Jon Krakauer schetst de alpinist

mount everestbron beeld: youtube.com en NOS.nl

Jon Krakauer (1954, USA) was timmerman en visser in Alaska tot hij besloot over zijn grootste hobby te gaan schrijven: het bergbeklimmen. Zijn boek De ijle lucht in was zijn doorbraak als schrijver. Met De Wildernis in (Into the wild) werd hij wereldberoemd. Ik lees een fragment uit De ijle lucht in en daarin komt een beschrijving voor van wat Krakauer de alpinist noemt.

Alpinisme trekt bij uitstek mannen en vrouwen die niet gemakkelijk uit het veld zijn te slaan. In dit late stadium van de expeditie (Krakauer beklimt de Mount Everest) hadden we allemaal al zo’n portie ellende en gevaar doorstaan dat ieder weldenkend mens allang zijn biezen had gepakt. Om zo ver te komen moet men behept zijn  met een uitzonderlijk koppig karakter.

Dit type man of vrouw dat zich niets aantrekt van persoonlijke tegenslagen en doorgaat tot het bittere einde, is helaas ook het type dat een blinde vlek heeft voor tekenen van ernstig of dreigend gevaar. Dit is het dilemma waarmee elke beklimmer van de Mount Everest uiteindelijk te maken krijgt: om de top te bereiken moet je uitzonderlijk gemotiveerd zijn maar een te grote motivatie kan je dood betekenen. Boven de achtduizend meter vervaagt bovendien al heel snel de grens tussen noodzakelijke motivatie en een roekeloze obsessie om de top te bereiken. Daarom liggen de hellingen van de Mount Everest bezaaid met lijken.

Uit: De ijle lucht in, Prometheus Amsterdam, 2020

Jon Krakauer (1954, USA)

krakauer jon; mprnews.orgbron beeld: mprnews.org

 

Vitas Luckus fotografeerde als god zelf

lutskus, vitas; portretlutskus, vitas; portret2lutskus, vitas; portret3lutskus, vitas; portret4

In de foto’s van Litouwer Vitas Luckus (1943-1987) is niets onbelangrijk. Alle elementen zijn van dezelfde waarde. Het gaat om vitaliteit en het tonen van verschillende lagen realiteit. Belangrijk is de waarheid te laten zien en de essentie van het leven, aldus de van oorsprong tot kunstenaar opgeleide fotograaf. Luckus voelde zich als een god met de camera in de hand. Zijn liefde voor de fotografie begon toen hij van zijn ouders een AGFA cadeau kreeg voor het afstuderen als kunstschilder.

Luckus stond bekend als een flinke innemer en was voortdurend in conflict met de (Russische) autoriteiten. Hij liet zich niets zeggen, laat staan opleggen. Dat leidde in 1987 tot een conflict met mannen die zijn huis bezochten (KGB-ers). Hij stak 1 ervan neer en gooide zichzelf daarna van zijn balkon. Nadien gold Luckus met zijn foto’s als hervormer van het traditionele romantische realisme dat de Litouwse fotografie in haar greep hield.

lutskus, vitas; portret8lutskus, vitas; portret7lutskus, vitas; portret6lutskus, vitas; portret5

Bruce Chatwin: de gezongen aarde

Bruce_Chatwin; biografieonline.itbron beeld: biografieonline.it

Brits reiziger en schrijver Bruce Chatwin trok naar Australië en probeert bij de aboriginals er achter te komen wat een zangspoor is. Het Australische continent is een groot labyrint van onzichtbare paden. Europeanen noemen ze ‘droomwegen‘; voor de aboriginals zijn het de voetsporen van hun voorouders. De aboriginals trekken langs deze wegen om met elkaar de activiteiten te bedrijven die centraal staan in hun cultuur: zang, dans, huwelijk en het uitwisselen van ideeën.

Chatwin wisselt met gids Arkady van gedachten over de betekenis van deze zangsporen:

Door de wereld tot leven te zingen, zei Arkady, waren de voorouders dichters geweest in de oorspronkelijke zin van poesis, namelijk de ‘schepping’. Voor een aboriginal was het niet denkbaar dat de geschapen wereld in enig opzicht onvolmaakt was. Zijn religieuze leven had één enkel doel: het land houden zoals het was en moest zijn. Wie ‘aan de zwerf’ ging, maakte een rituele tocht. Hij trad in de voetstappen van zijn voorouder. Hij zong de strofen van de voorouder zonder een woord of noot te veranderen – en zo herschiep hij de schepping.

‘Soms,’ zei Arkady, ‘als ik mijn ‘oude mannen’ rondrijd door de woestijn en we komen bij een zandheuvelrug, beginnen ze opeens met zijn allen te zingen. ‘Wat zingen jullie?’ vraag ik en dan zeggen ze: ‘We zingen het land omhoog, baas. Zo komt het land vlugger op.’

De aboriginals konden niet geloven dat het land bestond voor ze het konden zien en zingen – net zoals in de Droomtijd het land niet had bestaan totdat de voorouders het zongen.

‘Dus het land,’ zei ik, ‘moet eerst als concept in de geest bestaan? En daarna moet het gezongen worden? Pas dan bestaat het voor ze?’

‘Precies.’

‘Met andere woorden: bestaan is waargenomen worden?’

‘Ja.’

‘Dat lijkt verdacht veel op het Antimaterialisme van bisschop Berkeley.’

‘Of het boedhisme van de Pure Geest,’ zei Arkady. ‘Dat beschouwt de wereld ook als een illusie.’

fragment uit: De gezongen aarde, Bert Bakker Amsterdam, 2006

Bruce Chatwin (1940-1989, GB)

Beginscene van de film Ten Canoes die over aboriginals gaat. Ga deze film eens zien!

Kristien Hemmerechts en Beethoven

Welke muziek wil je op je begrafenis horen? vraagt mijn erg praktische dochter. Ze heeft al genoeg begrafenissen van nabij meegemaakt om te weten dat nabestaanden die dingen moeten regelen. Ze wil een lijstje van mij, met duidelijke keuzes.

‘Jij mag kiezen,’ zeg ik met een lach, ‘ik zal het niet meer horen.’

Ze lijkt niet overtuigd. Misschien wordt er langzamer gestorven dan we denken. Als eerste gaan longen, lever en nieren, pas later het hart. Zintuigen houden het het langst en koppigst vol.

Er is muziek om op te sterven en muziek om op begraven te worden; er is muziek om op te dansen en muziek om op te huilen; er is muziek waarbij je in de handen gaat klappen en met je voeten stampen en er is muziek waar je stil en weemoedig van wordt. En dan is er de muziek die herinneringen oproept aan lieve mensen, aan wonderlijke avonden en ontmoetingen, aan alles wat je met leven en dood verzoent. Zachte balsem voor je oren en je hart. Troost.

fragment uit: In twaalf bewegingen – Kristien Hemmerechts; uit: Muziek in mijn leven, Prometheus Amsterdam, 2005

Haar muziekkeuze: Largo uit Triple Concert, Ludwig van Beethoven; Great recordings of the century, Berliner Philamoniker o.l.v. Herbert von Karajan met Oistrakh, Rostropovich en Richter

Dicht de dag

Vader van de paarden

Ik ken je. Nu al ken ik je. Zoals niemand / je ooit zal kennen, zo ken ik je – de spleetjes / van je ogen, alsof je ze dicht knijpt tegen / het geweld van de westerzon – de ijzeren

kracht van je benen die geen paard ongetemd / zal laten, van je pezen, je tanden, je lach. / Je sleurt me mee op de tocht van je adem / en als ik niet kan volgen, zul je me dragen.

Nu al draag je me, kan ik rusten in je armen. / Je zult ons allen dragen, het vuur in je / blik zal ons warmen. Vader zul je zijn

van de paarden, van het volk van de vlakte. / Ik voel het. Nu al voel ik het. Hoe jij mijn vader / bent, meer dan ik ooit je moeder zal zijn.

Uit: De gevoelige plaat, P Leuven, 2013

Hilde_Pinnoo; wikimedia.commons.orgbron beeld: commons.wikimedia.org

Hilde Pinnoo (1962, Brussel)

Een vooravond zoals het hoort

Een vooravond zoals het hoort. / Binnen is het niet minder aangenaam / dan buiten. Ik denk aan weinig,

aan niets in het bijzonder.

Weer wordt het nu. Het is nu al bijna / geen vooravond meer. Spoedig is het

donker: dan doe ik mijn bureaulamp / aan. Geweest – veertien dagen / na de langste dag. Nog genoeg / blanco papier. Later word ik / dronken dan vroeger.

Uit: Verzamelde gedichten, Bezige Bij Amsterdam, 2000

favery, hans; pzc.nlbron beeld: pzc.nl

Hans Favery (1933-1990, Paramaribo, Suriname)

Schilderkunstige foto’s van Marie Cécile Thijs

marie-cecile-thijs; dieren8marie-cecile-thijs; dieren4marie-cecile-thijs; dieren

Marie Cécile Thijs (1964) werkte als advocaat, maar voelde zich meer aangetrokken tot de fotografie. Haar werk trekt veel aandacht omdat het erg aan de 17-de eeuwse schilderkunst van Hollandse meesters doet denken. Het zijn portretten of stillevens, van mens en dier. Dit alles met een hedendaagse twist. Katten met een molensteenkraag, maar ook kinderen die hetzelfde Gouden Eeuwse kledingstuk dragen. Het geeft de beelden een vervreemdende sfeer. Iets met een knipoog. Verstild, dynamisch met humor.

marie-cecile-thijs; dieren3marie-cecile-thijs; dieren5Food Portraits (c) MCThijs

De eenzame ijsberen van Murakami

ijsbeer, gettyimages; rtlnieuws.nl

bron beeld: gettyimages; rtlnieuws.nl

Alles ist Dichtung und Wahrheit, ook bij Murakami. In het verhaal Thailand beoefent de Japanse schrijver zijn favoriete hobby: zijn uitgebreide kennis over jazz. En verwerkt hij een verhaal dat hij ooit eens vernam van een Noorse schrijver. Tot zover de waarheid. Ik geef u I’ll remember april van Erroll Garner en het verhaal van de Noorse schrijver dat over eenzame ijsberen gaat.

Hij heeft me ooit eens verteld over ijsberen – wat een eenzame dieren het zijn. IJsberen paren maar één keer per jaar. Één keer maar! In hun wereld bestaat het idee van een langdurige band tussen mannetje en vrouwtje niet. Een beer en een berin lopen toevallig in die bevroren wereld tegen elkaar aan en paren, en dat paren neemt niet erg veel tijd in beslag. Als het eenmaal achter de rug is, springt de beer zo snel van de berin af dat het lijkt of hij ergens bang van is, en rent weg van de plaats waar hij heeft gepaard – letterlijk zonder om te kijken. Daarna leeft hij een heel jaar in diepe eenzaamheid verder. Communicatie met een ander, twee harten die elkaar raken – het bestaat niet voor hem. Dat is het verhaal van de ijsberen. Tenminste, zoals mijn baas me dat vertelde.

Een vreem verhaal eigenlijk, zei Satsuki.

Daar hebt u gelijk in. Het is merkwaardig, zei Nimit met een ernstig gezicht. Ik heb het mijn baas dan ook gevraagd. Waarvoor leven ijsberen dan eigenlijk, vroeg ik hem. En toen keek hij me aan met een veelbetekenende glimlach en vroeg mij: Wel, Nimit, waarvoor leven wij dan eigenlijk?

Uit: Thailand; uit: Na de aardbeving, Atlas Contact Amsterdam, 2008; vertaling Jacques Westerhoven

Haruki Murakami (1949, Kyoto Japan)

Raadselachtige foto’s van Shigeru Onishi

shigeru-onishi-structuren5shigeru-onishi-structuren3shigeru-onishi-structuren

Japanner Shigeru Onishi (1928-1994) blonk uit in wiskunde. Dat hij juist bekend zou worden met experimentele fotografie lag daarom minder voor de hand. Onishi is cult maar interessant. Hij was een veelzijdig maar raadselachtig mens: dichter, schrijver, schilder, geestelijke en zakenman. Een alleskunner, zou je kunnen zeggen. In navolging van de Duitse fotograaf Otto Steinert, die volop experimenteerde met fotografie en masterclasses gaf in Japan, begon Onishi met fotografie te experimenteren. Zijn foto’s zijn eigenlijk vrolijke ongelukjes. Het zijn montages in combinatie met druktechnieken. Fotopapier beschildert met emulsies en besprenkelt met azijnzuur. Dat levert raadselachtige, droomachtige beelden op. Niet altijd begrijpbaar maar ruimte biedend aan de eigen verbeelding. Fotografische poëzie.

shigeru-onishi-structuren4shigeru-onishi-structuren2

Wieringa over de reiskoffer als ijkpunt

Het laatste verhaal in de bundel Ik was nooit in Isfahaan van schrijver Tommy Wieringa is gewijd aan het reizen in het algemeen en de reiskoffer in het bijzonder. De koffer als ijkpunt.

Ik weet het nog goed, gewicht was voor toeristen. Mijn reizen zouden licht zijn, met wind onder mijn zolen. Met tien kilo bagage kon ik een halfjaar toe. (..) Gewicht was een hindernis voor wie deel wilde hebben aan het mysterie van de wereld.

Nu kijkt een grondstewardess van de KLM naar de transportband als ze me incheckt, en ziet net als ik 26.5 staan, in groene cijfers. ‘Het spijt me, meneer, maar u mag twintig kilo meenemen. U moet bijbetalen.’

Een flits van schaamte, ik ben te zwaar geworden.

Ik herinner me de verkoopster van de kofferwinkel aan de Overtoom in Amsterdam, hoe ze zei: ‘Maar als je nou echt wat wilt, dan moet je deze nemen.’ Ik keek naar een forse koffer op wieltjes, van het merk Victorinox. De verkoopster ritste hem vlot open en toonde één voor één de verborgen voordelen van deze moeder aller koffers. Mijn pak kon kreukloos mee. Een rits om het volume nog met een paar kilo te vermeerderen. Levenslange garantie. En tien procent korting voor de snelle beslisser. Ik verliet de winkel met een koffer waar personeel bij nodig was.

De grondstewardess wacht, ga ik nou bijbetalen of niet. ‘Ik haal er wel wat uit,’ zeg ik, en hevel boeken over naar mijn handbagage. Ik voel hoon in mijn rug, de rij leest het verraad aan mijn vroegere zelf. Ik zet de koffer terug op de band en kom uit op eenentwintig kilo. De grondstewardess schenkt één kilo genade.

De overgang van de jeugd naar de volwassenheid en uiteindelijk de dood is de overgang van een rugzak naar een koffer op wieltjes. Van een draagbaar, nomadisch bestaan naar het overgewicht van de buitenwijk. De traagheid van verdediging, niet de snelle vlucht.

Uit: Koffer; uit: Ik was nooit in Isfahaan, reisverhalen; Bezige Bij Amsterdam, 2009

wieringa, tommy;hebban.nlbron beeld: hebban.nl

Tommy Wieringa (1967, Goor)