk op neer dat ik voortdurend zit te kijken of iemand niet iets van Holden Caulfield heeft.

(..)

holden herzog2

Mozes Herzog, de hoofdpersoon van de roman Herzog van Saul Bellow, is een vijfentwintig jaar oudere Caulfield: ‘Geboren worden is erg gewaagd’, ‘Lees maar een krant, als je dat kunt verdragen’, ‘Ik probeer er goed en netjes uit te zien, maar mijn gezicht staat stijf van verveling, mijn fantasie morst soep en jus op iedereen.’ Herzog heeft in de loop van die vijfentwinig jaar op zijn hardst aan het echte leven meegedaan. Hij wist waar hij de beste schrijvers en denkers kon vinden. Maar hij moest gaan begrijpen dat ‘de kracht van de moraal van de mens of van zijn geestelijke mogelijkheden wordt afgemeten aan zijn gewone leven’. In Herzog, die lijdt onder zijn intellectuele én emotionele begaafdheid, komen de zenuwen van een beschaving samen. En toch bereikt hij aan het einde van het boek het hoogste: hij is ‘much better at ambiguities’ geworden.

Uit: Het favoriete personage – samengesteld door Carel Peeters en Doeschka Meijsing, Raamgracht Amsterdam, 1983

Bloem: Koning Cophetua en het bedelmeisje (einde)

Koning Cophetua en het bedelmeisje

(laatste strofe)

In mist en morgenkilte / Sloop ik het zijpoortje uit. / Er woei een frisse zilte / Er werd een vogel luid, / Er lag een wijde zegen / Van vrijheid langs de wegen. / Ik ging de winden tegen / Als een verwachte bruid.

Uit: Het favoriete personage samenstelling Carel Peeters en Doeschka Meijsing, Raamgracht Amsterdam, 1983

Bloem, jc; literatuurmuseum.nlbron foto: literatuurmuseum.nl

J.C. Bloem (1887-1966, Oudshoorn)

Roos op ruïne: natuur in mensenwerk

Piranesi (1720-1778, Mogliano Veneto, Italia) liet zich bij het tekenen van kerkers inspireren door ruïnes.

Ruïnes: zij zijn op hun wijze een geheel in beweging, een wording die is na te gaan, een samenspel van mensenwerk en natuur, dat niet alleen zijn eigen bekoring bezit, waarvoor de 18-de eeuwers zo gevoelig waren, maar zelfs zijn eigen orde in chaos. Deze orde is van een aard die ons dwingt andere categorieën te gebruiken dan wij gewend zijn. Géén sprake van natuur tegenover kunst, maar alleen van natuur in mensenwerk. De roos bloeit niet op de ruïne, maar is er deel van, behoort ertoe en maakt, om het zo te zeggen, deel uit van de structuur.


Uit: Rozen op ruïnes; uit: Het vreemde vermaak dat lezen heet – S. Dresden, Meulenhoff Amsterdam, 1997

De ruïnes van Pompeii
Schilderijen van Monsu Desiderio, die zich ook liet inspireren door ruïnes. Deze schilder was lange tijd een raadsel voor onderzoekers. Uiteindelijk was de conclusie dat achter die naam zich drie schilders verborgen: François de Nomé, Didier Barra en nog een onbekende grootheid. De Nomé was de belangrijkste. Bekend werd na onderzoek ook dat de figuren op de doeken werden geschilderd door onder andere Belisario Corenzio en Jacob van Swanenburgh, de latere meester van Rembrandt.

O’Grady & Pyke: Ierland zoals het voelt

pyke, steve; read the sky

Betekenisvolle voorwerpen gefotografeerd in meer dan vijfitg tinten grijs. foto: Steve Pyke

Een bijzondere ervaring: kippenvel krijgen van een boek dat je leest. Het is ook niet zomaar een boek. Het gaat om Ik kon de wolken lezen van Timothy O’Grady & Steve Pyke. Een boek dat door John Berger in het voorwoord bejubelt wordt door dat het speelt met de stilte, de kunst die leep te verdelen, te verbergen, zodat men er al luisterend door wordt verrast en verblijd. En in een verhaal, wat betekent de stilte daar? Het ongezegde, toch?

Berger maakt onderscheid tussen het ongezegde en het onzegbare. “Voor het onzegbare staan we alleen. En daarom, denk ik, worden er verhalen verteld. Alle verhalen zijn wegen die eindigen bij een rotswand. Soms rijst die voor ons op, soms zinkt hij in de diepte, loodrecht voor onze voeten. Maar als een verhaal je naar het onzegbare voert, ben je in gezelschap. Dit en dat alleen is de troost.’

Het is Ierland zoals het voelt. Er is veel aandacht voor de zintuiglijke waarneming. Kijken, ruiken, horen, luisteren; alles staat op scherp bij O’Grady. In korte staccato zinnen worden we deelgenoot van waarnemingen, ervaringen en meningen. Wat kan die man vertellen! O’Grady bewijst dat Ieren leven bij de gratie van verhalen, muziek, doorzettinsgvermogen, gemeensschapszin en worstelen met de omstandigheden.  Wat het boek nog specialer maakt zijn de indrukwekkende zwart-wit foto’s van Steve Pyke. Hij maakte portretten en landschapsfoto’s; fotografeerde voorwerpen met een bijzondere lading en dat alles in meer dan 50 tinten grijs. Tekst en beeld vullen elkaar aan, voegen waarde toe. Dit alles is wat een boek boven alles uittilt. Ik kan nu ook wolken lezen….

Ik zie mijn vader door het raam zijn fiets tegen de muur zetten. Hij heeft last van zijn ene voet sinds zijn val bij het aardappelrooien in Lincolnshire. Hij heeft een stok om mee te lopen. Hij heeft de rechter trapper van de fiets losgezet, zodat die stil blijft staan als hij links trapt. Hij zegt de laatste tijd dat hij oud wordt en dan lacht hij, maar hij heeft zijn fiets de twintig kilometer helemaal naar Ballyconnor en weer terug getrapt op deze ochtend van Sint Steven. Sterke kerel. Hij kon een roeiriem door de balken van het plafond haken en zich er met elk van zijn armen tien keer bovenuit trekken. Als die voet in april, als hij weer naar Lincolnshire moet, niet genezen is, komt er volgend jaar geen geld in huis.

Uit: Ik kon de wolken lezen, Arbeiderspers Amsterdam, 2000; vertaling René Kurpershoek

o'grady, tim; arkint.org

bron foto: arkint.org

Timothy O’Grady (1951, Chicago, USA)

Bijna iedere dag muziek: Kate Bush en William Byrd

Ik zit in mijn puberteit. Het is winter want de dagen zijn kort. S’ochtends is het donker en ik moet naar school op de fiets. Weer en wind trotserend, beladen met een boekentas vol aankomende wijsheid. Het bed, de warme dekens fungeren als de geborgen moederschoot. Wie wil daar nu uit? Ik niet, ik rek tijd. De radio aan. Is het Henk Stipriaan? In ieder geval de man die Neil Sedaka vaak draait en Helen Shapiro (Walking back to happiness). Maar ook de man die Kate Bush (1958, London, UK) een kans geeft. Ik hoor voor het eerst Cloudbursting en de liefde voor Kate begint. Kate die een periode intensief een deel van mijn leven uitmaakt. Ik herinner me Army Lovers. Kate verdwijnt zoals ze gekomen is: als donderslag bij heldere hemel. Huisje, boompje, beestje? In 2006 verschijnt een nieuw teken van leven: Aerial. Daarop Bertie.

Haar hoge stem wordt in dat nummer begeleid door een luit en vanaf de eerste noot wanen we ons in de Gouden Eeuw. We zien de tovenares met haar donkerrode haar en ovale gezicht bij het venster staan, als in een schilderij van Vermeer. Op de donkere achtergrond ontwaren we een klavecimbel. Het zonlicht valt op het blauwe gewaad van de jonge moeder. Ze kijkt omlaag, naar haar zoontje dat buiten speelt en zingt hem toe: ‘You bring me so much joy’. Kate Bush is een door en door Britse vrouw. Ook haar songs laten daar geen twijfel over bestaan, ze lijken regelrecht afkomstig uit de muzikale juwelenkist van drie grootheden uit de 16-de en 17-de eeuw: William Byrd, Thomas Morley en John Dowland.

William Byrd (1543-1623, Lincoln, UK) was vanuit religieus oogpunt helemaal een schavuit. Hij had lak aan de wet die iedereen opdroeg de Anglicaanse dient bij te wonen, schreef aan de lopende band muziek voor de katholieke onderwereld en ontkwam slechts aan het schavot door heimelijke steun uit koninklijke kring. Een netwerker avant la lettre die ervoor zorgde dat hij voortdurend belangrijke mensen in zijn omgeving had als pionnen in een schaakspel. Belangrijke types uit de sfeer van Elizabeth zorgden voor introducties in adellijke kring. Ze verspreidden zijn composities en wierpen een dam op tegen roddel en achterklap van jaloerse collega’s. Hij gaf les aan talentloze dochters van de hogere adel waarmee hij zich verzekerde van een behoorlijk inkomen. De graaf van Worcester was zijn belangrijkste beschermheer. Byrd was ook in muzikaal opzicht een stoute man. Hij experimenteerde met nieuwe compositievormen, schreef klavierwerken die als basis dienden voor het oeuvre van zijn beroemde leerlingen Thomas Tomkey en vooral Thomas Morley.

Fragmenten uit: De oude juwelen van Bush, Byrd en Dowland; uit: Het geluid van wolken-Paul Witteman, Balans Amsterdam, 2007

E.L. Doctorow: schrijver droomt van zijn overleden vader

doctorow, el; parool.nlbron foto: parool.nl

De schrijver in de familie is een kort verhaal van de New Yorkse schrijver E.L. Doctorow (1931-2015). De situatie: de vader van de ik-figuur overlijdt voordat zijn 90-jarige moeder sterft. De gezinsleden van de moeder willen het haar niet vertellen omdat de schok te groot zou zijn. De tantes vragen de ik-figuur of hij brieven wil schrijven die zogenaamd van zijn vader komen. De ik-figuur fantaseert dat ze verhuisd zijn naar de woestijn in Arizona en dat het hun daar voor de wind gaat. Zijn vader is eindelijk succesvol en geslaagd.

Ergens in die tijd begon ik van mijn vader te dromen. Niet de robuuste vader van mijn kindertijd, de knappe man met zijn gezonde roze huid en bruine ogen en een snor en zijn dunner wordende haar met een scheiding in het midden. Mijn dode vader. We brachten hem naar huis uit het ziekenhuis. Het was duidelijk dat hij was teruggekomen uit de dood. Dat was verbazingwekkend en verheugend. Aan de andere kant was hij vreselijk geheimzinnig beschadigd, of beter gezegd aangetast en onrein. Hij was erg vergeeld en verzwakt door zijn dood, en het was volstrekt niet zeker dat hij niet al gauw weer zou sterven. Hij leek zich daarvan bewust te zijn en zijn hele persoonlijkheid was veranderd. Hij was kwaad en kortaangebonden tegen ons allemaal. We probeerden hem op de een of andere manier te helpen, we worstelden om hem thuis te krijgen, maar iets hield ons tegen, iets dat we moesten herstellen, een versleten koffer die was opengesprongen, iets mechanisch: hij had een auto maar die wilde niet starten; of de auto was van hout; of zijn kleren, die hem te groot waren geworden, waren tussen de deur geraakt. In één van de versies zat hij helemaal in verband en toen we hem uit zijn rolstoel in een taxi probeerden te tillen begon het verband af te rollen en het kwam tussen de spaken van de rolstoel. Dit leek op de een of andere manier onredelijk van zijn kant. Mijn moeder keek treurig toe en probeerde hem tot medewerking te bewegen.

Uit: De schrijver in de familie; uit: Het leven der dichters, Harmonie Amsterdam, 1985; vertaling Willem van Toorn

E.L. Doctorow (1931-2015, New York, USA)

 

Annemarie Estor: opnieuw begrepen

Opnieuw begrepen

Uit de bezwete dekens,/ extra wol uit de kast getrokken, / over ons heen, de verdraaide kapok.

Platgeslagen dons, ontstekende gedachten, / het slijm in onze neus, vuisten onder kussens, / de opgesomde pijn, wanbegrip opnieuw begrepen.

Zo ben je uit de kamer weggegaan, te veel dekens, te veel zout.

Opeens een telefoontje: zon, zo mooi in Kalmthout, / op twijgen laagjes sneeuw, breekbaar als het korstje zout / tussen je wenkbrauw en je wimpers.

Ik ben je vrouw, je winters.

Uit: Vuurdoorn me. Gedichten, Wereldbibliotheek Amsterdam 2010

estor, annemarie; standaard.bebron foto: standaard.be

Annemarie Estor (1973, NL)

Svevo: Wagners Walküre hielp niet

walküre, wagner; operaballet.nlBeeld uit Die Walküre van Wagner, uitgevoerd door het Nationale Opera & Ballet. bron foto: operaballet.nl

Italo Svevo verhaalt in Een man wordt ouder over een schrijver in spé die zich laat ringeloren door de volkse vrouw Angiolina, die hij idealiseert. De hoofdpersoon, Emilio, woont samen met zijn zuster Amalia. Amalia ontwikkelt tijdens het verhaal diepe liefdesgevoelens voor Emilio’s vriend Balli. Beide liefdes worden niet op passende wijze beantwoord. Om afleiding te zoeken na zoveel liefdesverdriet, besluiten broer en zus naar een voorstelling van Wagners Walküre te gaan. En dan:

Emilio kende de geschiedenis van die klanken precies, maar hij wist er niet zo’n innig contact mee te krijgen als Amalia. Hij geloofde dat zijn liefde en zijn smart zich weldra zouden transformeren tot de gedachtewereld van het genie. Nee. Voor hem waren het helden en goden die zich over het toneel bewogen, en zij sleepten hem mee, ver van de wereld waarin hij had geleden. In de pauzes tussen de bedrijven zocht hij vergeefs in zijn herinnering naar een gevoel dat een dergelijke transformatie waardig was geweest. Zou de kunst hem soms genezen?

Toen hij na de voorstelling het theater verliet, was hij zo bezield door die hoop dat hij niet zag dat zijn zuster nog meer teneergeslagen was dan gewoonlijk. Hij zoog met volle teugen de koude nachtlucht in en verklaarde dat deze avond hem bijzonder veel goed had gedaan. Maar terwijl hij met zijn gewone breedsprakerigheid de wonderlijke rust beschreef die over hem was gekomen, steeg in zijn hart een grote droefheid op. De kunst had hem slechst een kort moment van vrede geschonken en ze zou hem deze niet weer kunnen geven, want bepaalde fragmenten van de muziek die in zijn geheugen waren blijven hangen, pasten wonderwel bij bepaalde gevoelens die in hem leefden, al was het maar het medelijden met zichzelf, met Angiolina en met Amalia.

In deze staat van opwinding zou hij zichzelf graag hebben afgeleid door Amalia nieuwe confidenties te ontlokken. Het gesprek van de vorige avond bleek vergeefs te zijn geweest. Amalia bleef in stilte lijden en wilde zelfs niet toegeven dat zij hem ook maar iets had laten merken. Hun beider leed, zo gelijk van oorsprong, had hen niet nader tot elkaar gebracht.

Uit: Een man wordt ouder – Italo Svevo, Atheneum, Polak & Van Gennep Amsterdam, 1980

Italo Svevo aka Ettore Schmitz (1861-1928, Triëst, Italia)