Marlo Morgan wandelt met aboriginals

karen; oddviserEen Karenvrouw met opgestapelde halsband. bron beeld: oddviser.com

Ooit, lang geleden, bevond ik mij in het noorden van Thailand. In wat toen de Gouden Driehoek werd genoemd. Vanuit Chiang Rai ging de wandeltocht de bergen in, op zoek naar de Karen, een volk dat zich verschool op de grens van Thailand, Laos en het toenmalige Birma, nu Myanmar. De Karen kenmerken zich doordat de vrouwen opgestapelde halsbanden droegen en de mannen bijna allemaal aan de opiumpijp lurkten. Een opmerkelijke en bizarre tocht in velerlei opzicht.

Ik moest er aan denken nadat ik Marlo Morgan had gelezen, die haar ervaringen met een ander natuurvolk treffend had verwoord in Australië op blote voeten. Ze verliet huis en haard om een aantal maanden met Aboriginals door het Australische binnenland te trekken. Ik herkende veel. In Noord-Thailand drong het tot me door hoeveel wij, West-Europeanen die in stedelijk gebied wonen, losgezongen zijn van de natuur. En dan bedoel ik niet de aangelegde zoals we die in ons land kennen. En met losgezongen bedoel ik hoe weinig wij nog doen met onze zintuigen, behalve ze bederven.

Een voorbeeld:

De stamleden konden door naar de grond te kijken weten welke dieren er in de buurt waren. Als kind wordt hun de gewoonte bijgebracht om scherp op te letten en aldus in één oogopslag de sporen te herkennen die door lopende, springende of kruipende wezens in het zand zijn gemaakt. Ze zijn er zo aan gewend elkaars voetsporen te lezen, dat ze niet alleen weten wie er heeft gelopen, maar ook aan de lengte van de passen kunnen zien of de persoon gezond is of langzaam loopt omdat hij zich niet goed voelt. Hun waarnemingsvermogen is veel beter ontwikkeld dan dat van de mensen die in onze cultuur opgroeien. Hun gehoor, gezichtsvermogen en reuk lijken bijna bovenmenselijk. Voetstappen hebben vibraties die veel meer zeggen dan alleen datgene wat er in het zand te zien valt.

Deze ervaring met een beter ontwikkeld gehoor, gezicht en reukvermogen had ik overigens in Suriname toen ik daar met een voormalige gids aan de praat was en hij me meenam de jungle in. Die man zag werkelijk alles dat van belang was op honderden meters afstand in dichtbeboste plekken! En hij hoorde dieren en wist ze daarna feilloos te lokaliseren.

Een andere ervaring:

Op sommige avonden gingen we in een cirkel op de grond liggen. Zo konden we onze slaaphuiden beter benutten en de dicht aaneengesloten groep leek de lichaamswarmte beter te bewaren en over te brengen. We groeven sleuven in het zand en legden daar een laag hete kolen in, die weer met zand werd afgedekt. De helft van de huiden legden we op de grond en de andere helft trokken we over ons heen. We lagen met zijn tweeën op één zo’n verwarmde strook en onze voeten kwamen in het midden bij elkaar.

Dit laatste deed zich voor bij de Karen. Wij lagen ’s nachts in een grote hal op palen (soort dorpshuis). In het midden van de ruimte was een vuurhaard. Daar rondom heen zaten de mannen. Daar achter de vrouwen en kinderen en wij, toeristen/gasten. Gasten, vrouwen en kinderen gingen eerst ‘naar bed’. De mannen bleven mompelend en soms zingend lang wakker. Ik zakte in een diepe slaap. De volgende ochtend zag ik de mannen in een kring rondom het inmiddels uitgedoofde vuur liggen. Met de voeten naar het vuur.

Uit: Walking, Byblos Amsterdam, 2005; fragmenten kwamen uit: Australië op blote voeten van Marlo Morgan, Bruna

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s