Virginia Woolf wandelt en denkt er het hare van

woolf, virginia; cestcommeca.netbron beeld: cestcommeca.net

Het korte verhaal stamt uit 1927. Virginia Woolf (1882-1941, UK) schreef een ode aan de stadswandelaar, de flaneur. Probeer genot te ontlokken aan het wandelen, is de boodschap; loop door onbekend terrein en observeer mede-stadsgenoten.

De coconachtige huls die onze ziel heeft afgescheiden om in te wonen, om voor zichzelf een vorm te maken die zich onderscheidt van andere, is gebroken, en van al die rimpels en ruwigheden is slechts een centrale oester van ontvankelijkheid overgebleven, een reusachtig oog. Wat is een straat toch mooi in de winter! Hij is zowel onthuld als bedekt. Je kunt er vagelijk symmetrische, rechte banen van ramen en deuren ontwaren; onder lantaarns zie je zwevende eilandjes van bleek licht waar haastig kwieke mannen en vrouwen doorheen lopen die, ondanks hun armoede en hun sjofele kleren, iets onwerkelijks, iets triomfantelijks over zich hebben, alsof zij het leven ontglipt zijn zodat het leven, beroofd van zijn prooi, zonder hen voortstrompelt. Maar we glijden tenslotte alleen maar lichtjes over het oppervlak. Het oog is geen mijnwerker, geen duiker, niet op zoek naar begraven schatten. Het laat ons zachtjes op de stroom meedrijven, rustend, afwachtend, misschien slaapt ons brein zelfs terwijl het kijkt.

Uit: De roep van de straat; uit: Geheim Londen, Byblos Amsterdam, 2005 

Virginia Woolf (1882-1941, UK)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s