Tom Lanoye beschrijft smartelijke broederliefde

Schrijver Tom Lanoye (1958, Sint-Niklaas, Be) verhaalt in Oh land der blinden over een broer Guy. Guy is ouder en het grote voorbeeld voor de brildragende verteller van het verhaal. In alles is Guy geslaagd.

Van grote broer Guy leerde de verhaler zwemmen. Daarin blonk Guy uit:

Bij het keerpunt lag mijn broer een lengte achter op zijn tegenstrever. Toen begon opeens de hele tribune zijn naam te scanderen. Guy, Guy, Guy. Het galmde hoog op tot tegen het gladde plafond van het zwembad, en kaatste als versterkt terug tegen de grote ruiten en tegen de lichtblauwe tegeltjes waarmee de vloeren en wanden van het zwembad zijn bezet. Langzaam schoof mijn broer voorbij zijn concurrent. Hij won nipt. Iedereen op de tribune sprong juichend overeind. Ik gloeide van trots.

Op enig moment in het korte verhaal haalt de ik-figuur een bijzondere herinnering op. Een herinnering aan een bijna dood-ervaring en een reddingsoperatie waarbij broer Guy is betrokken. De ik-figuur valt in het water en kan niet meer vanuit zichzelf naar boven komen. Guy redt hem van de verdrinkingsdood.

Een uur later huilde ik nog, hartverscheurend. Nu pas weet ik waarom. Ik begreep dat er een dag komt waarop we verliezen. Als ik verdronken was, had ik mijn broer daar en dan verloren. Voorlopig schrijnde mijn wang nog van de slag die hij me gegeven had; ik was er dankbaar voor als voor een streling. Maar ik wist vanaf toen dat ik hem verliezen kón, en hij mij, en dat verbondenheid een illusie is.

En dan gebeurt het onvermijdelijke: Guy komt om bij een eenzijdig verkeersongeval. Terwijl de rest van het gezin naar de plek des onheils gaat, moet de ik-figuur thuis blijven. Hij heeft dan al besloten zijn dode broer niet te willen zien in de kist.

Lang heeft de verteller nodig om het ongeluk te verwerken. Er zijn dromen, verhalen die neergepend zijn. Verhalen waarin, de jonge, de hedendaagse en toekomstige verteller elkaar ontmoeten en verslag doen van hun gemoedstoestand.

En ik sta in de lichtcirkel met m’n drieën voor de microfoon, en ik zing, door de opnieuw invallende band ingehouden begeleid, een lied, waarvan de melodie te mooi is voor woorden, waarvan ik de tekst niet meer durf te schrijven omdat hij alle literatuur overbodig zou maken, maar die behelst dat ik mijn broer liefhad, dat ik hem mis, en dat ik, tot het einde mijner dagen, niet wil denken aan wat met hem gebeurde nadat die open kist werd dichtgespijkerd en begraven. Het publiek eist een encore.

Uit: Een slagerszoon met brilletje, Bert Bakker Amsterdam, 1986

Lanoye-Tom-©Arthur-Los; prometheus.nlfoto: Arthur Los; bron foto: prometheus.nl

Tom Lanoye (1958, Sint-Niklaas, Be)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s