Mário de Sá-Carneiro, vriend van Pessoa, stierf jong

Op 26 april 1916 hulde een jonge Portugese dichter zich in een Parijse hotelkamer in een smoking, slikte vijf flesjes strychnine en ging op bed liggen. Korte tijd later stierf hij, zesentwintig jaar oud.

Het gaat over de veelbelovende Mário de Sá-Carneiro (189–1916), vriend van de allergrootste Portugese dichter en schrijver Fernando Pessoa, en samen met Pessoa grondlegger van de moderne Portugese poëzie. Tijdens zijn korte leven publiceerde Sá-Carneiro 2 verhalenbundels, een toneelstuk en een dichtbundel. Na zijn dood verschenen postuum een dichtbundel en de uitgave van zijn briefwisseling met Pessoa. Sá-Carneiro is in Portugal een literaire legende.

Van zijn hand lees ik De bekentenis van Lúcio, vertaald door Harrie Lemmens. Het is een novelle die de vriendschap beschrijft tussen de hoofdpersoon, een beginnend schrijver, en de schrijver die hij mateloos bewondert.

Het is een verhaal dat zich overduidelijk aan het begin van de 20-ste eeuw afspeelt. Men gaat uit per koets, viert een losbandig en experimenteel leven en er is optimisme. De novelle speelt zich af in de Parijse kunstenaarskringen waar uiterlijkheden geldend zijn en waar een goed verhaal belangrijker is dan inhoud. Iets waar de hoofdpersoon zich aan ergert.

Om in de kunstenaarskringen zijn weg te vinden, klampt schrijver Lúcio Vaz zich vast aan Gervásio Vila-Nova.

Hoe dan ook was er sprake van een aureool rond zijn figuur. Gervásio Vila-Nova was een man die je op straat nakijkt en van wie je zegt: kijk, dat is nou iemand.

(..)

Wanneer hij met je sprak, schitterde zijn ster nog meer. Hij was een bewonderswaardig converseur, aandoenlijk in zijn fouten, alle dingen waar hij niets van wist, maar die hij met verve en altijd met succes wist te verdedigen; in zijn revolterende, schitterende meningen, in zijn paradoxen, zijn blagues. Een superieur iemand ja, zonder meer! Een van die mensen die zich in je geheugen griffen en je verwarren, van slag brengen. Eén en al vuur, één en al vuur!

Als je hem echter meer verstandelijk bekeek en niet slechts met je verblinde ogen, zag je onmiddellijk dat alles helaas beperkt bleef tot dat aureool, dat zijn genie, verstrooid, gebroken, vurig als het was, en niet meer in staat zich te condenseren in een oeuvre, zichzelf zou verteren – wellicht omdat het té stralend was. En dat gebeurde ook. Hij was alleen geen mislukkeling omdat hij de moed had zichzelf kapot te maken.

Voor een dergelijk iemand kun je geen echte genegenheid voelen, ofschoon hij in wezen een prima kerel was, maar wel denk ik nog steeds met heimwee terug aan onze gesprekken, onze avonden in het café, en kan ik alleen maar concluderen dat het lot dat Gervásio Vial-Nova onderging, echt het mooiste was en hij een groot, een geniaal artiest.

Uit: De bekentenis van Lúcio, Arbeiderspers Amsterdam, 1993; vertaling Harrie Lemmens

 

sa-carneiro, mario; pinterest.caSá-Carneiro links op de foto; bron foto: pinterest.ca

Mário de Sa-Carneiro (1890-1916, Lissabon, Portugal)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s