Franz Fühmann en de persoonlijke verantwoordelijkheid in oorlogstijd

fuhmann, franz; welt.debron foto: welt.de

Schrijver Franz Fühmann (1922-1984, Tsjechië) was overtuigd nationaal-socialist, diende in het Duitse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd krijgsgevangen gemaakt door de Russen en eindigde als socialist. Na de oorlog vestigde hij zich in Oost-Berlijn en ging schrijven. In dat schrijven ging het veel en vaak over de periode van Nazi-Duitsland en de eigen verantwoordelijkheid in die tijd.

Ik las de verhalenbundel De katachtige wilden wij verbranden. In het verhaal Kameraden gaat het over drie jonge nazi’s in opleiding, die gehard en gestaald worden om tenslotte ten strijde te trekken (tegen de Russen). De drie blinken uit in hun schietvaardigheid en ontvangen daardoor voorrechten. Tijdens een verdiend verlof schieten ze per ongeluk de dochter van de majoor dood. Wat volgt is de persoonlijke worsteling die één van de drie heeft met dit voldongen feit. We leren meer over hoe dat nationaal-socialisme werkte: ijzeren discipline, drilzucht, hardheid, afschuiven van verantwoordelijkheid, scheppen van een vijandbeeld, ontmenselijken van de vijand, groepsdruk enz enz.

Kameraden is een leerzaam voorbeeld van hoe de mechanismen van het nationaal-socialisme werkten. In de paniek rondom de niet-bedoelde dood van een jong en voorbeeldig meisje stapelen allerlei morele kwesties zich op: bekennen-ontkennen; verraad plegen-steun door dik en dun; individueel belang-groepsbelang; vriend-vijand; vluchten-vechten. In dit korte verhaal een passage waarin de worstelende hoofdpersoon zich afvraagt of het niet beter zou zijn over te lopen naar de Russen (=de vijand).

Hij herinnerde zich een boek te hebben gelezen van een zekere Albrecht, die een hoge piet, een commissaris, bij de sovjets was geweest, daarna een zekere Trotzki was gevolgd en die, nadat hij ten slotte naar Duitsland was gegaan, verklaard had dat het ware socoialisme alleen bij de SS en de Gestapo te vinden was. Deze Albrecht had geschreven dat juist moordenaars alle kansen hadden bij de sovjets vooruit te komen. Karl dacht: wat zou er gebeuren als hij nu heenging en zei dat hij een moordenaar was en de dochter van de majoor had doodgeschoten, uit moordlust, uit opstandigheid, en dat hij alleen maar gedaan had alsof hij op de struik en de reiger had gemikt? Ze zouden hem zeker nemen, waarom ook niet? En hij dacht dat het eigenlijk helemaal niet zo vreselijk kon zijn bij de bolsjewieken. De vrouwen waren gemeenschappelijk bezit; wat was daar nou zo erg aan, voor een flinke kerel als hij was? Er werd gezegd dat men daar met de zweep regeerde, maar dat was hij ten slotte gewend, en waarom zou hij ook daar niet tot degenen behoren die de zweep hanteerden? Hij had er toch aanleg voor! Hij zag nu dat de gedachte die zo ineens door zijn hoofd was geschoten, en die hij aanvankelijk als een waanidee had beschouwd, eigenlijk helemaal niet zo krankzinnig was. Maa toen bedacht hij hoe hij daar moest komen en hij bedacht dat er nu oorlog was en dat men hem als hij overliep vast en zeker in Rusland zou vinden, want dat ze Rusland zouden verslaan, dat stond voor hem vast. Hij had de oorlog toegejuicht, maar nu vervloekte hij hem bijna. Waar moet ik nou heen, dacht hij.

Uit: Kameraden; uit: De katachtige wilden we verbranden, Wereldbibliotheek Amsterdam, 1985

Franz Fühmann (1922-1984, Rokytnice, Tsjechië)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s