Lize Spit: hoe fietsen het perspectief verandert

Het smelt is het debuut van Lize Spit (1988, Viersel), een veelgeprezen debuut. ‘Een roman die je verslagen achterlaat’ stond er op de binnenflap. Het is een indrukwekkend boek dat me raakte als een mokerslag. Het verhaal speelt zich af op het platteland. De gemeenschap waarin het zich afspeelt is klein en overzichtelijk. We volgen de hoofdpersoon, een meisje dat pubert, later een vrouw met herinneringen aan die tijd. De rest van de personages (vrienden, vriendinnen, gezinsleden) zijn vooral mensen met mankementen. We kijken naar de duistere zijden van de mensheid. Hoe gebeurtenissen bepalend zijn voor keuzes die je later maakt. Het gaat om wraak. Om gebrek aan veiligheid en geborgenheid. Om onverschilligheid. Om de nadelen van groepsdruk. Om het niet uitspreken van nare ervaringen. En nog zoveel meer…

De roman behandelt de puberavonturen van de bedeesde Eva. Dertien jaar na gebeurtenissen die uit de hand liepen, keert zij terug naar het dorp. Zowel de gebeurtenissen van dertien jaar geleden, als de terugkeer naar het dorp, worden minitieus beschreven, zodat het helder wordt waarom Eva handelt zoals ze handelt. De toon is deprimerend. Achter elke alinea gaat een groot ongemak schuil. Ik voelde beklemming en rampspoed die komen gaat. Dat was het indrukwekkende. In elke geschreven vezel voelde ik het onheil naderen en toch: het leest als een malle. Meeslepend is de passende term in zo’n geval.

De aanschaf van een fiets is iets waarop velen zich verheugen. In Het smelt is dat anders:

‘Je koopt niet zomaar een fiets, je koopt een Gazelle,’ zei de fietsenmaker terwijl hij mijn stapeltje geld twee keer natelde.

Omdat het vreemd zou zijn de Gazelle in de koffer van de wagen mee te nemen, mocht ik er meteen mee naar huis rijden. Ik vertrok alleen, op de twee grote wielen.

Zolang ik Nedermeer doorkruiste, was het fijn fietsen. Wat een machtig en ongekend gevoel, net als wanneer ik bij vrij zwemmen op school met zwemvliezen aan in het water dook – elke beweging die ik maakte had meer effect.

Ik dacht dat het snel zou wennen, dat ik al na een paar minuten de verbetering niet meer zou kunnen voelen. Dan moest ik net als bij de zwemvliezen wachten tot ik ze weer uit kon trekken om te kunnen begrijpen hoe piepklein, spits en heel inefficiënt voeten eigenlijk waren.

Maar de gewenning kwam niet, want in Bovenmeer, fietsend langs de huizen die ik dagelijks passeerde, voelde ik me niet langer machtig, ook niet piepklein, enkel vreemd, ongemakkelijk: de brede handvatten pasten amper in mijn handen, ik keek over de coniferen, taxus- en buxushagen van andermans tuinen heen, er was niets meer dat zich aan mijn zicht kon onttrekken – rotzooi, stapels ongestreken kleding op de keukentafels, een hamsterkooi op een aanrecht, vrouwen die met krachtige uithalen stonden te stofzuigen. De omgeving die ik al jaren kende, toonde zich plots vanuit een ander perspectief. Ik paste er niet meer in zoals ik er altijd wel in had gepast. Ik was het Duplomannetje in een Legohuis.

Uit: Het smelt, Das Mag Amsterdam, 2016

spit, lize; standaard.bebron beeld: standaard.be

Lize Spit (1988, Viersel)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s